Formule 1GP Miami

Zon, strand en nepwater: hoe de F1 via Miami nu écht de VS wil veroveren

Steevast was de liefde tussen de Formule 1 en de Verenigde Staten eenrichtingsverkeer. Na ruim zes decennia lijkt daar nu verandering in te komen. Komend weekeinde racet de F1 voor de allereerste keer in Miami. Vallen de Amerikanen eindelijk voor de koningsklasse?

Lennart Bloemhof
Een Formule 1-wagen is uitgestald in de buurt van het stadion van de Miami Dolphins. Beeld AFP
Een Formule 1-wagen is uitgestald in de buurt van het stadion van de Miami Dolphins.Beeld AFP

Er is niets aan het toeval overgelaten om van de race in het zuidelijke puntje van Florida een succes te maken. Het tijdelijke circuit is aangelegd op de parkeerplaats rond het stadion van American footballclub Miami Dolphins. De circuitontwerpers werkten liefst 36 varianten aan rondjes om het stadion uit, voordat ze tevreden waren.

De parkeerplekken zijn weggepoetst met duizenden liters azuurblauwe verf. Er is een gigantische strandtent opgebouwd en de baan beschikt zelfs over een nepjachthaven inclusief nepwater, waarop de afgelopen dagen volop werd gepersifleerd op sociale media.

De kunstgrepen ogen misschien koddig voor de buitenstaander. Voor de Formule 1 zijn het vooral lessen uit het verleden. Zo werd er begin jaren tachtig al eens geracet op de parkeerplaats van het Caesars Palace-hotel in Las Vegas. Er was amper iets gedaan om het gevoel van een parkeerplaats weg te nemen, met als gevolg een sfeerloze race die na twee edities alweer was verdwenen.

Kabelbaan

In Miami mag er vooral niets saai zijn. Als er niet wordt geracet, zijn er concerten van bekende deejays of bands. Er is een wandelroute die leidt langs tal van eetkramen, barretjes en uitkijkpunten. Ook loopt er een kabelbaan over een deel van het asfalt, waar de auto’s met 300 kilometer per uur onderdoor schieten.

De opzet doet enigszins denken aan de andere F1-race in de VS, in Austin. Sinds de eerste editie tien jaar geleden is die GP langzaam getransformeerd in een meerdaags festival, waarbij megaconcerten van popsterren de grote publiekstrekker zijn.

De race in Miami is perfect afgestemd op de Amerikaanse sportbeleving, waarbij vermaak naast het circuit minstens zo belangrijk is als wat er op het asfalt gebeurt. ‘Het zal in ieder geval een grote party worden’, zegt Arie Luyendijk (68) aan de telefoon vanuit de VS. Als tweevoudig winnaar van de iconische Indianapolis 500 (in 1990 en 1997) kent hij de Amerikaanse sportfan.

Nepwater en een nepjachthaven; het kan allemaal bij de GP in Miami. Beeld REUTERS
Nepwater en een nepjachthaven; het kan allemaal bij de GP in Miami.Beeld REUTERS

Hij begrijpt wel waarom de Formule 1 naar Miami trekt. Binnen de VS staat de stad bekend om zijn uitgelaten karakter dankzij de sterke invloeden vanuit Latijns-Amerika. ‘Dus het wordt sowieso een gezellige boel.’

Buiten de VS heeft Miami door de beroemde art-decogebouwen en de brede stranden van South Beach het glamourimago waarmee de Formule 1 graag geafficheerd wil worden. ‘Dus je zult ongetwijfeld veel helikoptershots zien’, zegt Luyendijk. Verder rekent hij op tribunes vol expats en toeristen. ‘Kiezen voor een stad als Miami is slim. Dat is zo’n plek op de wereld waarvan mensen zeggen dat ze er ooit eens naartoe zouden willen. Zo’n race verlaagt dan de drempel’, zegt Luyendijk.

Onaangeroerde goudmijn

Miami past perfect in het zorgvuldig uitgestippelde plan van het Amerikaanse mediaconglomeraat Liberty Media – sinds 2017 eigenaar van de Formule 1 – om populairder te worden in de VS. Amerika is voor de Formule 1 altijd een relatief onaangeroerde goudmijn geweest. De auto-industrie is er groot en de sportgekke Amerikanen vormen de lucratiefste sportmarkt van de wereld.

De grillige historie van de raceklasse in de VS leert alleen wel dat de sport zichzelf niet automatisch verkoopt in het land. Direct in het allereerste Formule 1-seizoen in 1950 werd de VS al aangedaan. De Indianapolis 500 telde in die beginjaren mee voor het kampioenschap. Zelden schreven Formule 1-coureurs zich alleen in voor die wedstrijd, die ver van F1-bakermat Europa lag.

Dat veranderde toen de Formule 1 in 1959 voor het eerst zijn ‘eigen’ circuit kreeg in de VS, in Sebring, en de eerste officiële Grand Prix van Amerika werd verreden. In de decennia daarna volgden nog tal van wedstrijden op net zoveel circuits; Miami is alweer het elfde Amerikaanse Formule 1-circuit. In 1982 stonden er zelfs drie races in de VS op de kalender. En passant lauwerde de sport twee Amerikaanse wereldkampioenen (Phill Hill, 1961 en Mario Andretti, 1978).

Het bleek allemaal niet genoeg om diep in het hart van de Amerikanen te komen. Die hadden een duidelijke voorkeur voor stockcarraceklasse Nascar en de Formule 1-achtige Indycar, de twee ‘eigen’ raceklassen die volledig zijn toegespitst op Amerikaanse racefans.

In 2005 leek de laatste kans hen te veroveren verkeken. Bij de race in Indianapolis startten dat jaar slechts zes van de twintig auto’s. De rest weigerde mee te doen; zij reden met onveilige banden van fabrikant Michelin en de teams werden het niet eens over een oplossing.

