INTERVIEWLaurent Meuwly

Zwitser Laurent Meuwly is de aanjager van het Nederlands succes op de 400 meter

Europees kampioenen 4x400m, mannen en vrouwen. Vlnr: Tony van Diepen, Jochem Dobber, Lieke Klaver, Ramsey Angela, Lisanne de Witte, Marit Dopheide, Femke Bol, Liemarvin Bonevacia. Beeld Getty Images
Europees kampioenen 4x400m, mannen en vrouwen. Vlnr: Tony van Diepen, Jochem Dobber, Lieke Klaver, Ramsey Angela, Lisanne de Witte, Marit Dopheide, Femke Bol, Liemarvin Bonevacia.Beeld Getty Images

De beste 400-meterlopers van Europa komen uit Nederland. Met goud voor Femke Bol en met twee zeges op de 4x400 estafette domineerden ze de EK indoor. Coach achter dit succes is de Zwitser Laurent Meuwly.

Nee, uitbundig hebben de atleten en coaches vorige week zondag de medailleoogst op de Europese Kampioenschappen atletiek in Torun, Polen niet gevierd. ‘Alles was dicht, er was niets georganiseerd. Een drankje onderling, na drie intense dagen, dat was het’, vertelt Laurent Meuwly (46). ‘Maar laten we het vooral positief bekijken: er was tenminste weer een kampioenschap, voor het eerst sinds de WK in Doha, in 2019. Iedereen was blij dat het weer kon.’

De Zwitserse coach, in dienst van de Nederlandse Atletiekunie, is de architect achter het succes in Polen. Nog geen twee jaar na zijn aantreden op sportcentrum Papendal, waar hij de naar de Verenigde Staten teruggekeerde Rana Reider opvolgde, plukt de Nederlandse ploeg de vruchten van zijn komst. Heel verbaasd is hij niet over de resultaten. Via de telefoon uit Zwitserland, waar hij enkele dagen vakantie viert: ‘De hele winter zagen we al progressie. Kijk naar de nationale kampioenschappen vorige maand, daar werd heel snel gelopen. Maar met indoor weet je het nooit. Dan loop je veel minder in een eigen baan. In het gedrang kan alsnog van alles misgaan.’

Dat gebeurde niet. Atleten onder zijn hoede eindigden in de Arena van Torun op het podium. Femke Bol haalde goud op de 400, Tony van Diepen en Liemarvin Bonevacia snelden naar zilver en brons op die afstand en zowel de mannen als de vrouwen werden kampioen op de estafette 4x400 meter. Samen met het goud van Nadine Visser op de 60 meter horden en het brons van Jamile Samuel op de 60 meter was dat goed voor winst in het landenklassement. Dat was nooit eerder vertoond.

De Zwitser Laurent Meuwly. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
De Zwitser Laurent Meuwly.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De EK waren bepaald geen tussenstation.

‘We moeten elke gelegenheid aangrijpen ons te laten zien. Dat motiveert. Natuurlijk zijn de Olympische Spelen het allerhoogste. Maar één doel in vier jaar is erg weinig. Kijk naar het voetbal of basketbal: dan heb je een of twee wedstrijden per week.’

Wat is de verklaring voor die resultaten?

‘Toen ik naar Nederland kwam, was de opdracht het gat met de internationale top te dichten op de 400 en de 4x400. Belangrijk is dat je perspectief kunt bieden en een dynamiek in een groep kunt creëren. Dan heb je één of twee voorbeelden nodig die in staat zijn het allerhoogste niveau te halen. Dat inspireert anderen. Op de estafette krijg je competitie tussen meerdere atleten: wie zitten er in de kern, wie is reserve. Dit was de sleutel. Ze werkten alleen maar harder en harder.’

Doelde u met die voorbeelden vooral op Femke Bol en Lieke Klaver, beiden begin twintigers, beiden sterk op de 400?

