ReportageFC Emmen

Zeker op eigen veld loopt Emmen als een tierelier

Miguel Araujo salueert naar het publiek nadat hij FC Emmen op 1-0 heeft gezet. Beeld null
Miguel Araujo salueert naar het publiek nadat hij FC Emmen op 1-0 heeft gezet.

Het gaat Emmen voor de wind. De selectie is dit seizoen versterkt met een cohort buitenlandse spelers, de fans komen, de begroting is naar boven bijgesteld en er wordt gesproken over een nieuw stadion. Drenthe heeft het betaald voetbal omarmd. 

Coverband De Moeflons zweept de boel nog eens op met Viva Hollandia in het krakerige, krap bemeten, propvolle businesscafé van Emmen. Het gaat richting 22.00 uur, Emmen - Willem II is al ruim anderhalf uur afgelopen, maar niemand wil weg, hoewel buiten grote carnavalstenten lonken. Willem II presteert buitenshuis dit seizoen uitstekend, het won al bij Ajax en AZ. Maar op het scorebord prijkt tot diep in de zaterdagnacht: 4-2.

Emmen, werkend met de vijftiende begroting van de eredivisie, is thuis schier onverslaanbaar. Alleen PEC won op De Oude Meerdijk, PSV en Feyenoord kwamen met een gelijkspel met de schrik vrij. De degradatieplaatsen raken steeds verder uit zicht, hoewel Emmen op verplaatsing pas drie punten pakte. In Europa is er haast geen club met zo’n groot contrast in uit- en thuisduels.

In een hoekje nippen de twee Peruaanse met gouden sieraden en tatoeages behangen Emmen-spelers Miguel Aurajo en Sergio Peña aan een biertje en tikken ondertussen driftig op hun telefoon. Ze worden gade geslagen door de plaatselijke in trainingspakken gestoken jeugd, slechts een enkele durfal vraagt om een handtekening.

Het is een exotenbal dit seizoen bij Emmen. Waar in voorgaande decennia slechts een verdwaalde Fin of Duitser op de selectiefoto stond, telt de selectie liefst 14 nationaliteiten. Peña en Araujo staan op het scoreformulier, net als de Serviër Luka Adzic en geboren Tilburger Michael de Leeuw, die Chicago (!) een jaar geleden verruilde voor Emmen en daar nog geen moment spijt van heeft. ‘Deze club blijft groeien.’

Coach Dick Lukkien bedankt na afloop driemaal het publiek voor het enthousiasme en constateert: ‘Er is echt magie aan het ontstaan aan de Oude Meerdijk.’

Ontsnapt aan faillissement

Wie had dat gedacht. Driemaal ontsnapte Emmen aan een faillissement, in een vaak halfleeg, aardedonker, stil stadion werden de eerstedivisiepotjes afgewerkt. Plotsklaps was daar de promotie via de play-offs in 2018. En nu lonkt zelfs de middenmoot, ook in structureel opzicht. Binnen twee jaar verwacht redder, voorzitter, sponsor, onbezoldigd interim-algemeen directeur, spelersbemiddelaar, optimist en spreekbuis Ronald Lubbers dat er een nieuw stadion is verrezen met plek voor ruim 10.000 Drenten en mét de mogelijkheid tot uitbreiding.

Vervliegt daarmee niet de magie? De sfeer is bijna spookachtig te noemen op De Oude Meerdijk door de slecht verlichte vakken waarvandaan heel hard ‘Emmuh’ wordt geroepen. De reclameborden zijn antiek, vloeren piepen en er wordt lucht geblazen in een pop in Emmen-tenue die je tien jaar geleden al niet meer in andere stadions zag.

‘Het is allemaal zwaar verouderd en gedateerd’, zegt Lubbers als hij een uur voor het treffen is gaan zitten op een gammele, witte stoel in het Emmen museum; een halletje met wat ingelijste krantenartikelen, foto’s en vaantjes dat tevens dienst doet als mixed zone. ‘Maar dit stadion heeft ook iets. De mensen zitten bovenop het veld, dat doet iets met die spelers.’

Volgens Lubbers was de internationale kwaliteitsimpuls noodzakelijk. Het tweede seizoen na promotie is vaak lastiger. ‘Tegenstanders onderschatten je in het eerste seizoen. Ze vinden het een kut-eind rijden, want vanaf Meppel zie je alleen nog bomen.’

Plus de intrinsieke motivatie van eigen spelers die willen bewijzen heus geen lachertje te zijn. ‘Maar sommigen zaten aan hun plafond. Dus hebben we anderen gehaald.’

Dure grap

Hoe betaalt Emmen dat? Alleen al de twee Peruanen kosten bij elkaar negen ton aan salaris, daar niet-EU-spelers minimaal 4,5 ton moeten toucheren. De oplossing: vorige clubs hoesten een deel op in ruil voor een doorverkooppercentage. Voor de rest zijn er veel huurlingen, waarvan Emmen op bijvoorbeeld vijfvoudig Turks international Kerim Frei, een sensatie tot op heden in 2020, een optie tot koop heeft.

Lubbers, groot geworden in de logistiek en het vastgoed, geeft toe: ‘Er is geen club in de eredivisie waarbij zoveel betaald wordt aan spelers in verhouding tot het kantoorpersoneel. Het kraakt hier ook figuurlijk, er is te weinig ruimte in het stadion, te weinig fte’ers voor al het werk. Je moet elkaar goed in de gaten houden. De financiële man is zo enthousiast, die moet je soms naar huis sturen anders gaat-ie nooit. Tja, als mijn vrouw drie weken op vakantie gaat, ga ik na een weekje ook weer naar het stadion.’

Dat zit steeds vaker vol, vanuit het Drentse zakenleven groeit het enthousiasme onstuimig waardoor de begroting is opgeschaald van 5,7 naar 8,2 miljoen. ‘We hebben de Drent eindelijk binnen, nu willen we hem niet meer loslaten, samen doorgroeien.’

Dat blijkt later. Wie döt mij wat vandage, zingt Daniël Lohues, lang het enige Drentse uithangbord. Wie doet mij wat vandaag. Dat gevoel is bijna tastbaar. Araujo salueert voor de fans nadat hij koppend de 1-0 heeft aangetekend. Frei dolt Willem II-back Nieuwkoop met een panna achter zijn standbeen op de achterlijn. De Belgische centrumverdediger Michaël Heylen geeft Virgil van Dijk-achtige dieptepasses. Peña is de patron op het middenveld waarbij Willem II’s toptalent Ndayishimiye volledig ondersneeuwt. Bij elk hoogstandje springen de Emmen-fans enthousiast uit hun stoelen.

Feitelijk heeft de clubleiding geprofiteerd van het Drentse ‘minderwaardigheidscomplex’, is de analyse van Lubbers. ‘Als je hier vandaan komt en je doet drie leuke dingen dan gaat je kop eraf, omdat je te veel aandacht trekt. Als je van buiten komt dan hoef je maar een mooi ding op je cv te hebben en de rode loper gaat uit.’

Meer over