Interview

Wie doet wat hij leuk vindt, hoeft niet echt te werken, toch?

Doe wat je leuk vindt, en je hoeft geen dag in je leven te werken, luidt een hardnekkige tegeltjeswijsheid. Maar is dat echt zo? We vroegen het drie mensen die van hun kunst hun beroep maakten: illustrator Sjoerd van Leeuwen, fotograaf Marwan Magroun en schrijver Lize Spit.

Sjoerd van Leeuwen Beeld Rui Reis Maia
Sjoerd van LeeuwenBeeld Rui Reis Maia

Sjoerd van Leeuwen (1991) is illustrator, bekend van zijn minimalistische tekeningen van menselijke figuren. Zijn werk verscheen in onder meer De Standaard, Die Zeit en The New York Times.

Wie doet wat hij leuk vindt, hoeft geen dag van zijn leven te werken: waar of niet waar?

‘Het tegenovergestelde is waar. Je moet elke dag heel hard werken om te kunnen doen wat je leuk vindt. Veel aspecten van het werk zijn namelijk niet creatief. Zeker in het begin ben je bijvoorbeeld vooral bezig om jezelf te verkopen. Het is veel mailen, weinig terugkrijgen. En je moet leren om je werk waarde toe te kennen. Daar heb ik mezelf echt toe moeten zetten.’

Wanneer voelt je bijzondere beroep het meest als ‘gewoon werk’?

‘Je wordt als illustrator soms dagelijks gevraagd om een creatieve oplossing te bedenken. Dat lukt de ene keer beter dan de andere. Het is de druk die je jezelf oplegt, die het zwaar maakt. Ik kan inmiddels beter tegen mezelf zeggen: oké, deze tekening was misschien niet de briljantste die ik ooit gemaakt heb, maar hij is wel goed genoeg. In die zin probeer ik mijn werk ook te zien als gewoon beroep.’

Wanneer dacht je voor het eerst: ik kan van mijn talent mijn werk maken?

‘De eerste keer dat mijn werk in een krant verscheen, was een belangrijke mijlpaal, een bevestiging dat ik wat kon. Toen ik net begon, combineerde ik het tekenen nog met verschillende bijbanen. Nu kan ik ervan leven.’

Wat zou je iemand meegeven die hetzelfde gaat doen als jij?

‘Als ik terugkijk, was ik er wat luchtiger mee omgegaan. In het begin was ik best gestrest over opdrachten. Ik legde mezelf grote druk op en durfde geen nee te zeggen. Ik heb moeten leren dat je werk niet per se is wie je bent, en dat het niet altijd perfect hoeft te zijn.’

Dit artikel verscheen eerder op Intermediair.nl

Marwan Magroun Beeld Marwan Magroun
Marwan MagrounBeeld Marwan Magroun

Fotograaf Marwan Magroun (1985) studeerde Organisatiekunde en verruilde in 2016 een kantoorbaan voor de fotografie. In 2017 won hij de publieksprijs van fotowedstrijd De Kracht van Rotterdam. Dit jaar cureerde hij voor de tentoonstelling De Collectie Belicht de collectie van het Nederlands Fotomuseum.

Wie doet wat hij leuk vindt, hoeft geen dag van zijn leven te werken: waar of niet waar?

‘Persoonlijk ervaar ik mijn werk als fotograaf niet echt als werk. Voordat ik fulltime ging fotograferen, had ik een kantoorbaan. Daar voelde ik me beperkt in mijn bewegingsvrijheid. Veel bedrijven vragen wel creativiteit en oplossingsvermogen, maar ze beseffen niet dat de bedrijfscultuur dat tegenwerkt, bijvoorbeeld als het gaat om inclusie en doorgroeimogelijkheden.’

‘Mijn omgeving nu is heel divers en getalenteerd. Al die mensen zijn bezig de wereld beter achter te laten, door kunst, theater en film te maken over thema’s die ertoe doen. Dat werkt zeer inspirerend voor mij.’

Hoe werd je dan toch fotograaf?

‘In 2012 vond mijn stiefvader een spiegelreflexcamera op straat en omdat hij niet wist wat hij ermee aan moest, gaf hij die aan mij. Ik begon mijn vrienden vast te leggen, en de binnenstad van Rotterdam, waar ik ben opgegroeid.’

