Zonnestraal in Brits voetbal

De échte fan van het Britse voetbal staat alleen in zijn liefde voor de sport. Hij wantrouwt clubbestuurders en verslaggevers, die hoog en droog in hun skyboxen zitten, en heeft ook niets gemeen met de hooligans die het spel verpesten....

BIJ Ajax hebben ze er een, en bij NAC ook. Maar daarmee schijn je het ook wel zo'n beetje te hebben gehad, in Nederland, met de fanzines, de onafhankelijke supportersbladen waarin de ware voetbalfan hartstochtelijk de liefde voor zijn club belijdt, en eventueel ook zijn haat de vrije loop laat.

Liefde en haat genoeg in het Nederlandse voetbal, maar bijna geen fanzines waarin die emoties worden verwoord. Vreemd.

In Groot-Brittannië is dat anders. Daar groeit en bloeit de fanzine-cultuur. In de in sportliteratuur gespecialiseerde boekwinkel Sportspages, aan Charing Cross Road in Londen, vormen de kasten met fanzines letterlijk het hart van de winkel. Meer dan honderdvijftig verschillende fanzines verkoopt Sportpages, en dat is, zegt verkoper Carwyn Pipe, ongetwijfeld nog maar een beperkt deel van wat er in het land verschijnt.

Mooie namen.

When Skies Are Grey (Everton).

My Eyes Have Seen The Glory (Tottenham Hotspur).

The Water in Majorca (West Ham United).

There's Only One F In Fulham.

Bert Trautmann's Helmet (Manchester City).

Tales From Senegal Fields (Millwall).

'Er verschijnen in dit land honderden fanzines', zegt Pipe. 'En die nemen lang niet allemaal de moeite ons enkele exemplaren toe te sturen.' De Moeder Aller Engelse Voetbalfanzines, When Saturday Comes, publiceert in elk nummer een lijst van fanzines; in het laatste nummer is die 269 titels lang. Maar ook de lijst van WSC is ongetwijfeld niet compleet.

Een man in krijtstreep, type keiharde bankdirecteur, schaft zich een exemplaar van Brian Moore's Head aan, het fanzine van Gillingham (tweede divisie). 'Da's mijn club', zegt hij. 'Dus daar wil ik alles over lezen. En ik wil vooral weleens weten waarom die zak van een voorzitter trainer Pulis heeft ontslagen!'

Rond het stadion van Chelsea zijn bij thuiswedstrijden zes verschillende fanzines te koop. Bij Arsenal vier. Maar ook bij Southend United (derde divisie) is de concurrentie groot: Roots Hall Roar, What's The Story, Southend Glory!, Shrimp Season en Shrimperlero vechten om aandacht. Zelfs in de donkerste krochten van het Engelse voetbal zorgen fanzines voor een zonnestraaltje: bij minstens 72 Non-League-clubs wordt er rond de wrakkige tribunes een te koop aangeboden.

Beter dan het gemiddelde programmaboekje en leuk voor in de rust. En, zo moet de conclusie na het lezen van een stuk of vijftien fanzines luiden: het barst rond de Engelse velden van het schrijftalent. En van het scheldtalent. De meeste fanzines houden er een aangename recht-voor-zijn-raap-mentaliteit op na.

Titel die over de ware liefde en toewijding aan the game geen misverstand laat bestaan: Sex & Chocolate Aren't As Good As Football, een van de fanzines van Premier League-nieuweling Sunderland.

'We zaten na een wedstrijd tegen Cambridge te praten, over wat voetbal voor ons betekent', zegt Mark Tearny (20), medewerker van S & CAAGAF. 'En toen kwamen we tot de conclusie dat het nog beter is dan seks en chocola. En wij zijn toch echt gek op seks en chocola. Toen we een half jaar later een titel zochten voor ons nieuwe fanzine, leek die verklaring ons een mooie naam.' Inmiddels worden er van elk nieuw nummer van Sex & Chocolate een kleine tienduizend verkocht.

De opkomst van de fanzines dateert uit de tweede helft van de jaren tachtig. Met het Engelse voetbal was het slecht gesteld. De ramp in het Brusselse Heizelstadion, waar in mei 1985 bij ongeregeldheden tussen fans van Liverpool en Juventus 39 doden vielen, had het weldenkende deel van de natie er definitief van overtuigd dat voetbaltribunes alleen nog werden bevolkt door tuig van de richel en ander rapalje. De clubs vonden dat trouwens zelf ook, en behandelden hun supporters daarom als vee.

De onvrede onder de fans die daaruit voortvloeide, leidde in januari 1986 tot de oprichting van een van de eerste fanzines: Off The Ball. 'Wij laten ons niet langer behandelen als idioten', schreef hoofdredacteur Adrian Goldberg in het eerste nummer. 'Wij zijn gewone supporters van gewone clubs, die het zat zijn in de pers te worden geportretteerd als imbecielen. Maar we zijn vooral kwaad dat we worden gemanipuleerd door heerszuchtige clubdirecteuren die, in hun gretigheid om onze sport te ''moderniseren'', te keer gaan als kippen zonder kop.' Het ongeveer tegelijkertijd opgerichte City Gent, voor Bradford City-fans, is nu het oudste nog bestaande fanzine.