‘Natuurlijk. Ze wonnen afgelopen zomer wedstrijden in de Diamond League. Femke was afgelopen jaar de snelste ter wereld, Lieke liep eind december de derde tijd. Dat maakt iets los bij de anderen. Kijk wat er met de wat ouderen gebeurt. Liemarvin is 31, hij won in 2017 brons, vier jaar later komt hij met twee medailles naar huis. Marit Dopheide heeft moeilijke jaren achter de rug, ze was zelfs van de radar verdwenen. Maar nu, wetende dat ze het individueel niet gaat redden, heeft ze in de estafetteploeg ineens zicht op deelname aan de Olympische Spelen. Hetzelfde geldt voor Lisanne de Witte. Door blessures haalt ze nog niet haar oude niveau. Daar kun je gefrustreerd door raken, maar in de estafetteploeg is ze in staat weer aan te sluiten bij de wereldtop, succes te hebben met die twee jonge meiden. Het zegt alles over hoe belangrijk zo’n groepsproces is.’

Meuwly, afkomstig uit het Franstalige gedeelte van Zwitserland, gaf als tiener zijn ambities op de tienkamp na een reeks blessures op – ‘het niveau was sowieso al niet erg hoog’ – en begon op zijn 18de leden van zijn eigen vereniging te coachen. Als begeleider was hij voor de Zwitserse bond in 2000 al aanwezig op de Spelen van Sydney. Enkele jaren later koos hij ervoor een Zwitserse basketbalclub te gaan leiden, om in 2007 weer terug te keren bij de atletiek.

Hij trok de aandacht met successen van nationale estafetteploegen die bestonden uit individueel niet de allersnelste sporters. De atleten op Papendal maakten na zijn aantreden al snel kennis met zijn aandacht voor details op dit onderdeel: meer rechtop staan als je het stokje in ontvangst neemt, de snelste atleet net wat meters extra laten maken. Hij was de coach van Lea Sprunger, Europees kampioen op de 400 meter horden in 2018. Niet lang daarna stond de Atletiekunie op de stoep. Hij nam twee Zwitserse atleten mee, Sprunger en Ajla Del Ponte, een talent op de sprint.

U was nogal onder de indruk van Papendal.

‘In Zwitserland moest ik veel reizen. Ik zat in Lausanne, daar is wel een trainingscentrum, maar voor atleten moest ik het hele land door. In Papendal zitten de besten bij elkaar, met de beste fysio’s, de beste artsen, de beste wetenschappers. Wat van belang is: het ijkpunt is daar. Je bent niet in je eentje ergens aan trainen, nee, je ziet waar je naar toe moet, wat de anderen doen. Maar dat kan niet het hele verhaal zijn. Je moet ook naar buiten blijven kijken. Daar kan altijd iemand zijn die heel goed is, zonder deel uit te maken van het programma.’

Waarom bleef u twee landgenoten trainen?

‘We zaten in het midden van de olympische cyclus. Lea was Europees kampioen, Ajla is op weg zich aan te sluiten bij de besten ter wereld. Daar wilde ik geen afscheid van nemen. Ze kennen mijn manier van werken, dat maakte de overgang voor de Nederlanders ook wat makkelijker. Lea is ervaren, ze heeft succes gehad op het hoogste niveau. Daarom kan ze bijdragen aan de ontwikkeling van anderen. Ze heeft voor de EK veel contact gehad met Femke en Lieke, hun vragen beantwoord, hun twijfels besproken. Beide partijen hebben er voordeel van.’

Hoe zou u zichzelf omschrijven als coach?

‘In deze grote sport weet je dat de concurrentie uit alle hoeken en gaten van de wereld komt. Dat vraagt het uiterste van alle betrokkenen. Ik kijk naar elk detail: in de training, de voeding, het herstel. Ik wil dat atleten snappen dat elke dag telt. Eén dag een mindere focus zie je gelijk terug in de prestaties. Ik kijk altijd om me heen: wat doen andere coaches, kan ik er iets van opsteken. Ook ik wil me verbeteren.’

Lieke Klaver zei dat ze de combinatie van het strenge en het menselijke zo prettig vond. Het leek alsof ze vond dat het menselijke vooral van uw assistent Bram Peters kwam.

‘Streng in die zin dat er geen tijd te verliezen is, ja. Ik blijf maar op zoek naar mogelijke verbeteringen, de beste voorwaarden. Wat werkt? Wat werkt niet.’

Femke en Lieke vertelden ook dat ze wel eens na zware trainingen nog 200 meter op maximale snelheid moesten afleggen. Femke werd er misselijk van.

