INTERVIEWNils van der Poel

Zweedse schaatser Nils van der Poel leeft op in de woestenij van de 10 kilometer

Ultraloper, militair, skydiver: de Zweedse avonturier Nils van der Poel (24) is het allemaal. Maar 10 kilometer schaatsen vindt de kleinzoon van een Groningse opa toch het allerleukst.  

De Zweed Nils van der Ploeg in actie op de EK allround, vorige week in Thialf. Hij werd vierde dankzij een ijzersterke 10 kilometer. Beeld Klaas Jan van der Weij
De Zweed Nils van der Ploeg in actie op de EK allround, vorige week in Thialf. Hij werd vierde dankzij een ijzersterke 10 kilometer.Beeld Klaas Jan van der Weij

In Zweeds Lapland tuurt Nils van der Poel langdurig het oneindige bos in. Hij leert observeren als soldaat in opleiding voor verkennings- en sabotagemissies. Soms moet hij dagenlang één ‘object’ in de gaten houden. ‘Dan ga je nadenken. Wat is de zin van het bestaan? Waarom zou ik in vredesnaam zo snel mogelijk rondjes van 400 meter willen schaatsen? Wat is daar het nut van?’

Het is 2018 als Van der Poel zichzelf die levensvragen stelt. Hij is lid van het Jagerbataljon, gelegerd in het afgelegen Noord-Zweedse Arvidsjaur. Het plan is om in de aanloop naar de Winterspelen van 2022 in Beijing weer het ijs op te zoeken. Maar wil hij dat echt na een jaar in het leger? Ja, concludeert de 24-jarige Zweed die zijn Nederland achternaam dankt aan een geëmigreerde grootvader. De rondjes op de ijsbaan is hij nog niet moe.

Daverende rentree

Deze winter maakt Van der Poel een daverende rentree. Op het Europees kampioenschap allround, vorige week, baarde hij opzien op de 10 kilometer, met een tijd van 12.42,80. Slechts vijf schaatsers waren ooit sneller: Sven Kramer, Jorrit Bergsma, Ted-Jan Bloemen, Patrick Roest en de Canadese wereldrecordhouder Graeme Fish (12.33,86). In één rit voegde hij zich bij de beste stayers.

Helemaal onverwacht was zijn tijd niet. Half december reed hij in Inzell een baanrecord van 12.46,91, slechts 13 seconden langzamer dan het wereldrecord. Dat was opzienbarend, want hij had sinds maart 2018 niet op een 400-meterbaan geschaatst. ‘Ik wil niet arrogant overkomen, maar we hadden drie schema’s uitgedacht. Een die uit zou komen op 12.35, een op 12.41 en 12.46.’ Omdat hij zijn slag op de rechte einden nog niet gevonden had, kwam hij uit op het traagste van de drie.

Van der Poel traint normaalgesproken thuis in Trollhättan, een stadje boven Göteborg en niet ver van de Noorse grens. Daar ligt een ijshal waar bandy wordt gespeeld, een ijshockeyvariant gespeeld met een bal. Op de ijsvloer is ook een ijsbaan uitgezet voor langebaanschaatsen: 250 meter lang. ‘De bochten zijn min of meer hetzelfde als hier in Thialf, maar de rechte einden zijn heel kort. Je kunt net twee slagen maken.’ Zijn bochten zijn messcherp. Er zijn maar weinig schaatsers die zo dicht langs de blokjes scheren.

Eindeloos rijdt hij op het bandy-ijs zijn rondjes. Zijn trainingsaanpak is onorthodox, in ieder geval in vergelijking met de meeste andere langebaanschaatsers. Hij traint zo hard en zo veel mogelijk. ‘Je kunt tijdens een training vijf intensieve blokken doen en daar beter van worden. Maar waarom zou je er geen zes doen of zeven. Of twaalf?’, vraagt hij in razendsnel Engels. ‘Een vriend van me zei: Nils, je moet jezelf niet over de kop jagen, maar precies de grens opzoeken. En daar houd ik me aan.’

