Nieuws

Winst in Stavanger: niemand kan wat Irene Schouten kan

Elke ronde in Stavanger ging het een fractie sneller bij Irene Schouten. Ze pelde op de 5 kilometer de rondetijden steeds verder af: van 33,1 in de tweede volle ronde naar een slotronde van 31,9. Het leidde tot haar eerste wereldbekerzege op de langste vrouwenafstand en een nieuw baanrecord van 6.52,83.

Erik van Lakerveld
Irene Schouten na haar zege op de 5km. Beeld Pro Shots / Erik Pasman
Irene Schouten na haar zege op de 5km.Beeld Pro Shots / Erik Pasman

Schouten is een unieke stayer. De 29-jarige Nederlandse is de enige vrouw die naar het einde toe wezenlijk versnelt, van wie de tweede helft van haar ritten sneller is dan de eerste. Een ‘negatieve split’ heet dat.

‘Het is een mentaal wapen’, zegt haar coach Jillert Anema. ‘Voor haar tegenstanders is het heel lastig omdat ze weten dat ze aan het eind op komt zetten.’

Vorige week, bij de wereldbekerwedstrijd in het Poolse Tomaszow Mazowiecki bouwde ze haar rondetijden op de 3 kilometer die ze won ook af. Dat zij als enige die wedstrijdopbouw beheerst, verbaast Anema. ‘Ik heb er geen verklaring voor waarom anderen dit niet ook kunnen, maar zij voelt zich er lekker bij.’

Dankzij marathon

Remmelt Eldering, de Nederlandse coach van de Canadese Isabelle Weidemann, heeft wel een uitleg voor Schoutens gave. ‘Irene heeft de marathon in de benen en is gewend om af te sprinten.’ Dat geldt ook voor de massastart, de minimarathon voor langebaanschaatsers, die vorige week ook al een prooi voor de spurtende Schouten was.

De 26-jarige Weidemann was vrijdagavond de tegenstander van Schouten. Zij staat bekend om haar vlakke races. Zij rijdt van begin tot het einde hetzelfde tempo. ‘Stabiel’, noemt Eldering dat. ‘Het is efficiënt als je je rondjes weet vast te houden.’ In Noorwegen opende Weidemann met een ronde van 32,5 en eindigde met 32,7. Haar langzaamste ronden halverwege: 33,1.

Schouten heeft tijdens de warming-up nog tijd voor een selfie. Beeld Pro Shots / Erik Pasman
Schouten heeft tijdens de warming-up nog tijd voor een selfie.Beeld Pro Shots / Erik Pasman

Belangrijk bij de tactiek van Schouten is dat ze in de eerste rondes mee gaat met haar tegenstrever. Maar juist de eerste rondes kosten haar vaak moeite. Ook dat valt te verklaren vanuit de marathon, denkt Eldering. ‘Daar brengt het peloton je op gang. Op de langebaan moet je het zelf doen.’

Van bijbenen was in Stavanger geen sprake. Schouten nam onmiddellijk het voortouw, Weidemann moest elke ronde een paar tienden van een seconde toegeven. De Canadese werd tweede in 6.54,95.

Van 2007 tot en met 2017 was de 5 kilometer enkel het terrein van Martina Sablikova, die in Stavanger vierde (7.00,79) werd. Sinds vier is dat jaar wel anders. Eldering coachte Esmee Visser, die ook uiterst vlak rijden kan, in 2018 naar de olympische titel op de afstand. ‘Sindsdien is het veel spannender en gaat het ook veel sneller.’

Sablikova werd in 2019 nog wereldkampioen, maar verloor die titel en haar wereldrecord in 2020 aan de Russische Natalja Voronina, die 6.39,02 reed in Salt Lake City en in Stavanger op 7.06,63 en de achtste plaats bleef steken. En vorig jaar was daar Schouten de eerste Nederlandse die wereldkampioen op de 5 kilometer werd.

Dicht bij elkaar

Eldering: ‘Het veld zit tegenwoordig heel dicht bij elkaar en als schaatsliefhebber blijf je er wel even voor zitten.’

Dat gold in ieder geval voor de Noorse fans op de tribunes van de Sørmarka Arena. Zij zagen hoe hun favoriet, de 21-jarige Ragne Wiklund, een serieuze aanval deed op de tijd van Schouten. De regerend wereldkampioen op de 1.500 meter reed tot drie rondes voor het einde de snelste tussentijden.

Hoe ze dat precies in moest schatten, wist Schouten niet. Bij de meeste van de tegenstanders weet ze wel dat die te veel verliezen in de laatste rondes. ‘Vaak pak ik nog twee seconden aan het eind.’ Maar Wiklund is relatief onbekend Schouten, ze is pas aan haar tweede internationale seizoen bezig. ‘En er hoeft er maar eentje tussen te zitten die het wel volhoudt.’

Dat gebeurde niet. Wiklund kwam tot 6.56,46 en werd derde. Net als de anderen vermorzeld door het schema van Schouten.

Krol wint 1.000 meter

Het podium bij de 1.000 meter bij de mannen was een volledig Nederlandse aangelegenheid. De afstand werd gewonnen door Thomas Krol in 1.08,66. Kai Verbij eindigde op slechts 0,02 seconde van de winnaar. Kjeld Nuis, die in de laatste rit tegen Krol reed, moest slechts 0,08 seconde toegeven.

‘Niet comfortabel’, noemde Krol die kleine voorsprong. ‘Maar het was wel mooi om weer een keer eerste te staan.’

Bij de vrouwen won de Amerikaanse Brittany Bowe in 1.14,16. Ze was ruim sneller dan de Japanse Miho Takagi (1.15,04), die een paar uur eerder nog de 5 kilometer in de B-divisie had gereden. Derde werd haar landgenote Nao Kodaira (1.15,16), die net voor Jutta Leerdam (1.15,22) eindigde.

Meer over