Aan de gewone boeren wordt niets gevraagd

Genetisch gemanipuleerde gewassen zijn ook in de Derde Wereld in opmars. Meestal zonder veel toezicht of maatschappelijk debat...

Door Ben van Raaij

llegale genetisch gemanipuleerde rijst is aangetroffen in Guangzhou, een megastad in Zuid-China. En vrijwel zeker ook in rijstkommetjes beland, zo meldde Greenpeace deze week. De rijst is afkomstig van proefvelden in de provincie Hubei, en wordt daar door lokale boeren al twee jaar illegaal geteeld. Nu blijkt de rijst zich dus te verspreiden.

Het Britse tijdschrift Nature Biotechnology (5 juni) noemt het een potentiële ‘milieu-tijdbom’. Want de drie soorten wilde rijst in China kunnen via onbedoelde gene flow worden besmet. De Chinese regering, voorstander van commerciële teelt, doet echter of er niets loos is. Kritiek wordt genegeerd, spoedonderzoek niet vrijgegeven en discussie in de media beknot.

Derdewereldlanden gaan anders met biotechnologie om dan westerse. Het besluit met gengewassen te beginnen, wordt vaak genomen zonder goede regels, toezicht en controle en vooral zonder publiek debat tussen alle belanghebbenden, stelt de internationale denktank voor duurzame ontwikkeling Panos in een recent rapport.

De teelt van genetisch veranderde gewassen, die resistent zijn tegen ziekten, insecten of herbiciden, groeit een onstuimige 20 procent per jaar. In 2004 hadden ruim acht miljoen boeren wereldwijd al zo’n 81 miljoen hectare beplant (ter waarde van 44 miljard dollar). De ware cijfers zijn volgens Panos nog hoger, omdat illegale teelt wijd verbreid is, onder meer in Argentinië, Brazilië, Mexico en India.

Steeds meer ontwikkelingslanden kiezen voor genetisch gemanipuleerd gewas. In de door de VS aangevoerde toptien van grootste commerciële gentech-producenten prijken Argentinië, Brazilië, China, India en Zuid-Afrika.

Vier producten – soja, maïs, katoen en koolzaad – vormen nu nog 99 procent van de oogst. Maar anders dan westerse landen mikken ontwikkelingslanden vooral op de voedselproductie. Zij doen daarom onderzoek aan rijst, gierst, zoete aardappelen, cassave en fruit.

‘Hoe komen zulke keuzes tot stand, wilden wij weten’, zegt Panos- directeur Teresa Hanley vanuit Londen. Voor vijf landen – Brazilië, India, Kenia, Thailand en Zambia – toetste Panos de besluitvorming. ‘Onze conclusie: kleine boeren en consumenten worden er vaak nauwelijks bij betrokken.’

Westerse biotechnologiebedrijven en donoren en belangenclubs van grote boeren hebben vaak veel betere connecties met cruciale ministeries als Landbouw en Handel dan kleine boeren, consumenten of milieugroepen, aldus Hanley.

Er zijn wel opvallende verschillen. In landen met een vrijere politieke cultuur en publieke opinie, zoals Brazilië, bestaat meer debat dan in andere, zoals Kenia. India, dat de ‘biotechnologietrein’ niet wil missen, voert gericht beleid, terwijl Zambia gentech-gewassen in de ban deed (en ‘besmette’ Amerikaanse voedselhulp weigerde). En terwijl Braziliaanse grootboeren gensoja hebben omarmd, zijn Thaise bioboeren sceptisch, vanwege hun export naar de EU. Zeker nadat in 2004 gentech-papaya opdook buiten de proefvelden.

Overigens lopen regeringen vaak achter de feiten aan. India en Brazilië regelden de teelt van genetisch gemodificeerde katoen, respectievelijk soja, toen die gewassen al wijd en zijd illegaal werden verbouwd. In India groeit vijf keer meer illegale dan legale katoen.

Panos bepleit een open, minder gepolariseerd debat over gentechnologie in de landbouw. Er zijn immers potentiële voor- én nadelen: hogere opbrengsten en minder pesticide-gebruik tegenover mogelijke risico’s voor mens en milieu. En over de ernst van die risico's is de wetenschap het nog niet eens.

‘Elk land zou daarom zijn eigen beleid moeten ontwikkelen, op basis van een publieke discussie waarin alle betrokkenen participeren’, zegt Hanley. Obstakel daarbij is de ‘beperkte openbaarheid’ in de Derde Wereld. Bij gebrek aan expertise en geld gaan media vooral af op officiële bronnen. Kritiek van boeren of consumenten klinkt in die media dan ook zelden door.

‘Erg verontrustend is het gebrek aan aandacht voor gentechnologie in de niet-Engelstalige media in India, Kenia en Zambia’, aldus Hanley. De gewone bevolking blijft zo verstoken van goede informatie. Niet dat de Chinese boeren in Hubei daarmee zaten. Zij konden illegaal beslag leggen op een nieuwe superrijst, en aarzelden niet.

Meer over