Voor hem betekent het dat hij in training zo’n veertig 10 kilometers in een jaar rijdt. Patrick Roest telde er desgevraagd een stuk of vier tot halverwege deze winter. De drievoudig wereldkampioen allround: ‘Ik zou er zoveel niet proberen, maar wij hebben in Nederland ook meer wedstrijden.’

Van der Poel is ervan overtuigd dat de veelvuldige herhaling voor hem werkt. ‘Je leert de afstand aanvoelen. Als je nog dertien ronden voor de boeg hebt, weet je hoe dat aan moet voelen. Voelt het beter of slechter? Dan pas je je daaraan aan.’ Zo reed hij zijn race ook tijdens het EK. De eerste tien rondes op een geleidelijk tempo, in zijn geval rondjes 30,5, en daarna de beslissing om te versnellen. ‘Ik was niet verrast door de eindtijd.’

Nils van der Poel. Beeld Klaas Jan van der Weij
Nils van der Poel.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het klinkt zo simpel. ‘De 10 kilometer is ook niet ingewikkeld’, lacht hij. ‘De echte uitdaging is, zeker als je het in je eentje moet rooien, om in jezelf te blijven geloven. Met die dertien ronden te gaan ben je alleen in de woestenij. Alleen jij, je gedachten en je verzuurde benen. Dan moet je mentaal sterk blijven en je rondetijden vasthouden.’

‘Believe’

Het woord ‘believe’ valt vaak als Van der Poel over zijn aanpak praat. Geloof in zichzelf en zijn trainingsprogramma. Hij klinkt als filosoof en managementgoeroe ineen als hij zijn conclusie over de zin van zijn bestaan uit de Zweedse bossen deelt. ‘In het dagelijks leven doen we allemaal onze onbenullige taakjes. We doen boodschappen, bakken een eitje. Maar waarom proberen we niet allemaal het beste van onszelf te geven? Het maakt niet uit of je schaatser bent of dokter, als we dat doen, dan is er geen grens aan wat we als samenleving kunnen bereiken.’

Door als sporter het beste uit zichzelf te halen, wil hij een voorbeeld zijn, het voortouw nemen. ‘Volgens mij is dat de kern van sport. We zijn entertainers, clowns, en rolmodellen. Als je niet ten minste een van de drie bent, waarom ben je dan een sporter?’

Zijn kijk op zaken wordt lang niet door iedereen begrepen. Dat gold ook voor zijn afscheid uit de sport in 2018. Hij had geprobeerd zich voor de 10 kilometer op de Winterspelen te plaatsen, maar tijdens de kwalificatiewedstrijd in het Noorse Stavanger was hij ziek. Hij reed wel, maar niet hard genoeg voor een startbewijs op zijn favoriete afstand. ‘Die avond heb ik het leger gebeld om me aan te melden voor de opleiding van een jaar.’

Het was niet uit teleurstelling, benadrukt hij. Het was realiteitszin. ‘Ik wilde sowieso het leger in.’ Na de Spelen, waar hij wel de 5 kilometer reed en veertiende werd, deed hij de toelatingstest in Zweden. Daarna volgde nog één belangrijke schaatswedstrijd: het WK allround in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Daar verraste Van der Poel met de overwinning op de slotafstand, al raakte die prestatie ondergesneeuwd door de valpartij van klassementsleider Sverre Lunde Pedersen en de plotse zege van Patrick Roest. ‘Amsterdam was geweldig. Om daar te rijden met de tribune afgeladen vol. Toen voelde ik me even een echte Nederlander.’ 

Het publiek zal ongetwijfeld harder hebben gejuicht voor de Zweed met de vertrouwd klinkende achternaam, maar heel diep gaat zijn band met het land van zijn Groningse opa niet. Hij kan zijn eigen naam accentloos uitspreken, anders dan zijn landgenoten, maar de taal spreekt hij niet. ‘Wacht, ik ken één Nederlandse zin: papier hier, dankuwel.’ Als kind was hij in de Efteling. ‘Ik raakte verdwaald en herinner me vooral dat ik moest huilen.’