‘Dat had te maken met toernooien waar ze zowel op de 400 als de 200 uitkwamen. Dan loop je veel races in korte tijd. Op dat niveau presteren, vraagt veel. Daar moesten ze op voorbereid zijn.’

Femke Bol wint bij de EK indoor de 400 meter individueel.  Beeld Sportsfile via Getty Images
Femke Bol wint bij de EK indoor de 400 meter individueel.Beeld Sportsfile via Getty Images

Wat kenmerkt uw aanpak op de 400?

‘Sommigen zien die afstand te veel als een lange sprint in plaats van een onderdeel dat vooral uithoudingsvermogen vraagt. Anderen zien juist niet genoeg in dat een heel hoge snelheid is vereist. De meeste programma’s ontberen één van de twee elementen. Ik zag het vroeger al op trainingskampen, in Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Polen en Tsjechen trainden ongelooflijk veel op volume. Dag in dag uit. Amerikaanse coaches kozen weer voor hoge intensiteit. Ik maak mijn eigen afweging. Beide zie ik als noodzakelijk. Niet zoveel uren als de Oost-Europeanen, dat wil ik niet, maar ook niet weer zo eenzijdig als de Amerikanen. Je moet heel snel en sterk zijn, mede dankzij uren in het krachthonk, maar het ook lang kunnen volhouden. Vervolgens is het finetunen.’

Het is ook een afstand waarop genetische aanleg wat minder het verschil maakt.

‘Het is inderdaad anders dan op de pure sprint. Je ziet op de 400 meter naar verhouding meer Europese atleten die op het hoogste niveau kunnen meedoen. Je kunt hard trainen, je grenzen verleggen, en zo ver komen. Dat maakt het erg interessant.’

Begrijpt u waarom Femke op de Spelen toch voor de 400 meter horden kiest?

‘Dat begrijp ik heel goed – het is wat haar coaches haar ook vertellen. Het heeft zoveel facetten. Het gaat over ritme vasthouden, techniek, tactiek – het is intellectueler dan alleen maar zo hard lopen als je kan. Wat meespeelt is dat je nu al de pakweg tien atleten kent die in de buurt van de finale zullen komen, vijf of zes van hen zijn in staat om een medaille te halen. Op de 400 is het moeilijker te controleren. Er zullen daar mogelijk concurrenten zijn die we nu nog niets eens kennen.’

Wat is er mogelijk in Tokio?

‘Je weet nooit wat er in de series kan gebeuren, maar als Femke in de finale staat, maakt ze zeker kans op een medaille. Enkele estafetteploegen moeten zich nog kwalificeren. Het zal nog een hele puzzel worden wie we waar kunnen inzetten. Ik geloof zeker dat ze dichtbij het podium kunnen komen. We weten alleen nu niet wat het niveau van de tegenstanders is, maar daar hebben we toch geen controle over. We richten ons alleen op onszelf, we zullen nog beter worden. We weten wat normaal gezien vereist is.’

Vreest u verrassingen?

‘Nee. Ik hoop dat wij de verrassing zullen zijn.’

Het Meuwly-effect

(aangetreden in april 2019) op de 400 meter.

Persoonlijke records van de acht EK-deelnemers (indoor, outdoor):

Ramsey Angela 46,48 (februari 2021) 46,49 (september 2020) 400 horden: 49,60 (juli 2020)

Femke Bol 50,63 (maart 2021), 51,13 (juli 2020) 400 horden: 53.79 (juli 2020)

Liemarvin Bonevacia 45,99 (februari 2021) 44,72 (augustus 2015)

Tony van Diepen 46,06 (maart 2021) 45,83 (juni 2019)

Jochem Dobber 46,51 (februari 2021) 45,64 (september 2020)

Marit Dopheide 53,17 (februari 2017) 53,03 (mei 2014)

Lieke Klaver 51,81 (februari 2021) 50,98 (september 2020)

Lisanne de Witte 52,30 (februari 2021) 50,77 (augustus 2018)

4x400 vrouwen 3.27,15 (maart 2021) 3.26,98 (augustus 2016)

4x400 mannen 3.06,06 (maart 2021) 3.02,37 (juni 2017)

Meer over