ecologie

30 procent beschermde natuur in Nederland in 2030? Om dat doel te halen, moet er snel natuur bijkomen

In 2030 moet 30 procent van het Nederlandse grondgebied beschermde natuur zijn. Dat betekent werk aan de winkel, want zoveel natuur is er nog niet. Hoe kan het doel worden gehaald?

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

‘Zou u dit natuur noemen?’, vraagt Patrick Jansen, hoofddocent ecologie van Wageningen Universiteit & Research (WUR), aan een toevallig passerende wandelaar. We staan voor de Driehoek in Wageningen, een weiland van tientallen hectares achter de haven, vlak bij de Nederrijn.

Dwars over het grasland staat een rij hoogspanningsmasten, in de berm ligt een stel oude meidoornstruiken die kennelijk onlangs zijn gerooid. Op de achtergrond verrijzen de fabrieken aan de haven. De wandelaar kijkt erover uit en weifelt. ‘Of dit natuur is? Ik weet het niet, eerlijk gezegd.’

Toch is deze kale grasvlakte een heus stukje beschermde Nederlandse natuur, zegt Jansen als de vrouw haar weg heeft vervolgd. Het maakt deel uit van Natura2000-gebied Rijntakken. ‘Maar eigenlijk is het gewoon doorsneeweiland.’

Je zou kunnen zeggen: wat maakt zo’n weilandje nou uit? Een paar hectaren natuur meer of minder, wat zou het? Maar oppervlakten doen ertoe als Nederland later dit jaar in het Chinese Kunming aanschuift bij de onderhandelingen over de Convention on Biological Diversity (CBD) van de Verenigde Naties.

De ambitie van de CBD, ‘het Parijs van de biodiversiteit’, is dat eenderde van de planeet wordt beschermd voor het behoud van biodiversiteit. Europese landen hebben die afspraak overgenomen in hun eigen EU-biodiversiteitsstrategie, die spreekt over ‘ten minste’ 30 procent beschermde natuur in 2030.

Als Nederland daar een evenredig aandeel van wil halen, moet het aan de bak, want zoveel hebben we nog niet. Dan telt alles mee, ook de Driehoek in Wageningen. Dat roept vragen op, zoals: hoeveel natuur heeft Nederland nu en wat komen we tekort als we die 30 procent willen halen? En is alles wat wij natuur noemen die naam wel waard?

Hoeveel natuur heeft Nederland?

Dat is een simpele vraag met een ingewikkeld antwoord, zegt Marlies Sanders, onderzoeker van de WUR, die al jaren cijfers over natuur bijhoudt. Nederland heeft twee natuurbeschermingsregelingen: Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN), die elkaar deels overlappen.

Volgens de officiële cijfers heeft Nederland 569 duizend hectare Natura2000-gebied (exclusief de Wadden en de Noordzee) en daarbovenop nog eens 400 duizend hectare NNN-natuur (358 duizend hectare NNN overlapt met Natura 2000).

Samen maakt dat 969 duizend hectare beschermde natuur, goed voor 25,9 procent van ons grondgebied (3,7 miljoen hectare land inclusief binnenwater). Daarmee is Nederland binnen Europa een middenmoter. Dan komen we dus nog 4,1 procentpunt tekort, becijfert Sanders. Omgerekend zo’n 150 duizend hectare, een stuk zo groot als de provincie Utrecht.

Maar die cijfers zijn een tikje geflatteerd. De provincies (die hierover gaan) hebben voor het NNN 758 duizend hectare op de kaart gezet. Maar in hun laatste voortgangsrapportage gaan ze uit van 736 duizend hectare, 22 duizend minder. Bovendien staan die beoogde 736 duizend hectare wel al in de boeken, maar is 39 duizend daarvan nog niet gerealiseerd. Dat zal de komende jaren ook niet zomaar lukken.

Trek je dat ervan af, dan komt Nederland op netto 908 duizend hectare beschermde natuur: 24,5 procent van ons grondgebied. Slechts 1,5 procentpunt minder dan de officiële 25,9, maar in hectares uitgedrukt toch nog een flinke lap: een slordige 60 duizend hectare, bijna drie keer de oppervlakte van Amsterdam.

Dat zijn de cijfers voor natuur op land en binnenwater. De 30 procent verplichting geldt ook voor zee en kustwateren. Daar zit Nederland nu op 26 procent beschermde natuur. Hier komen we dus nog 4 procentpunt tekort.

Is alles wat wij natuur noemen wel echte natuur?