Na het WK in Amsterdam volgde een jaar in het leger en daarna een jaar waarin hij zich toelegde op ultralopen: hardlopen over hele lange afstanden, tot wel 170 kilometer in 24 uur. Nog één keer meldde hij zich op zijn thuisbaan voor een schaatswedstrijd. De resultaten waren matig. ‘Ik was zelf best tevreden, want ik had die ochtend nog een marathon gelopen.’

Echt goed in het lange loopwerk was hij naar eigen zeggen niet. ‘Ik was een anti-talent.’ Maar hij haalde er zijn lessen uit voor het schaatsen dat hij daarna weer opgepakt heeft. Dat maakt hem volgens zijn coach, oud-schaatser Joel Eriksson, zo’n unieke sportman. ‘Hij traint niet zoals schaatsers dat traditioneel doen. Hij plukt ideeën uit andere sporten en denkt: dit is de beste manier.’

Van der Poels manier klinkt onmatig. ‘Het is altijd meer en meer’, zegt Eriksson. ‘Als hij denkt dat hij tien uur moet fietsen, dan gaat hij tien uur fietsen.’ Is dat niet gevaarlijk? Zijn coach denkt van niet. Misschien voor anderen, niet voor zijn pupil. ‘Ik heb nog nooit iemand gezien die kan trainen zoals hij. Ik denk dat niemand hem kan kopiëren.’

Hij is een buitenbeentje in zijn land, waar slechts een handvol mensen weten wat een klapschaats is. Hij is ook een buitenbeentje in de schaatssport, waar niemand zich op de Spelen voorbereidt zoals hij. Toch voelt hij zichzelf geen outsider. ‘Ik voel me echt onderdeel van de schaatsgemeenschap.’

En misschien heeft hij gelijk. Hij is er al lang bij. Hij begon als 8-jarige met bandy en om daarin beter te worden, bekwaamde hij zich ook in het langebaanschaatsen. Als 12-jarige mocht hij mee naar Heerenveen voor de Vikingrace, een jaarlijkse internationale jeugdwedstrijd. ‘Dat was geweldig, maar het bleek wel dat ik slecht kon schaatsen.’

De jonge schaatsers bestreden elkaar over twee 500 meters en twee 1.000 meters. Hij eindigde als laatste. Ver achter bijvoorbeeld Wesly Dijs, die dit weekend zijn wereldbekerdebuut maakt. ‘Toen besefte ik dat ik niets voorstelde, maar tegelijkertijd beviel het schaatswereldje me heel goed. En ik keek met bewondering naar de schaatsprofs. Ik was zelf altijd erg gestrest voor een wedstrijd en ik zag hoe zij daar elke dag mee omgingen. Dat inspireerde me om beter te worden.’

De schaatssport heeft altijd eigenheimers gekend. Zoals de voormalig skeelerkampioen en wildebras Chad Hedrick, een voorbeeld van Van der Poel. ‘Dat was een coole gast.’ De Amerikaan had ook lak aan conventies in de sport en liet zich regelmatig gelden in het nachtleven. Dat doet Van der Poel niet, maar er zullen maar weinig collega’s zijn die zijn hobby delen: skydiven. ‘Ik doe 150 sprongen per jaar.’

Favoriet

Met zijn tijden is Van der Poel een van de favorieten voor de wereldtitel op de 10 kilometer bij de WK afstanden, half februari in Thialf. Zeker nu de verdedigend kampioen Fish uit Canada er veiligheidshalve voor heeft gekozen niet naar de Friese schaatsbubbel af te reizen. 

De Zweed schat zijn kansen ook hoog in, al moet hij zich wel nog kwalificeren. Door zijn afwezigheid de afgelopen jaren beschikt Zweden niet over een startplek. Hij moet zijn ticket verdienen op de 5 kilometer tijdens een van de twee wereldbekerwedstrijden, dit aankomende zondag of volgende week. Na zijn tweede plek op de 5 kilometer tijdens het EK, waar hij een scherpe 6.13,03 noteerde, moet dat geen probleem zijn.

En wat dan? Een wereldrecord op de 10 kilometer? Coach Eriksson lacht. ‘Ja, waarom niet? Niets wat hij doet kan mij nog verbazen.’

Meer over