Bierblikjes op asfalt

De 200 duizend verbouwereerde Amerikanen op de tribunes joelden en gooiden uit woede bierblikjes op het asfalt. Ze zagen hun twijfel over de F1 bevestigd: een ontoegankelijke sport, die zijn fans op de laatste plaats had staan.

Dat fiasco wegspoelen stond hoog op de agenda bij Liberty Media nadat het de sport had gekocht in 2017. Zo’n beetje op zijn eerste dag haalde toenmalig commercieel directeur Sean Bratches banden aan met documentairemakers. Hij stelde ze ongebreidelde toegang achter de schermen bij races in het vooruitzicht.

Bratches had decennia gewerkt bij sportnetwerk ESPN en kende de sportkijker in de VS goed. Een nieuwe blik op de normaal zo gesloten Formule 1 zou hen op een andere manier kennis laten maken met de sport. Het mondde uit in Netflix-serie Drive To Survive. Daarin draait het nauwelijks om het racen zelf. De show zoomt in op het persoonlijke leven van coureurs en teambazen, dramatiek en de jetsetwereld rond de Formule 1.

Max Verstappen werkt sinds het tweede seizoen niet meer mee, omdat hij vindt dat er te losjes met de werkelijkheid wordt omgesprongen door de makers. Het lijkt de kijker niet te deren. Hoewel Netflix zelden kijkcijfers deelt, is het geen geheim dat de serie vanaf het eerste seizoen in 2019 een van de toppers van het streamingplatform is.

Arie Luyendijk hoorde de afgelopen jaren in zijn omgeving geregeld kennissen over Formule 1 beginnen, bij wie hij eerder nooit enige affiniteit had bespeurd. ‘Allemaal zeiden ze Drive To Survive te kijken. Je bereikt er mensen mee die anders nooit een Formule 1-race zouden kijken.’

Slimme serie

En daar zit de VS vol nog altijd mee, zegt Luyendijk, die onderstreept dat de serie slim inspeelt op wat Amerikanen interesseert. ‘Neem bijvoorbeeld de bedragen die rondgaan. Dat spreekt ze aan. Amerikanen houden van gooien met cijfers en de Formule 1 heeft genoeg om mee te smijten.’

Sinds het eerste Drive To Survive-seizoen stijgt het aantal F1-volgers in de VS rap. ESPN, dat de races in de VS uitzendt, zag het aantal kijkers vorig jaar met meer dan de helft toenemen naar gemiddeld 934 duizend kijkers per race. De opening van dit seizoen in Bahrein trok 1,3 miljoen kijkers, waarmee het de best bekeken F1-race op ESPN was sinds 1995.

Met name het laatste half jaar trekken de raceklasse en Amerika als magneten naar elkaar toe. De GP in Austin verwelkomde eind oktober 400 duizend fans over drie dagen. Dat was een toeschouwersrecord voor de Formule 1.

Het aanbrengen van de sponsorlogo's. Beeld AFP
Het aanbrengen van de sponsorlogo's.Beeld AFP

De groeiende populariteit maakt de sport commercieel interessanter voor Amerikaanse bedrijven. Zo verbond softwarebedrijf Oracle zich begin dit jaar voor naar verluidt een half miljard euro aan Red Bull als titelsponsor. Ook renstallen als McLaren (Google) en Ferrari (Qualcomm) en Aston Martin (Cognizant) strikten recent Amerikaanse sponsoren.

Met de races dit jaar in Miami en Austin is het voor het eerst sinds 1984 dat er twee GP’s in de VS in een seizoen worden gehouden. Vanaf volgend jaar zijn het er zelfs drie; eind maart werd bekend dat de GP van Las Vegas terugkeert. En dan niet op een hotelparkeerplaats, maar op een circuit dat is getekend over de befaamde Strip.

Nooit de grootste sport

Of de Formule 1 nu écht Amerika aan het veroveren is? ‘Dat vind ik nogal een groot statement’, zegt Arie Luyendijk. Hij pleit voor realisme. Autosport zal nooit de grootste sport van het land worden, legt hij uit. ‘Ze kijken hier voornamelijk American football, honkbal of basketbal. Daar groeien ze op school mee op. Racen staat voor Amerikanen verder van hun bed, omdat kinderen daar op jonge leeftijd zelden mee in aanraking komen.’

Er is dus een limiet aan het aantal sportfans dat überhaupt te veroveren is. Daarnaast zal de F1 het in de VS altijd afleggen tegen Nascar, zegt Luyendijk. ‘Dat is de populairste klasse hier en dat zal waarschijnlijk ook altijd wel zo blijven, omdat het zo’n American sport is. Zo’n beetje iedereen daarin is Amerikaan.’

Dat geldt niet voor de Formule 1. Alexander Rossi was in 2015 de laatste Amerikaanse coureur en Mario Andretti was in 1978 de laatste Amerikaanse racewinnaar.

Luyendijk erkent dat het ‘enorm’ kan helpen als een Amerikaan ooit in een topauto belandt, ‘want met tien Amerikanen in middelmatige auto’s schiet het nog niet op’. Hij acht die kans alleen klein, omdat talentvolle Amerikaanse rijders liever kiezen voor een lang raceleven in de VS dan voor een onzeker avontuur in de Formule 1.

Vanwege zijn werk als steward bij Indycar-races is Luyendijk goed op de hoogte van het racetalent in de VS. Neem Colton Herta (22), die op zijn 18de debuteerde in Indycar en al zes races won. ‘Hij zou prima kunnen meekomen in de Formule 1. Maar je ziet dan toch dat die jongens liever vijftien jaar Indycar rijden.’

Meer over