Wuivend riet in de verdediging

Verdedigen is een kunst die in de topsport steeds slechter wordt beheerst. ‘We weten niet meer wat het is om echt strijd te leveren.’..

Poul Annema en Mark Misérus

De bondscoach van de Nederlandse handbalploeg zucht eerst diep en spreekt vervolgens klare taal. ‘We verdedigen in Nederland steeds slechter’, zegt Harrie Weerman.

‘Je rol als verdediger wordt ondergewaardeerd’, vindt Janneke van Tienen, libero van de nationale volleybalploeg. ‘Als een aanvaller zes keer een bal hard in slaat en de rest uit, valt hij meer op dan de libero die alles van de grond raapt en één foutje maakt.’

Johan Cruijff verwoordde zijn zorgen in 2005 al in één van zijn columns. ‘Het wordt tijd dat we in Nederland weer verdedigers gaan opleiden, ze zijn er namelijk steeds minder.’ Dirk Marcellis, nu bij regerend landskampioen PSV een echte Nederlandse verdediger: ‘In de opleiding ligt veel nadruk op aanvallen, op techniek. En wat minder op meedogenloos zijn. Daarom zijn er niet veel.’

De verdediging blijkt opeens wuivend riet in plaats van hardhout; de mannen van ijzer, zoals het Nederlandse topvoetbal die ooit kende met Rinus Israel, Jaap Stam en Frank de Boer, lijken plaats te hebben gemaakt voor verweekte en dolende karakters.

Opeens is het alsof de Nederlandse sporter een afkeer heeft van verdedigen en er ook geen talent voor bezit. ‘Verdedigen is in Nederland niet sexy’, zegt de tv-analyticus Jan van Halst in een aan verdedigen gewijd themanummer van De Voetbaltrainer. ‘En het is ook niet sexy om goede verdedigers te scouten. Het is gemakkelijker dat aardige technische spelertje eruit te pikken dan die rustige onopvallende verdediger, die zijn spits uitschakelt.’

Er lijkt te weinig aandacht voor verdedigen; de dijken voor het doel lijden onder de erosie van de langzaam verstilde liefde voor het verdedigen. ‘We hebben met z’n allen gekozen voor de Hollandse School: met aanvallend voetbal domineren op de helft van de tegenstander. Dan ligt het accent automatisch minder op verdedigen’, meent Aloys Wijnker, hoofd van de jeugdopleiding bij koploper AZ.

‘In het basketbal ligt dat anders’, zegt Herman van den Belt van het Zwolse Landstede. ‘Je bent pas een goede eredivisiespeler als je zowel goed kunt aanvallen als verdedigen. Het is niet of het één of het ander.

‘Het begint bij jonge basketballers vaak bij aanvallende vaardigheid, maar uiteindelijk zeg ik : Wil je uitblinken, ga dan verdedigen. Dat vind je terug bij onze Amerikaanse spelers, die zijn sterk en compleet geworden in de competities die ze vanaf de highschool hebben gespeeld. Basketbal is daar overleven.’

In het restaurant van de hockeyclub Rotterdam, met uitzicht op het druk beklante complex, zegt coach Hans Streeder (50): ‘Ik heb niet zo’n ingewikkelde verklaring voor het probleem. Wat deden wij? Je had geen computers, je ging de straat op en speelde paaltjesvoetbal of hockey. Wie slecht verdedigde, raakte zijn paaltje kwijt en werd uitgelachen. Dat was pas strijd, echte strijd.

‘Wie nu achter de computer kruipt en verliest, wordt niet uitgelachen door de computer en krijgt een herkansing. Wij schatten in onze sportbeleving de verdediger niet op waarde, wij vinden in onze cultuur dat een verdediger ook moet kunnen aanvallen, terwijl ze in Italië zeggen: een verdediger móet verdedigen, basta!’

