Zwemploeg grossiert in tegenvallers

Behalve Pieter van den Hoogenband kwam gisteren geen enkele Nederlandse zwemmer een ronde verder tijdens de wereldkampioenschappen. Het debacle van Barcelona begint zich in het Nederlandse kamp langzaam af te tekenen....

Een passende verklaring leveren is in zulke omstandigheden, de stress is serieus toegeslagen, te veel gevraagd. Handen gaan, als de badmuts af is, vertwijfeld in de natte haren. De missers lopen dwars door de hele ploeg heen, van Philips-prof Hinkelien Schreuder tot TZA-aas Johan Kenkhuis, van het 4 x 200 kwartet tot de zo veelbelovende schoolslagman Thijs van Valkengoed.

Er is in de tegenvallers geen patroon te ontdekken, meent oppercoach Cats die met een lach om de mond tracht de begrafenisstemming onder zijn zwemmers te doorbreken. Elke dag, elke race staat de klok weer op nul en kan de zon doorbreken, is zijn verhaal. Maar intussen wordt het wel laat in het hotel, geeft Cats toe.

De meegereisde clubcoaches, Jacco Verhaeren, Dick Bergsma, Mandy van Rooden en Fedor Hes, hebben ook geen antwoorden. Het wordt studeren, puzzelen, maar dat liefst wel na het toernooi. `Want ik houd niet van terugkijken', zegt Philips-coach Jacco Verhaeren, de ervaren man van de technische staf. `Ik wil op deze WK alleen vooruitkijken. Elke dag is een nieuwe dag. En pas in augustus, als alles is bezonken, gaan we evalueren.'

Verhaeren zegt in de gangen van het Sant Jordi-sportpaleis dat hij al gebeld is door Jan Olbrecht, de wetenschapper die hem adviseert bij de periodisering van de zwemmers. Die inspanningsfysioloog was zich rot geschrokken voor de televisie thuis. De Nederlandse zwemmers missen, Olbrecht zag het zo, echte scherpte.

De eerste constatering dat er iets mis zou zijn, kwam zondag bij de gemiste finale van de 4 x 100 vrij, bij de mannen. Het leek een incident, wegens een foute keuze (Damen in plaats van Zastrow) in de bemanning van het aflossingsteam, maar het was achteraf bezien een indicatie dat er iets behoorlijk fout zat.

Johan Kenkhuis, de startzwemmer, kon toen niet acceleren op de laatste 25 meter. Op deze ochtend is het al niet anders. Hij leek in een bak stroop te zwemmen. De kopman van TZA, een man met ervaring, noemt zichzelf `sloom'.

Dat was te wijten, zo meent hij na zijn uitschakeling op de echte 100 meter (18de in 50,07), aan de lange periode van rust die aan de WK was voorafgegaan. `Dat moet de volgende keer echt anders. Ik mis prikkels. Bij de NK was ik een stuk beter. Toen had ik het druk met mijn studie, kwam er veel op me af. Maar nu, na al die weken in Frankrijk, wil ik heel graag, maar het lichaam reageert niet.'

Zijn verhaal over het raadsel van het eigen lichaam wordt even later herhaald door teamgenoot Thijs van Valkengoed. Die werd in de 200-meterfinale van de schoolslag verwacht, maar eindigt deze bewolkte morgen onderaan het klassement, met een diskwalificatie wegens `vlinderslagbenen', een zonde tegen de correcte uitvoering van de zwemslag.

Van Valkengoed is een monter mens dat zegt nog nooit `een extra kick gepikt te hebben', maar voor zijn matige vorm (met 2.16,43 blijft hij drie seconden van zijn Nederlandse record uit april) heeft hij geen verklaring.

`Het is voor het eerst dat ik faal op een groot toernooi. Het ging op zulke dagen juist altijd beter. En ik voelde me nog wel zo uitstekend in het trainingskamp in Montpellier. De sprintjes hier gaven vorm aan. Maar wat ik in training kan, kan ik niet in de wedstrijd. Dit zijn tijden om over na te denken.'

Van Valkengoed is nog niet afgedropen, of de 4 x 200 ploeg hijst zich uit het Spaanse zwembad met een stevige tegenvaller. De tiende tijd is lang niet goed genoeg voor een plaats in de finale waarvoor kopman Pieter van den Hoogenband al had afgeschreven.

Startzwemmer Martijn Zuijdweg weet sinds het WK-zilver van Perth ('98) en het olympisch brons van Sydney (2000) iets van hard zwemmen in teamverband en heeft recht van spreken. `Ik haal hier, na drie jaar, opnieuw mijn niveau van Sydney niet. Daar baal ik van. In het water voelt het goed, maar als ik op de klok kijk staat er 1.51, in plaats van 1.49. Het gevoel bedriegt me.'

Zuijdweg en TWN-maat Arnold van Bavel werpen zich op als leiders van een groep die zoekt naar verklaringen. Het is de geringe trainingshardheid van Nederlanders, de minder fysieke capaciteiten ten opzichte van een heel peloton Oostblokkers en Aziaten en de gebrekkige omstandigheden die in Nederland bestaan.

Zij moeten naast hun zwembestaan werken en komen daarom rust tekort voor het herstel van de trainingsinspanning. Zuijdweg: `Je kunt Nederland niet vergelijken met landen als Australië en Verenigde Staten. Daar ziet dat financiële plaatje er anders uit. In ons land moet je er zelf geld insteken.' Van Bavel: `Ik zie heel grote talenten verdwijnen. Die gaan van dat geld liever stappen. Ik niet.'

Meer over