Zuipen en rugbyen

Van alle studenten zijn hem de rugbyers het liefst. De roeiers van Nereus zijn kind aan huis in zijn café, de zeilers van Orionis, hockeyers kwamen er ook veel, maar de kerels van Ascrum liggen hem werkelijk na aan het hart - en niet alleen omdat ze zo geweldig zuipen....

Hans van der Schoot, bijna 58, en al ruim 30 jaar kroegbaas van d'Oude Herbergh in de Handboogstraat, hartje Amsterdam, achter het Maagdenhuis. Kind uit de Amsterdamse Eerste Helmersstraat, jongensjaren op de grote vaart, militaire dienst, d'Oude Herbergh. Toen nog een van de weinige nachtcafés voor buurtbewoners. En voor Van Mierlo en andere journalisten van de kranten op de Nieuwezijds Voorburgwal. Daarna studenten.

Het is negen uur in de avond als in het tapperijgedeelte een studentenclub zich, welhaast ceremonieel gekleed, opmaakt voor een feest met de nieuwe leden. In de belendende ruimte neemt Maarten Richel, 24, student Nederlands, vorig jaar praeses van Ascrum, zijn positie in achter de bar. Aan de ronde tafel in de hoek verhaalt de kroegbaas van zijn genegenheid voor de rugbyers.

Hoe vaak ging hij al niet 'op tour' met ze. Dan nemen ze zich in het vliegtuig voor op tijd in bed te liggen en niet te zuipen, maar eenmaal aangekomen zeggen ze: 'Doe me 'n lol, we zijn studenten.' En wordt het weer elke nacht vier uur, en verliezen ze natuurlijk alle wedstrijden.

Zoals op Taiwan. En in West Point, waar het geen doen was tegen de gedisciplineerde Amerikaanse officieren-in-opleiding die de 100 meter in 10 seconden lopen.

Het ware feest zijn de trips naar Wales en Schotland. Hoe hard het rugbyspel ook lijkt, op de tribunes deelt men de picknickmanden met elkaar, bier. En op het veld ook geen vuil gescheld.

'De scheidsrechter is heilig', zegt Maarten Richel, die drank komt brengen. 'Bij elk onvertogen woord fluit hij je tien meter terug. En in het café is de kroegbaas heilig voor rugbyers.'

Ze hebben dan weleens een complete toiletpot d'Oude Herbergh uitgedragen. En de hockeysters van Laren-1, die er vrijdagavonds altijd stonden, bleven weg omdat 'ze niet strookten met het andere ras dat rugbyers zijn'. En dat het met rugbyers altijd moet eindigen in een 'scrummetje', het diner met borrelen na, dat snapt hij ook niet altijd. Bloedende hoofdwonden, en dan staan ze met vijftien hechtingen uit het ziekenhuis twee uur later wel weer aan de bar.

Hard zijn ze voor zichzelf, geen zeurpieten, zulke aardige gozers. Zijn huisarts was ook een Ascrummer.

Het seizoen is weer begonnen, op het veld en in d'Oude Herbergh, en eerlijk gezegd ziet Hans van der Schoot een beetje op tegen de wedstrijden en de tournees. 'Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik er met een leeg bierglas bijstond. Ik kan er niet zo goed meer tegen. Zou dat de leeftijd zijn?'

Meer over