InterviewWillem Janssen

Willem Janssen van FC Utrecht: ‘Als iedereen vanuit zijn eigen belang denkt, wordt het chaos’

Willem Janssen (33) is aanvoerder van FC Utrecht, routinier en vertegenwoordiger van spelers in de eredivisie. ‘Heel de wereld heeft geen duidelijkheid. Hoe kun je als voetballerij dan meteen duidelijkheid vragen?’

FC Utrecht - AZ, november 2019. Willem Janssen heeft zojuist een overtreding begaan op Myron Boadu van AZ.

Willem Janssen las in de krant dat de meerderheid van de aanvoerders niet meer wilde voetballen dit seizoen, vanwege de coronacrisis. Huh? Hij is aanvoerder van FC Utrecht. Waarom wist hij dat niet? Hij belde met collega’s, met Bram van Polen van PEC Zwolle, Jordens Peters van Willem II en Bryan Linssen van Vitesse onder anderen. ‘Niemand had iets gehoord.’

Vreemd, zo’n stukje. De meerderheid van de aanvoerders wacht af, net als de KNVB en de clubs. ‘Waarom zou je een overhaaste beslissing nemen? Deze situatie is onwijs complex, ook voor spelers. Als iedereen vanuit zijn eigen belang gaat denken, wordt het chaos.’

Centrale verdediger Janssen zit in de Centrale Spelersraad (CSR), die advies- en instemmingsrecht van profs regelt. Normaal vergadert de CSR vier keer per jaar, over cao’s onder meer. Nu is al twee keer overleg geweest over corona. ‘Wij zeggen: handel met de informatie die je nu hebt. Zet het eigenbelang opzij. Ook wij willen zo snel mogelijk duidelijkheid, maar heel de wereld heeft geen duidelijkheid. Hoe kun je als voetballerij dan meteen duidelijkheid vragen?’

Gekrakeel

Hij volgt de maatschappelijke discussie over het voetbal. De KNVB en de meeste clubs willen niet zomaar stoppen met de competitie en hopen op hervatting in juni. Topclubs als Ajax, AZ en PSV willen liever meteen ophouden. Het levert gekrakeel op. ‘Het stoort me als mensen denken dat voetballers zich op een ander niveau willen plaatsen. Zo van: de hele wereld ligt stil en voetballers denken dat ze een uitzonderingspositie hebben. Dat is onzin. Als de overheid zegt: het kan niet, dan is er geen club of speler die zegt: wij willen toch. Dat is de discussie niet. Juist door nu duidelijkheid te vragen zet je de voetballerij boven alles, want niemand heeft duidelijkheid.

‘Het is toch logisch dat je als bedrijfstak zoekt naar een manier om door te kunnen gaan. Om het sportief zo eerlijk mogelijk en financieel gunstig af te ronden. Misschien tegen beter weten in. Als je volgens richtlijnen van het RIVM straks kunt trainen, eerst in kleine groepjes, moet dat toch kunnen? Laat specialisten rustig hun werk doen. Gezondheid staat altijd voorop. Natuurlijk zijn er ook jongens bang voor hun gezin. Maar het is nog zover weg. Om dan bij voorbaat nee te zeggen. Als club maak je intussen scenario’s.’

Bij FC Utrecht merkt hij vooralsnog niet zoveel van financiële problemen, nu de inkomsten zijn opgedroogd. Salarisverlaging is nog niet ter sprake gekomen. ‘We zijn ook met initiatieven bezig, om anderen te helpen. Wij hebben het hartstikke goed. Dat het voetbal hard wordt geraakt, is niet meer dan normaal. De hele maatschappij wordt hard geraakt. Je hoeft geen geleerde te zijn om dat te constateren. Iedereen doet zijn stinkende best om het economische en sportieve verval zo klein mogelijk te laten zijn. Het is jammer dat de toon van het debat dan soms zo extreem is. Verbeten. Vijandig. Ik zou zeggen: treed als één front naar buiten.’

Voor Janssen geldt sowieso een apart traject. In januari scheurde hij een kruisband. Eind augustus hoopt hij weer te spelen. ‘Het moeilijkste is om geen onderdeel te zijn van de groep. Ik revalideer met plezier in Zeist, uiteraard onder strenge voorwaarden. Maar het frappante is: als aanvoerder speel je normaal een belangrijke rol in het team. Van het ene op het andere moment tel je met zo’n blessure niet meer mee. De eerste keer dat je op de club bent, vraagt iedereen hoe het met je gaat. Vervolgens gaan de andere spelers naar buiten. Daar sta je dan. 

‘Ik wil nu ook niet te nadrukkelijk aanwezig zijn, want ik moet accepteren dat mijn rol minder is. Anderen staan op. Dat is ook goed voor de groep. Dat gaat automatisch. Het bijzondere van deze tijd is dat niemand erbij hoort, omdat de sport plat ligt. In principe valt dat stuk weg dat voor mij zo confronterend is. Dat is bizar, hoewel eigenlijk een voordeel voor mij.’

Met zijn teamgenoten heeft hij sporadisch contact. ‘Iedereen heeft een programma om fit te blijven. Hoe langer het duurt tot de eventuele hervatting, des te lastiger het is. Het is sowieso moeilijk voor veel voetballers om individueel te trainen.’

Kracht van de kleedkamer

De kleedkamer is gemêleerd. Iedereen heeft zijn eigen omgang met de huidige problematiek. ‘In een kleedkamer zitten alle lagen van de maatschappij. De jongens van de straat, jongens met vwo, buitenlanders, allochtonen. Iedereen heeft zijn eigen referentiekader en is opgegroeid in zijn eigen wereldje, met zijn eigen belangen. De een moet zijn familie onderhouden, de ander niet. De basis is communiceren met elkaar. Individuele plannen samenvoegen om tot succes te komen.

‘Toevallig dacht ik deze week: ik ga eens een rondje bellen, via Facetime. De een heeft kinderen. Er zijn ook jongens die alleen zijn, of met een vriendin. Vooral voor hen valt vastigheid weg. Naar een club gaan, je trainingen doen, sociaal met elkaar zijn. Dat is natuurlijk in de hele maatschappij zo. We hebben ook veel buitenlandse jongens. Ze worden goed begeleid door de club, maar voor hen is het moeilijk. Je kunt je ei niet kwijt. Je kunt je hardloopprogamma doen, maar voetbal is een teamsport.

‘De een kan voor zichzelf trainen langer opbrengen dan de ander. De een kan makkelijker iets bij zichzelf oproepen. In een teamsport kom je samen. Je traint samen. Je wordt samen meegesleurd. Het is altijd leuk omdat je het met een bal doet. Tenslotte is daar het vooruitzicht van wedstrijden. Anderzijds is het gewoon je job. Je moet het gewoon doen. Alleen voor mij is er niet zo veel veranderd met mijn blessure. Mijn doel is duidelijk.’

Meer over