Maar waarom fanzines? Waarom gingen fans die algemeen werden gezien als gewelddadige randdebielen die hun eigen naam niet eens foutloos op papier konden krijgen opeens zitten typen en kopiëren? 'Het fanzine was voor ons een bekend iets', zegt Mark Jensen, hoofdredacteur van The Mag, al elf jaar het grootste blad van Newcastle United. 'Ik ben van 1965, dus in de hoogtijdagen van de punk en de new wave-muziek was ik 12, 13.Je had toen in het hele land muziekfanzines. Het leek wel of iedereen de godganse dag zat te stencillen. Ripped and Thorn, Sniffin' Glue, dat soort blaadjes.'

In het Groot-Brittannië van begin jaren tachtig was er nóg een onderwerp dat de stencilmachine aan de praat hield: Margaret Thatcher. 'Naast de muziekfanzines had je de politieke fanzines', legt Jensen uit. 'Daarin werd hevig tekeergegaan tegen Thatcher.'

Politiek, popmuziek en voetbal gingen voor veel fans naadloos in elkaar over. Op alle fronten was beuken tegen het establishment de boodschap. Voetbal en pop smolten halverwege de jaren tachtig definitief samen dankzij de groep Half Man Half Biscuit, met het onvergetelijke en door Radio 1's dj John Peel grootgedraaide All I Want For Christmas Is A Dukla Prague Away Kit.

Dus toen Jensen en twee vrienden in de loop van 1988 echt woedend werden, omdat ze bij Newcastle United na Chris Waddle en Peter Beardsley ook Paul Gascoigne nog hadden verkocht, was het besluit een eigen fanzine op te richten niet meer dan logisch. Ze moesten hun kritiek per slot van rekening ergens kwijt. 'We schreven wel brieven naar de plaatselijk krant, maar die werden steeds ingekort. Als ze al werden geplaatst.' The Mag was geboren.

In januari 1988 waren er volgens When Saturday Comes in Groot-Brittannië 22 fanzines. Een jaar later waren het er 215. WSC is overigens zelf het beste voorbeeld van het succes van het fanzine-fenomeen. In maart 1986 verscheen het eerste nummer van WSC, een blad dat niet was verbonden met een bepaalde club, maar zich de miserabele toestand van het voetbal als geheel aantrok. De oplage bedroeg tweehonderd stuks, een nummer telde twaalf gekopieerde pagina's en kostte 15 pence.

NU is WSC uitgegroeid tot een serieus voetbaltijdschrift met een oplage van veertigduizend exemplaren, een full-time staf, een eigen boekenuitgeverij en WSC-merchandising. In de fanzine-wereld wordt het blad verweten dat het daarmee tot het establishment is gaan behoren, dat het de anarchistische trekjes van het ware fanzine is kwijtgeraakt.

WSC is middle-of-the-road geworden. En, zoals ze bij het Sunderland-fanzine It's The Hope I Can't Stand zeggen: 'Als andere fanzines middle-of-the-road zijn, dan liggen wij dronken in een greppel.' Gebeukt moet er worden!

'Het gaat er bij de fanzines vooral om dat de fans de kans krijgen hun stem te laten horen', zegt Mark Tearney van Sex & Chocolate. 'Wij zijn fan van Sunderland, maar Sunderland heeft absoluut niets over ons te zeggen. En we gaan er ook fors tegenaan, als er dingen gebeuren die ons niet bevallen. Maar wel altijd constructief. Nou ja, bijna altijd.'

Twee mensentypen dienen in de ogen van de fanzine-redacteuren met grote argwaan te worden gevolgd: voetbalbestuurders en voetbaljournalisten. Voetbalbestuurders, omdat ze het spelletje van de echte fans willen afpakken en de toegangsprijzen verhogen, omdat ze met megalomane plannen rondlopen en omdat ze de sterspelers verkopen. Jensen: 'Het bestuur van Newcastle kijkt naar de wedstrijden vanuit een VIP-box. In die box zit een knop, waarmee ze het geloei van de fans harder en zachter kunnen zetten. Is dat diep treurig, of is dat niet diep treurig?'

De kloof tussen bestuurders en fans is onoverbrugbaar geworden, vreest Mark Tearney. 'Daar hebben de fanzines ook niets aan kunnen veranderen. Welnee, de fanzines hebben geen enkele invloed. Sommige spelers lezen Sex & Chocolate, dat is alles. Ja, in een ideale wereld zouden wij de stem zijn van de fans en zijn de fans de club. In een ideale wereld wel ja.'

Door de media voelen de supporters zich al evenzeer in de kou gezet. Jensen: 'Die jongens van de kranten zitten tegenwoordig ook hoog en droog in een verwarmde persruimte. Die weten niet meer wat er onder de echte fans leeft. Alleen in de fanzines kun je nog lezen wat de fans over de sport denken. Wat daarin staat, komt allemaal recht uit het hart. De fanzines zijn het verlengde van de gesprekken aan de bar.'

De fanzines zijn de gebedenboeken van de gelovigen, tegenwoordig meestal in full-colour. Tearney: 'Sunderland betekent alles voor mij. Echt alles. Als we verliezen, ben ik kapot. Op een van de andere Sunderland-fanzines, A Love Supreme, staat de kreet We Worship In The Church Of Football. Dat zegt precies hoe ik erover denk.'

Die eredienst hebben we in Nederland ook wel, maar de gebedenboeken bijna niet. Waarom eigenlijk niet? Mooie namen genoeg.

Ik Kan Tractor Rijden!

De Knie Van Rinus Israel

Een Nul Achter Twee Een Voor

De Krankzinnige Man Met De Bijl

Zoon Van Een Scheidsrechter

Omhoog Met De Doodskist

Het Is Half Vier En We Staan Twee Nul Achter

Meer over