Achter de kale getallen gaat een complexe boekhouding schuil. Natura2000 en NNN zijn onderverdeeld in 52 beschermde ‘habitattypen’ en 17 natuurtypen, die weer zijn uitgesplitst tot 49 ‘beheertypen’, variërend van moeras tot duinbos. Voor elk van die typen geldt een apart subsidietarief. Voor een hectare ‘droog bos’ krijgt de eigenaar 27 euro beheersubsidie, voor 100 vierkante meter zeldzaam ‘trilveen’ ruim 2.000 euro.

Een flink deel daarvan is ‘papieren natuur’, claimt WUR-onderzoeker Jansen. ‘In sommige gebieden ligt de lat zo laag dat je het niet als natuur herkent als je het niet weet. Nederland verkoopt knollen voor citroenen.’ Om dat te illustreren, hoeft hij alleen maar een ommetje te maken op de fiets rond zijn woonplaats Wageningen.

Van de Driehoek fietsen we naar een landgoed waar monotone rijen fijnsparren staan, aangeplant om hout van te oogsten. ‘Dit staat in de boeken als natuurtype N16.03’, doceert Jansen: droog bos met productie. ‘Maar het is hardcore bosbouw, waar de natuur een bijrol speelt.’ Van dit type bos heeft Nederland veel: 190 duizend hectare productiebos staat als natuur in de boeken, eenderde van de beschermde landnatuur.

In de buurt van Renkum komen we bij een enorme grasvlakte achter een hek waar vroeger graszoden werden geteeld. Dit land heeft nu de status natuur, weet Jansen. De eigenaar heeft daar een fikse vergoeding voor gekregen. Maar, wijst hij, het ligt er nog bijna net zo bij als voorheen. ‘Ooit moet dit natuur worden. De vraag is wanneer?’

Het zijn niet de enige stukken natuur waarbij Jansen vraagtekens zet. Wat te denken bijvoorbeeld van grote wateren zoals het IJsselmeer, dat in zijn geheel is aangewezen tot Natura2000-gebied? Dat tikt lekker aan, zegt Jansen. ‘Maar dat wordt volop gebruikt voor watersport, de ecologische waarde is laag. Is dat natuur?’

Twijfels over of alles wat wij ‘beschermde natuur’ noemen die naam wel verdient, zijn gerechtvaardigd, vindt Kees Bastmeijer, hoogleraar natuurbescherming aan de universiteit van Tilburg. ‘Het moet wel natuur zijn die bijdraagt aan het doel: de biodiversiteit beschermen. Voor productiebossen en andere intensief gebruikte gebieden kun je je dat afvragen.’

Belangrijk om te weten is dat er een groot verschil bestaat tussen Natura2000 en NNN, benadrukt Bastmeijer. Natura2000 is een Europese regeling die een strenge wettelijke bescherming biedt aan natuurgebieden. Daarbij vergeleken is het NNN een soort van ‘natuur light’: een nationale regeling die vooral planologische bescherming biedt. ‘Dat is een veel lichter regime. Je moet jezelf daarmee niet rijk rekenen.’

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Om dat allemaal mee te rekenen als ‘echte’ natuur is een vorm van ‘creatief boekhouden’, beaamt Han Olff, hoogleraar ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). ‘Als je de criteria maar ruim genoeg formuleert, kom je een heel eind. Maar dan krijg je administratieve natuur die geen werkelijke waarde heeft.’

De kwaliteit van NNN-natuur varieert enorm, zegt Olff. Neem de productiebossen: ‘Daar zitten prachtige oude landgoedbossen bij, maar ook kale houtopstanden die het predicaat natuur niet verdienen.’ Nogal wat van het NNN noemt Olff ‘compromisnatuur’, waar ook wordt gerecreëerd, gekapt en geboerd. ‘Wij zijn in Nederland dol op multifunctioneel landgebruik. Maar we moeten soms ook een keuze durven maken voor echte natuur.’

Het is de vraag of alle Nederlandse natuur past binnen de criteria van de CBD-conventie. Over de invulling daarvan wordt dit jaar verder onderhandeld. ‘Dat wordt nog spannend’, zegt Bastmeijer. Veel zal afhangen van hoe internationale afspraken concreet worden uitgewerkt. ‘Het typische van verdragen is dat ze vaak veel ruimte bieden voor uitleg.’

Overigens, benadrukt Bastmeijer, voldoet Nederland nu al niet aan zijn internationale verplichting om akker- en weidevogels te beschermen. Ook daarvoor zou natuurgebied uitgebreid moeten worden.

Hoe staat het met de kwaliteit van onze natuur?