Op weg naar de Olympische Spelen in Peking was Streeder assistent van bondscoach Roelant Oltmans. ‘Ik begrijp het ook nog wel: de foto in de krant is altijd een juichende winnaar of een teleurgestelde verdediger. De winnaar is de spits die scoort, de verdediger de loser. Maar ik zeg op de training tegen mijn spitsen: als jij je directe tegenstander, je verdediger, een pass laat geven en vervolgens accepteert dat hij over je heen loopt, dan breng jij je team in de problemen.’

‘Je moet jezelf zien als een onderdeel van het geheel’, zegt Marko Klok, 40 jaar oud en in een rijke volleybalcarrière afwisselend aanvaller en libero. ‘Je moet jezelf kunnen wegcijferen, want als je je wilt onderscheiden, dan maak je fouten en ben je aangeschoten wild. Juist omdat ik op hoog niveau speelde, met alleen maar toppers om me heen, vond ik het leuk die verdedigende rol te vertolken.’

‘Verdedigen is een specialisme, je wordt ermee geboren’, zegt Klok. ‘Om goed te kunnen verdedigen moet je over de juiste karaktereigenschappen beschikken’, vindt ook Jan van Halst. ‘Verdedigen heeft altijd in me gezeten’, beweert Janneke van Tienen, die nu voor Perugia in Italië uitkomt. ‘Ze willen hier het aantal buitenlanders beperken, ik weet nu al dat dat ten koste van de libero’s gaat, want ze trekken liever de portemonnee voor dure aanvalsters.’

Dirk Sparidans is met zijn 1.80 meter de kleine libero van het volleybalteam van Dynamo. ‘Ik ben van nature aanvallend ingesteld, dus als libero doe ik iets tegen mijn natuur in. Er zijn niet veel Nederlanders die zich kunnen wegcijferen zoals Edwin van der Sar doet. Als libero zie je op het scoreformulier nooit terug hoeveel ballen je met een duik in de boarding hebt gered, alleen je fouten worden, met een pesterig minnetje, aangegeven. Daar moet je tegen kunnen.

‘Ik vond het geweldig dat de Italiaan Cannavaro, een verdediger, in 2006 werd uitgeroepen tot wereldvoetballer van het jaar. Eindelijk werd er verder gekeken dan de Ronaldinho’s en Kaka’s van deze wereld, de voetballers die op doel schieten.’ Van Halst: ‘Bij ons wordt de schoonheid van goed verdedigen niet gewaardeerd. Het is bij ons een kwestie van iemand anders de bal afpakken en dat moet je niet overdrijven.’

‘Verdedigen is opofferen’, zegt Hans Streeder, en hij wijst op de geïndividualiseerde samenleving. ‘Hoeveel gezinnen zijn er nog met drie of meer kinderen? Wie in een groter gezin opgroeit, moet zich ook opofferen, aanpassen en een plekje veroveren door sociaal gedrag te tonen en mee te helpen. In de kleine gezinnen van nu hoeft niemand nog voor zijn plek te vechten, alles wordt gepamperd.’

Hij groeide op in de Vlietwijk, Voorschoten. ‘We voetbalden op zondag met alle vaders uit de buurt, jongens van de gestampte pot. Als jong pikkie leerde ik de wetten van de straat; als ik thuiskwam en klaagde dat ik was geschopt of geslagen, zei mijn vader: dan moet je slimmer worden. Nu is alles fluweel, ook bij de hockeyers.

‘Ik heb 25 jaar voor de klas gestaan. We hebben vandaag te maken met een vervrouwelijkte samenleving in het onderwijs. Het gevolg is dat, wanneer een kind op school uit het klimrek valt, er niet meer wordt gezegd: kijk de volgende keer eens beter uit. Nee, het klimrek wordt weggehaald. En als kinderen vervolgens hyperactief worden, zeggen ze dat het een ADHD-kind is. Wat een bullshit.

‘Dit is de samenleving waarin je een prestatie niet in een cijfer mag uitdrukken, maar alles moet óf goed óf voldoende zijn. Dit is de samenleving waarin je je heel gemakkelijk kunt verschuilen. Maar als sporter, laat staan als verdediger, mag je je niet verschuilen.

