Zo vocht Noorwegen zich terug in de schaatstop

Twintig jaar na de 1.500-metertitel van Ådne Søndrål heeft Noorwegen weer olympisch schaatsgoud veroverd. Eind vorig jaar schreven we al dit stuk over de wederopstanding van het schaatsen in Noorwegen.

Sindre Hendriksen (voorgrond) en Sverre Lunde Pedersen op weg naar de derde en eerste plaats op de 1.500 meter in Stavanger.Beeld Reuters

Na de 'dubbel' van sprinter Havard Lorentzen op vrijdagmiddag, die binnen twee uur de 500 en de 1.000 won, kwam het succes als het ware op bestelling. Sverre Lunde Pedersen, een kleine krachtpatser, won met een fenomenaal vlak gereden schema het koningsnummer, de 1.500 meter. Er was brons voor zijn landgenoot Sindre Henriksen.

Hoe moest dit kleine wonder worden geduid? Als het resultaat van hard en lang werken, sprak Pedersen, de jeugdwereldkampioen van 2011 en 2012. 'We hebben tijd nodig gehad om een nieuwe generatie te bouwen. Deze ploeg komt voort uit de juniorenlichting 2011-2012. Toen waren we echt goed. Dit jaar hebben we meer op kwaliteit dan op volume getraind.'

Reus 'Svenriksen'

Henriksen, de reus die wegens zijn gelijkenis met de Nederlander Kramer de bijnaam 'Svenriksen' draagt, viel hem bij. 'We waren al best goed, maar dit is echt crazy. Eerste en derde op de 1.500. De mensen in Noorwegen willen dit zo graag. Vorig jaar was niet goed, maar we zijn geduldig gebleven. Het gaat om hard werken en een goede mentaliteit hebben. Daar worden we nu voor beloond.'

Het Noorse schaatsen lag jarenlang op de rug. De tijd van de vier S'en (Stensjemmet, Stensen, Sjöbrend en Storholt, in de jaren zeventig van de vorige eeuw) en die van het trio Karlstad (olympisch goud in 1992), Koss (viermaal goud, in 1992 en 1994) en Söndral (in 1998 de laatste Noorse winnaar van goud) was vergane glorie. Havard Bøkko, het allergrootste talent, was mentaal niet hard genoeg om plaaggeest Sven Kramer partij te bieden. De neergang van Noorwegen was zeer hardnekkig.

80 gouden medailles heeft Noorwegen veroverd sinds het begin van de Winterspelen in 1924. Alleen Nederlandse schaatsers wonnen meer hoofdprijzen: 105 maal.

De Amerikaan Peter Mueller, een brutale kerel met stevige teksten, kreeg zijn rijders niet op gang. Hij werd als hoofdcoach weggestuurd na een kwestie met schaatsster Maren Haugli die nu de sociale media gehaald zou hebben als een gevalletje #metoo. Johann-Olav Koss, de olympische legende, coachte bij de Spelen van Vancouver (2010). Het had geen effect. Hij werd opgevolgd door Jarle Pedersen, de zachtaardige vader van Sverre Lunde.

Pedersen senior kreeg het land over zich heen toen hij bij de Olympische Winterspelen van Sotsji (2014) zijn Noorse schaatsers terugtrok voor de te veeleisende 10 kilometer. Hij focuste zich op de ploegenachtervolging, maar dat werd hem, na een gemiste medaille, niet in dank afgenomen. De schaatstraditie van Noorwegen is gebouwd op de grote 10-kilometermannen Andersen, Johannesen, Maier, Guttormsen, Karlstad, Storelid en Koss. Het was vloeken in de kerk wat Pedersen deed.

Bijna vier jaar later heeft de schaatssport het wak verlaten, was de conclusie na de wereldbeker in Stavanger. De jonge coach Sondre Skarli heeft een teamsfeer weten te scheppen. Hij heeft veel baat bij het drietal uit Bergen, van schaatsclub Fana IL: Pedersen, Henriksen en Lorentzen. Ze zijn even oud, ze kennen elkaar al van 8-, 9-jarige leeftijd. Zij vormen de as van het nieuwe Noorse schaatsen.

Havard Lorentzen na zijn winst op de 500 meter.Beeld EPA

Lorentzen debuteerde in het verleden in de wereldbeker op de 5 kilometer en maakte in Sotsji deel uit van de ploegenachtervolging. Maar nu is hij een sprinter die door de andere grootheden gerespecteerd wordt. Hij werd tweede bij de WK sprint van vorig seizoen, ingeklemd tussen de Nederlanders Kai Verbij, Kjeld Nuis en Ronald Mulder.

Zijn kwaliteit ligt meer bij de 1.000 meter dan de 500 meter. Maar zijn doel, sprak Lorentzen dit weekeinde, is olympisch goud veroveren op de kortste afstand. In 1968 won Noorwegen die voor het laatst. Magne Thomassen deelde die medaille destijds met de Amerikaan McDermott.

De wederopstanding van het Noorse schaatsen wordt grotendeels toegeschreven aan de rol van Jeremy Wotherspoon. De Canadese wonderschaatser van weleer begeleidt de sprinters, met Lorentzen en zijn vrouwelijke tegenvoeter Hege Bøkko als voorname pupillen. Lorentzen, lang en slank, lijkt in zijn stijl op Jeremy Wotherspoon, die vele jaren het wereldrecord op de 500 meter in handen had. De stijl van de Noor is afgekeken van de praktijkman uit Red Deer.

20 jaar geleden veroverde Noorwegen voor het laatst een gouden olympische schaatsmedaille. In 1998 won Adne Sondral goud op de 1.500 meter, voor Ids Postma.

Mentale training

Wotherspoon, die ooit een sabbatsjaar nam met een verblijf op een Noors visserschip, kreeg veel lof toegezwaaid in Stavanger. Lorentzen zei altijd tegen hem te hebben opgekeken. 'Jeremy is van grote invloed op mijn schaatsen. Hij heeft me erg geholpen met de dagelijkse training, de planning. Hij helpt me niet alleen technisch maar ook met de mentale kant van het schaatsen. Hoe je kalm blijft als je in het laatste paar moet starten en de ene na de andere toptijd ziet passeren. Hoe je aan zelfvertrouwen komt.'

Met dat zelfvertrouwen zit het na een fraai Noorse schaatsweekeinde wel goed. Rond Kerst en Nieuwjaar, als de Nederlandse concurrenten hun olympische kwalificatie (OKT) afwerken, kunnen de Noren een lang trainingskamp houden. Noren kennen geen kwalificatietoernooi.

Het grote doel voor Pyeongchang 2018 is en blijft de ploegenachtervolging. Noorwegen heeft met Pedersen, Henriksen en Bøkko een sterke formatie en rekent op minimaal zilver. Dat moet de opmaat zijn tot een verbeterd schaatsklimaat in het land. Bij weer een desastreus verlopen olympisch toernooi zullen financiën geschrapt worden. Het grote sportgeld in Noorwegen gaat al vele jaar naar crosscountry, biatlon en alpineski. Schaatsers staan niet meer op de voorpagina. Behalve dan ineens na dit weekeinde.

Meer over