Daar kunnen we kort over zijn: met grote delen van onze natuur gaat het beroerd. Volgens de laatste Natura2000-rapportage aan de EU uit 2019 staat 90 procent van de habitattypen in Nederland er slecht voor. Hetzelfde geldt voor bijna 80 procent van de dieren- en plantensoorten die Nederland geacht wordt te beschermen.

Op een Excelsheet met natuurtypen kleuren veel vakjes rood. Het gaat slecht met de zandverstuivingen, de vennen, de venen, de heide en de blauwgraslanden. Allemaal voedselarme natuur die het zwaar voor de kiezen krijgt met de stikstofcrisis.

Dat is zorgelijk, vindt ecoloog Arnold van den Burg, die onderzoek doet naar de kwaliteit van natuur. Het is tot daaraan toe dat Nederland productiebossen aanwijst als natuur, zegt Van den Burg. ‘Maar zorg er dan voor dat het wat wordt. Dat zie ik niet gebeuren. Als je niet zorgt dat de kwaliteit op orde is, dan stelt die bescherming niets voor.’

Niet alleen stikstof is daar debet aan, betoogt Van den Burg. Dat is ook de recreatiedruk. ‘Overal worden wandelpaden en mountainbikeroutes aangelegd. Daardoor worden dieren en nesten verstoord. Als je natuur wilt hebben, moet je gebieden recreatieluw maken.’

De Groningse hoogleraar Olff is het met hem eens. ‘Je kunt je hectaren wel op orde hebben. Maar het doel is dat je de biodiversiteit in stand houdt. Dat is nu niet het geval.’ Veel natuurgebieden zijn te klein en liggen geïsoleerd tussen ‘witte vlekken’ landbouwgrond, zegt Olff. Dat maakt ze kwetsbaar voor randeffecten, zoals lage waterstanden en overwaaiende stikstof en pesticiden.

Daar liggen structurele oorzaken aan ten gronde, legt zijn Tilburgse collega Bastmeijer uit. ‘Toen Nederland Natura2000-gebieden moest aanwijzen, werd gekozen voor beperkte, strak omlijnde gebieden. Maar vooral ook niet meer. Dat was en is een politieke keuze, om landbouwgronden te ontzien. Het gevolg is dat Natura2000 in kleine gebieden over het land verspreid ligt. Dat gaat nu knellen.’

- Beeld CLO (Compendium voor de Leefomgeving) en EEA (European Environment Agency)
-Beeld CLO (Compendium voor de Leefomgeving) en EEA (European Environment Agency)

Wat gaan we doen met ongerepte natuur?

Stefan Pasma, beheerder van de website Ongerepte Natuur, droomt soms van het Yellowstone Park: een uitgestrekt natuurgebied waar de mens goeddeels afwezig is en de natuur zijn goddelijke gang kan gaan. Dat is in het aangeharkte Nederland, waar elke vierkante meter een bestemming heeft, nauwelijks voor te stellen.

Toch zal het ervan moeten komen, want in de EU-biodiversiteitsstrategie is ook de bepaling opgenomen dat eenderde van de 30 procent natuur, 10 procent dus, wordt ingericht als ‘strikt beschermd’: natuur waar menselijke invloed tot het minimum is beperkt en alleen activiteiten die een bijdrage leveren aan het behoud van het gebied zijn toegestaan.

‘Dat gaat nog een hele toer worden’, zegt Pasma. Land dat niet door mensenhanden is beroerd, bestaat in Nederland allang niet meer. Er is een handjevol gebieden waar de natuur sinds kort de vrijheid krijgt: delen van de Wadden, de Biesbosch, de Gelderse Poort, het eiland Tiengemeten en nog wat bosreservaten. Daarmee kom je hooguit op 1 procent, zegt Pasma. Dat is nog lang geen 10 procent.

Over de definitie van ongerepte of wildernisnatuur wordt internationaal nog volop gedebatteerd, maar in de kern is het gebied waar natuurlijke processen voorrang krijgen: zonder medegebruik door anderen zoals houthakkers, vissers en boeren. Een beetje zoals hier, zegt Pasma, terwijl we door een bosreservaat bij Elst (Utrecht) wandelen dat al sinds de jaren tachtig niet meer wordt beheerd.

Her en der liggen half vergane boomstronken waarop zwammen groeien, een dode boom hangt scheef tegen zijn buurman als een dronkenman tegen een lantaarnpaal. ‘Hier geniet ik van’, zegt Pasma. ‘Mensen zien natuur als iets dat ons ten dienste moet staan. Terwijl natuur ook waarde heeft van zichzelf, of wij die nou mooi vinden of niet.’

Wildernisnatuur als relatief grote gebieden zonder permanente aanwezigheid van de mens is voor Nederland een gewaagd concept, vindt Bastmeijer. ‘De vraag is of we dat aandurven.’

