ZOMER (1)

Het is zaterdag en het is warm in Herpen. Zeven mannen met platte aluminium kisten zijn onderweg naar een stenen schuur die tegen een grote loods is aangeplakt....

Piet Schriks, Jan den Ouden, Willy Schuppers, Piet Bongers, Harry van de Wielen, Joop van Erp en Willy van Genen heten ze. Koerende kisten zijn het die ze dragen en die bij aankomst voorzichtig opgestapeld worden.

We zijn in het inkorflokaal van postduivenvereniging De Zwaluw (45 leden). Waarom heet een duivenvereniging De Zwaluw? De vrouw van secretaris Van Genen vindt het ook al zo raar, maar Willy heeft niet kunnen achterhalen hoe de vereniging veertig jaar geleden aan haar naam is gekomen.

De aanwezige leden halen hun schouders op: wat doet het er eigenlijk toe? Wat er toe doet is de vlucht van morgen, vanuit Creil onder Parijs. Vandaag worden de duiven ingekorfd. Er heerst een bijna sacrale sfeer in het voormalige kolenhok van de boerenbond. Dit is een zaak van groot gewicht: hier wordt geadministreerd. Nummers van gummi- en aluminium ringen komen op lijsten en krijgen voor de buitenstaander geheimzinnige codes.

Nog meer leden brengen duiven. Kleine pootjes worden behendig gevangen tussen wijs- en middelvinger van een grote hand die een kom vormt rond de duivenborst. Even wordt de vogel keurend omhoog gestoken, dan verdwijnt hij met een snelle beweging - schuifje open, schuifje dicht - in de korf die voorzien is van het verenigingsnummer 2168.

Om half twaalf komt de zestientonner met oplegger. 'Postduivenvervoer Oost-Brabant' staat erop. Vanavond vertrekt de truc met de korven van de verenigingen uit de regio naar Frankrijk.

In een zaaltje boven Café Sports worden de klokken verzegeld. Je kunt kleine bedragen inzetten op je eigen duiven. Nee, het gaat hier niet om prijzengeld. Hier gaat het om de sport, om de vaantjes, om de bekers. Om de spanning op zondagmiddag bij het hok: 'Je ziet ze komen, de vleugels bij elkaar trekken en als een kogel op de klep vallen.'

De gummiring stopt de klok en dan is het afwachten of je bij de besten bent.

Nationaal worden er wel grote prijzen gevlogen, auto's bijvoorbeeld. Duiven die belangrijke prijzen hebben gehaald, de toppers, verdwijnen naar het Verre Oosten en Amerika, weten ze. De duurste heeft wel 250 duizend gulden opgebracht.

In de winter, als er niet gevlogen wordt, is het op verenigingsavonden tijd voor duivenmelken. Daar hoeven de duiven zelf niet bij te zijn, want melken dat is kletsen. 'Zet twee liefhebbers bij elkaar en het gaat nooit ergens anders over.'

Als 10-jarige jongen had ik zelf ook postduiven. Niet van die tuttige sierduiven, maar sterke snelle vliegers. Vier had ik er op mijn verjaardag gekregen. Draaiend, stampend, knikkend en koerend maakten de doffers de duivinnen het hof, alvorens ze te bespringen voor een fladderende paring. Op het laatst had ik er wel twintig. Toen zijn we verhuisd.

De laatste tien jaar word ik af en toe wakker uit een droom: ik kijk in het duivenhok van toen en zie kleine kleverige bruine vogelmummies in hun eigen poep liggen.

Het duurt even tot ik helemaal wakker ben en mezelf geruststel: nee, we hebben ze natuurlijk verkocht of weggegeven aan mijn buurjongen Henri.

Maar ik weet het niet zeker.

Meer over