Zelfs De Jongh tart wielerlogica

Dat Steven de Jongh gisteren Kuurne-Brussel-Kuurne won, dat was logisch. Dat had een beetje wielerkenner kunnen en durven voorspellen. Het was bitterkoud, de kilometerteller ging niet over de tweehonderd en de strijd werd beslist na een sprint van een kopgroepje....

In het Vlaamse openingsweekeinde werd er serieus getornd aan de wielerlogica. In een sport waarin de legendes hun status ontlenen aan de strijd tegen de elementen, hielden de helden in spé zaterdagochtend voor 't Kuipke in Gent tot ieders verbazing de voeten aan de grond. Sneeuw en gladheid hadden het parcours van de openingsklassieker, de Omloop Het Volk, geteisterd.

Het was zelden vertoond. Slechts twee keer (1971 en 1986) in 59 edities werd de openingsklassieker afgelast door slechte weersomstandigheden. Maar zo bar als destijds was de winter zaterdag bepaald niet. Door zo weinig tegenslag zou een ware Flandrien zich ook niet laten weerhouden. Maar de mythe legde het af tegen de ratio.

Als ze hadden gekoerst, zou de ramp niet te overzien zijn geweest, dramatiseerde De Jongh. 'Crossers kunnen het in smeltwater amper een uur volhouden, vijf uur koersen was een pure ellende geworden.'

En toch was hij zaterdag graag gestart. Of zoals één van zijn collega's het verwoordde: 'Hier hebben we vier maanden voor gewerkt. Dan ga je toch niet naar het weerbericht kijken zeker.'

Waar provinciegenoot Matthé Pronk voor de start van Kuurne-Brussel-Kuurne drie paar handschoenen over elkaar aantrok uit angst voor de vrieskou, deed De Jongh het als voormalig schaatser met opgestroopte mouwen en de traditionele valhandschoentjes. 'Ik heb nooit last van de kou en krijg er moraal van als ik collega's verkleumd op de fiets zie zitten', sprak de Noord-Hollander zonder gevoel van compassie.

Hij kreeg in het peloton voldoende bijval. Rieën moesten ze, klonk het in het West-Vlaams. Wat moesten de renners anders doen? Met een deken voor de kachel kruipen?

Renners zijn doorgaans goed te begrijpen. Ze redeneren eenvoudig. De Omloop Het Volk uitstellen, dat gaat niet. Want er is in een seizoen maar één openingswedstrijd.

Andersom gaat dat eenvoudiger. Als de Omloop geen openingsklassieker is, dan Kuurne-Brussel-Kuurne maar. Want een fiets is een fiets en de Vlaamse Ardennen zijn in elke koers even hoog. 'Zeven of vijftien bergjes, dat maakt niet uit', zei Jo Planckaert. 'De beste zal één keer meer demarreren dan de rest.'

Het ging zaterdag pas goed mis toen de nieuwe generatie haar zegje mocht doen. De grote Vlaamse wielerhoop, Tom Boonen, vond het helemaal geen weer om te koersen. 'Slecht weer maakt een koers harder, zeggen de kenners. Want een onzin! De toptien blijft de toptien, hoe het weer er ook uit ziet.'

Het is het nieuwe realisme in de wielersport en ze doet de oude wielerlogica geweld aan. De winnaar maakte zich er gisteren zelf ook schuldig aan.

Voor nieuwe ploegleiders rijden renners gewoonlijk de stenen uit de straat om in het gevlei te komen, zo luidt een wielerwet. Het zou verklaren waarom er door de Rabobankploeg dit seizoen al zeven keer werd gewonnen.

Erik Breukink en Frans Maassen schromen als nieuwe ploegleiders niet om de renners te complimenteren met hun goede optreden. 'Normaal moesten we daar een half jaar op wachten', zegt Maarten den Bakker, in Kuurne gisteren achtste.

'Het is niet zo dat we niet meer kunnen fietsen als we geen schouderklopje krijgen, maar ze praten meer met de renners. Ze weten wat er leeft en speelt. En zo komt een renner makkelijker los.'

Maar wat zei Steven de Jongh gisteren in Kuurne nadat hij Paolo Bettini en Gerben Löwik had verslagen in de eindsprint? 'Er is in de ploeg weinig veranderd. We kennen elkaar door en door. Ik merk niets van een andere sfeer. Vorig jaar was ik op dit tijdstip ook zo gemotiveerd.'

Er werd in die periode net zoveel champagne gedronken als dezer dagen. Het marcheerde onder leiding van manager Jan Raas en ploegleider Theo de Rooij zelfs zo goed dat de kenners optimistisch concludeerden dat de Rabobankploeg op de fameuze Raleigh-trein begon te lijken.

Na de overwinningen van Michael Boogerd in de Brabantse Pijl en van Steven de Jongh in de E3-prijs Harelbeke viel de motor stil. Zelfs in de Tour de France kreeg niemand die nog aan de gang. De Jongh: 'Alleen als er gewonnen wordt, is de sfeer goed en is iedereen bereid een stapje extra te doen.'

Dat klonk niet logisch, zoals het ook niet logisch was dat de dertigjarige De Jongh gisteren in Kuurne won. Als de Omloop Het Volk zaterdag namelijk niet zou zijn afgelast, had hij een dag later niet eens aan de start gestaan van de nieuwe openingsklassieker van het wielerseizoen 2004. De Jongh had er geen probleem mee dat hij de wielerlogica voor een keer niet had begrepen.

Meer over