'Zonder helm op voel ik me vrijer'

Behalve een ongewoon groot aantal wereldtitels leverde het jaar 2005 een rijke oogst aan jong talent op. Sporters onder 20 jaar vertellen over hun doorbraak....

Snowboarden kende ik al van de televisie. Het zag er vrijgemakkelijk uit, het leek me een nog mooiere uitdaging danskiën. Zes jaar geleden waren we op wintersportvakantie inPolen. Snowboarden mocht ik nog niet van mijn ouders. Tegevaarlijk, vonden ze. Ik moest eerst leren skateboarden. Hetjaar erop mocht het wel.

Ik had het geluk dat dichtbij ons huis in Valkenswaard eenindoorbaan was. In het begin was het een spel. Maar een paar jaarlater ben ik fanatiek gaan oefenen.

Tijdens een wedstrijd heb ik slechts een handvol seconden voormijn trucs, de salto's, de rotaties om de as, het boardvastpakken en het draaien. Ik word door een jury beoordeeld.

Angst voor pijn heb ik niet, hoewel ik alles in mijnbovenlichaam al heb gebroken. Twee keer mijn rechterpols, en, netnadat ik een polsbeschermer was gaan dragen, iets daarboven mijnrechterarm, een aantal ribben, mijn sleutelbeen twee maal. Verderis er een ruggenwerveltje ingedrukt geweest en is er een stukjevan mijn schouderblad af.

O ja, en mijn arm is al een keer of vijftig uit de komgeschoten. Ik mag wel zeggen dat ik tamelijk bekend ben in hetziekenhuis in Utrecht, waar ik meestal revalideer.

Aan mijn hoofd heb ik nooit grote beschadingingen opgelopen,op een paar hersenschuddinkjes na. Ik moet in de wedstrijden eenhelm op. Maar liever draag ik er geen, dan voel ik me vrijer.

Nu ik na mijn laatste blessure, een gebroken sleutelbeen, weerin training ben, doe ik het iets rustiger aan. Anders ben ik, netals dit jaar, meer uit dan in de running.

Mijn trainer/coach Tor Svensson zegt altijd dat het beter isom wel veel, maar iets minder grote stappen te zetten. Maar ja,ik ben ongedurig, dan gaat het wel eens mis.

Met slalom heb ik weinig. Dat is niet erg spannend, vind ik.Skispringen lijkt me wel wat, misschien ga ik dat later nog eensdoen. Maar laat mij maar half pipe en vooral big air rijden. Datlaatste onderdeel is veel leuker, al is het niet olympisch.

Je wordt als het ware gelanceerd vanaf een schansje. Je komthoger en je kunt meer trucs doen. Ik word niet voor niets TheFlying Dutchman genoemd. Het mooiste is natuurlijk snowboardenin de bergen, in een hal zit je altijd met dat dak.

Eigenlijk ben ik fullprof. Ik heb de A-status van NOC*NSF eneen materiaalsponsor, en af en toe verdien ik wat in dewedstrijden. Maar dan moet je heel goed zijn. En je kunt maarvijf maanden per jaar scoren natuurlijk.

Ik heb het geluk dat ik nog thuis woon. Mijn vader heeft eenoude, tot camper ongebouwde, bus. Ik heb nu zelf mijn rijbewijs,zodat we elkaar op die lange trajecten naar de sneeuw mooi kunnenafwisselen. Dat ding gaat niet harder dan tachtig namelijk.

Ik heb mijn havo-diploma gehaald, maar een voorbeeldigeleerling was ik zeker niet. Eerder de wereldkampioen ziek melden.Maar als ik dan weer op school zat met een gebruinde kop of metgebroken botten, dan wisten ze het wel.

Ik wilde doorgaan naar het vwo op dezelfde school, maar datvond de leiding toch niet zo'n goed idee. Als ik aanwezig was,was ik weer te aanwezig, zeiden ze. Geen goed voorbeeld dus. Datis het ongedurige weer in mij. Dus richt ik me nu maar op hetsnowboarden.

Ik stond eind vorig seizoen zeventiende op de wereldranglijst.Daarom mag ik automatisch aan alle komende World Cup-evenementenmeedoen. Zoals in Klagenfurt, Winterberg, Milaan en St.Petersburg. Die laatste wedstrijd zullen we de bus waarschijnlijkthuis laten. En ik neem deel aan Europa Cup-wedstrijden eninvitatietoernooien. De WK zijn pas in 2007.

Ik krijg nu een appartementje in Innsbruck. Een vriendin hebik niet. Maar als ik er een zou hebben, kan ze beter eenOostenrijkse zijn, denk ik.

Meer over