Zwembond: keuze voor buitenland geen vlucht

Het vertrek van Moniek Nijhuis naar het Britse trainingsoord van olympisch kampioene Ruta Meilutyte is in Nederland met gemengde gevoelens ontvangen. Waar blijdschap op zijn plaats lijkt - een grote trainer als Jon Rudd zet de deur open voor een jonge zwemster met ambitie - is de transfer aangegrepen als het bewijs van grote onrust bij de nationale zwembond KNZB.

Femke Heemskerk Beeld AFP
Femke HeemskerkBeeld AFP

Technisch directeur Joop Alberda, sinds begin 2014 de opvolger van de naar Australië vertrokken Jacco Verhaeren, zegt dat hij faciliteert waar mogelijk. Als de optimale mogelijkheden niet op de nationale trainingscentra (NTC) in Eindhoven en Amsterdam te vinden zijn, dan is een stap naar het buitenland wat Alberda betreft een logische.

Alberda, de volleybalcoach die de Nederlandse mannen in 1996 naar olympisch goud voerde: 'Als atleten in het buitenland een betere trainingsomgeving vinden, houden we ze niet hier. Weg uit de comfortzone, dat is niet erg. De volleyballers gingen na 1992 naar het buitenland, naar de beste competities, om de trainen met de besten van de wereld. Dat heeft veel opgeleverd.'

De huidige uittocht van talent wordt in Nederlandse zwemkringen een leegloop genoemd. Het is hooguit een exodus van minimale afmeting. 'Het is goed eens te onthechten van de luxe die wij onze zwemmers allemaal bieden', aldus Alberda.

Moniek Nijhuis Beeld AFP
Moniek NijhuisBeeld AFP

Volksverhuizingen

De voorbije jaren hebben vaker zwemmers hun heil over de grens gezocht. Na Cees Vervoorn en Conny van Bentum waren Marcel Wouda (1993-1995) en Inge de Bruijn (1997-2004) kampioenen die in de Verenigde Staten nog sterker werden.

Daarna, toen in Eindhoven en Amsterdam sterke trainingscentra werden geschapen, was het gedaan met de migratie. Tot in 2010 Femke Heemskerk en Inge Dekker naar Frankrijk trokken. Zij werden gevolgd door Sharon van Rouwendaal (Frankrijk), Dion Dreesens (VS), Kira Toussaint (VS), Wendy van der Zanden (België) en Moniek Nijhuis (Engeland).

Het zijn kleine volksverhuizingen vergeleken bij de nationale vrouwenploegen in handbal en volleybal. Die bestaan vrijwel uitsluitend uit jonge speelsters die over de grens als profs hun sport beoefenen.

Onrust

Dat het nationale topzwemmen er al tijden onrustig uitziet aan de buitenkant, kan Alberda niet ontkennen. De grootste onrust ontstond toen Verhaeren eind 2013 een contract met Australië tekende. Vervolgens brak olympisch kampioene Ranomi Kromowidjojo een week later met haar nieuwe coach, Marcel Wouda. Daarna werden trainingsgroepen gewijzigd, zwemtrainers gewisseld.

De laatste wissel deed Moniek Nijhuis (schoolslag) pijn. Na een mislukt WK in Kazan ging haar coach, Kees Robbertsen, om gezinsredenen terug naar Drachten. Nijhuis is een zwemster met talent. Ze won vorig jaar twee medailles op de WK kortebaan in Doha. Na het vertrek van Robbertsen miste Nijhuis de specialist om haar te begeleiden.

Alberda zegt niet iedere zwemster 'de ideale coach' te kunnen bieden. Hij concentreert zijn middelen in het olympische jaar op de kansrijken voor een medaille. 'Patrick Pearson doet Ranomi. Marcel Wouda concentreert zich op de begeleiding van Ferry Weertman en Sharon van Rouwendaal in het open water. Daardoor is Femke Heemskerk naar Frankrijk gegaan. Maar bij elk vertrek hoort een ander verhaal.'

Meer over