‘Pas in 2016 begon ik serieus te fotograferen. Ik wilde mensen laten zien hoe ik naar de wereld en de stad keek. Ik zag mensen in Rotterdam die niet altijd gehoord worden. Fotografie was een manier om hen te empoweren.’

Waar werk je op dit moment aan?

‘Ik werk sinds vorig jaar aan het multimediale project The Life of Fathers, over alleenstaande vaders met een migratieachtergrond in Rotterdam. Zelf ben ik opgegroeid zonder vader en ik heb gemerkt dat rond de vaders met wie ik ben opgegroeid het stigma heerst dat zij niet betrokken zijn bij de opvoeding. Maar ik zag juist het tegenovergestelde.’

Wat zou je nog willen bereiken?

‘Ik ben jaren bezig geweest om erachter te komen wat bij mij past en waar ik betekenis uit haal, en ik hoop dat ik in de goede richting blijf gaan. Ik ben dus niet per se bezig iets te bereiken, maar eerder om mijn innerlijk kompas zo goed mogelijk af te stellen.’

Lize Spit Beeld Lieve Blancquaert
Lize SpitBeeld Lieve Blancquaert

De Vlaamse auteur Lize Spit (1988) werd vier jaar geleden in een klap een literaire sensatie met haar bestseller-debuut Het Smelt. 10 december verscheen haar langverwachte tweede roman, Ik ben er niet.

Wie doet wat hij leuk vindt, hoeft geen dag van zijn leven te werken: waar of niet waar?

‘Dat klopt wel, denk ik, tot op zekere hoogte. Als ik een beroep zou hebben waar ik mijn creativiteit niet in kwijt kon, zou ik niet de motivatie hebben er elke dag naartoe te gaan. Ik heb door de jaren heen verschillende banen gehad, onder meer als verkoper in een kledingwinkel. Dat is echt werken: je telt de uren af tot je klaar bent.’

‘Tegelijk is het niet alsof ik nu elke dag fluitend door mijn professionele leven ga. Het is hard werken en er komt veel bij kijken buiten het schrijven zelf, van vertalers helpen tot lezingen geven.’

Op welk moment kon je volledig leven van het creatieve werk?

‘Een tijdje was ik bang dat ik niet meer uit dat leven met die parttimebaan zou kunnen breken. Het was moeilijk te combineren met schrijven en om niet te verdrietig te zijn dat ik niet deed wat ik echt wilde, zette ik mijn creatieve brein op mute.’

‘Nadat ik een subsidie had gekregen van het Vlaams Audiovisueel Fonds (Spit werd opgeleid als scenarioschrijver, red.), heb ik mijn baan in de kledingwinkel opgezegd en mezelf een jaar de tijd gegeven om aan een script te werken. In die periode kwam ik ook in het vizier van uitgeverijen.’

Is het als schrijver wachten op de inspiratie, of een kwestie van ijzeren discipline?

‘Ik heb zeker niet dat romantische idee dat als je papier en een balpen hebt, er na een tijdje een boek ligt. Er is altijd werk te doen: nieuwe dingen schrijven of bewerken wat er al is. Ik sta meestal op rond half negen en schrijf dan tot een uur of zeven. Als de avond begint doe ik even niets. Maar ik kan moeilijk ontspannen, zeker alleen. Op sommige dagen werk ik door tot vier, vijf uur ’s ochtends, en begin ik diezelfde dag weer.’

Je eerste roman verscheen vier jaar geleden. Wat had je toen willen weten dat je nu weet?

‘Ik had liever raad willen krijgen van mijn vroegere zelf, dan omgekeerd. De tweede keer zijn er verwachtingen: ineens wil je een bepaald aantal boeken verkopen, of heel graag in de kranten gerecenseerd worden. Toen ik mijn eerste roman schreef, hield ik geen rekening met wat er van me verwacht werd. Ik genoot gewoon van het schrijfproces.’

FACEBOOKGROEP DE WERKGIDS

Hoe kun je efficiënter werken? Hoe pak je het aan als je een nieuwe baan wil? Verdien je wel genoeg? En hoe sla je je door een functioneringsgesprek heen? In de Facebookgroep de Volkskrant Werkgids delen we artikelen over werk en carrière. Meld je aan en deel zelf ook vragen en tips.

Meer over