Het vraagt om een andere manier van denken, zegt hoogleraar Olff. Natuurbeheer in Nederland is volgens hem van oudsher sterk gericht op het behoud van kleinschalige cultuurlandschappen zoals heidevelden, hooilanden en stuifzanden, die intensief beheer vergen. Wildernisnatuur vraagt juist om afstand en geduld.

Dat zit niet in onze genen, zegt Olff. Kijk naar de Oostvaardersplassen, waar burgers in opstand kwamen toen dieren stierven door voedseltekort, een natuurlijk proces. Maar het speelt ook bij natuurorganisaties, zegt Olff. ‘Beheerders vinden het moeilijk natuur met rust te laten en natuurlijke processen hun gang te laten gaan. We beheren de natuur nog een keer het graf in.’

De Groningse hoogleraar ziet wel mogelijkheden voor meer ongerepte natuur, bijvoorbeeld in de Veluwezoom, het Lauwersmeer en de uiterwaarden van grote rivieren. ‘Denk ook aan de grote landbouwenclaves op de Veluwe. Als je daar de natuur de vrije hand geeft, profiteert ook het omliggende gebied.’

- Beeld CLO (Compendium voor de Leefomgeving) en EEA (European Environment Agency)
-Beeld CLO (Compendium voor de Leefomgeving) en EEA (European Environment Agency)

Waar gaan we die 150 duizend hectare extra natuur realiseren?

In 2013 spraken de provincies met het Rijk af dat ze in 2027 80 duizend hectare nieuwe natuur gerealiseerd zouden hebben. Iets voorbij de helft van die termijn is al duidelijk dat ze dat niet gaan halen. Nu zou in minder tijd het dubbele daarvan gedaan moeten worden. Dat lijkt onmogelijk.

Op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit liggen daarvoor nog geen plannen klaar, meldt een woordvoerder. Hij wijst erop dat de onderhandelingen over de CBD nog gaande zijn. De EU-verplichting om 30 procent te reserveren voor beschermde natuur, geldt voor de EU als geheel, niet voor elk land afzonderlijk, benadrukt het ministerie.

‘Interessant dat onze Rijksoverheid direct met dit argument komt’, reageert Bastmeijer. De neiging dat landen naar elkaar wijzen – ‘daar is nog veel meer ruimte’ – is volgens hem een reële vrees.

150 duizend hectare extra natuur erbij: in theorie kan het, zegt Martha Bakker, hoogleraar landgebruiksplanning. ‘Zeker als je ziet hoeveel agrarische grond er op de markt komt.’ Dan moet de overheid daar volgens haar wel gericht beleid op gaan voeren.

‘Bijvoorbeeld door massaal grond op te kopen en door landruil nieuwe natuur op de juiste plek te laten komen, vastgeplakt aan bestaande natuurgebieden. Daarbij zou je je moeten richten op gebieden waar je meer vliegen in één klap slaat. Waar je niet alleen iets doet voor biodiversiteit, maar ook voor de droogte- en klimaatproblematiek.’

Als er een wil is, is er een weg, meent hoogleraar Olff. ‘De coronacrisis heeft laten zien dat Nederland tot grootschalige en drastische maatregelen in staat is als het moet.’ Dat vraagt ook volgens hem om sturing van boven, wat een breuk zou zijn met het huidige beleid waarin natuurbeheer is gedecentraliseerd naar provincies. ‘Juist beheer op te kleine ruimtelijke schaal is een belangrijke oorzaak van de huidige biodiversiteitscrisis. Natuur houdt niet op bij provinciegrenzen.’

Olff heeft zijn wensenlijstje al klaar: ‘Versterk de groene assen langs de grote rivieren, maak natte verbindingen in het Groene Hart en Noordwest Overijssel, haal het Oostvaarderswold uit de mottenballen en bescherm de onderwaternatuur van de Waddenzee veel beter dan nu.’ Uitgangspunt moet volgens hem zijn om bestaande natuurgebieden te verstevigen. ‘We hebben Nederland verknutseld tot een dambord met aparte vakjes. Die zijn zo verknoopt dat ze elkaar in de weg zitten.’

Waar je het ook doet, je zult altijd bij de boeren moeten aankloppen, zegt Olff. Om de simpele reden dat tweederde van Nederland landbouwgrond is. ‘Je gaat geen woonwijken afbreken om natuur aan te leggen. De landbouw zal in oppervlak en intensiteit moeten krimpen. Het verkleinen van de veestapel staat al hoog op de politieke agenda. Pak dat dan allemaal in één keer aan.’