‘Waarom hebben de vrouwen zo veel succes gehad bij de Olympische Spelen? Omdat de vrouwen de laatste jaren hebben gestreden voor hun rechten. Wij hebben met de mannen ook knoepelhard getraind, maar als je de toewijding van die vrouwen zag, Minke Booij voorop: ik heb mijn hart weleens vastgehouden.’

De linies van beton zijn verbrokkeld in een proces van maatschappelijke verslapping; bij jonge verdedigers heeft de gemakzucht toegeslagen en vervaagt steeds meer de discipline. ‘Tot 17, 18 jaar gaan we gelijk op met het buitenland’, zegt Harrie Weerman. ‘Daarna zie je dat de buitenlandse talenten zich fysiek beter ontwikkelen. Hooguit vijf Nederlandse handbalclubs doen aan fysieke scholing, daarmee houdt het wel op.’

‘In de voorbereiding zijn we bij Rotterdam eigenlijk alleen maar bezig met fysiek verdedigen’, aldus hockeycoach Hans Streeder. ‘We hebben zeven buitenlanders in de selectie en dan zie je het enorme verschil in attitude met de Nederlandse spelers.

‘De Australiër Mark Knowles kan fantastisch verdedigen, maar is ook weer het type dat in eigen land is gevormd door het wedstrijdelement dat ze daar in hun opvoeding meenemen. Echt verdedigen is een kunst. Duitsland is olympisch kampioen geworden doordat het fantastisch kan verdedigen. Duitsers kunnen zich heel gedisciplineerd op één ding richten.

‘Die over-mijn-lijkmentaliteit ontbreekt bij Nederlanders. De nieuwe bondscoach, Michel van de Heuvel, heeft Marcel Balkestein van Oranje Zwart en Teun Rohof van Amsterdam opgeroepen. Niet omdat ze zulke briljante hockeyers zijn, ik denk dat er betere zijn en dat weten ze zelf ook, maar deze twee gaan wel door het geluid.

‘Iedere Nederlandse spits vindt het verschrikkelijk tegen een verdediger als Balkestein te spelen. Maar voor een spits moet het toch fantastisch zijn juist tegen deze verdedigers te scoren? Wat heb je eraan te schitteren tegen een zacht ei, of verdedigers van het kaliber Jan Hen.’

Knowles en ook de Pakistaan Waseem Ahmad hebben bij Rotterdam een voorbeeldrol voor jonge verdedigers. ‘Verdedigen is een kwestie van superfit zijn, sterk geconcentreerd blijven en meedogenloos zijn. Zelf ben ik compromisloos, ik eis fitheid en onvoorwaardelijke toewijding. Een A-junior die mij zegt dat hij de play-offs laat schieten omdat hij met zijn examenklas een week wil feestvieren in Salou, die schrijf ik af. Kom zeg, topsport vraagt commitment, discipline.’

Streeder weet dat hij veel van zijn spelers en vooral van zijn verdedigers vraagt. Wie niet fit genoeg is, komt extra trainen. ‘En ik zeg ze: als je een bloedhekel aan me krijgt, moet je de oorzaak weghalen, namelijk fitter worden.

‘Als je het geluk hebt bij een selectie van Rotterdam te hockeyen dan heb je dat voor 80 procent aan je talent te danken. Die laatste 20 procent is mentaliteit; de eerste 10 procent gaat dan vaak ook nog wel lukken, maar daarmee ben je ook nog geen topper. Bij die laatste 10 procent moet je nog harder, nog dieper, dat is de wet van de verminderde meeropbrengst.

‘Mark Knowles zegt weleens: de Nederlandse hockeyers zijn watjes. Als Australië verliest van Nederland dan is dat alleen op astroturf, want daarop ontwikkelt het spel zich wat gemakkelijker. Als Nederlanders er echt voor moeten knokken, zijn ze kansloos tegen ons.’

‘Echt verdedigen doet het hele team’, zegt Streeder. ‘Het gaat vooral om individuele mentaliteit, discipline en verantwoordelijkheid. Dat is wat je in het verdedigende spel steeds vaker mist.’

Meer over