nieuwswk wielrennen

Wielrenster Van der Breggen soleert naar tweede wereldtitel in drie dagen

Er was maar één aanval nodig om de hoop van alle niet-Nederlandse rensters aan diggelen te slaan. Marianne Vos voerde het tempo op en Annemiek van Vleuten trok het peloton uit elkaar op de steile klim. Daarop zette Anna van der Breggen aan en liet iedereen achter.

‘Voor ons was dit perfect’, vertelde bondscoach Loes Gunnewijk na afloop. Van der Breggen reed alleen op kop en Van Vleuten zat in een groepje met Elisa Longo Borghini, Cecile Uttrup Ludwig en de later aangesloten Lizzy Deignan. ‘Zij kon controlerend werken. Dat was natuurlijk heel demotiverend voor de anderen.’

De concurrentie leek in Imola al vanaf het startschot te berusten in een onontkoombare Nederlandse zege. Sinds de wereldtitel van Chantal Blaak in 2017 in Bergen is het steeds oranje boven in de wegrit, met Van der Breggen in 2018 en Van Vleuten in 2019. Die jaren van oranjedominantie temperden de aanvalslust. Tot de Nederlandse aanval was het een tam WK en erna werd er nauwelijks teruggevochten.

Onbedreigd reed Van der Breggen naar haar tweede wereldtitel in drie dagen. Donderdag had ze de tijdrit ook al gewonnen. Die dubbelslag was maar één keer eerder geslagen, door Jeannie Longo in 1995. Met de zege van zaterdag verdiende ze haar vierde kampioenstrui van dit seizoen. Van der Breggen won eerder de Nederlandse titel op de weg en de Europese tijdrittitel. De olympisch wegkampioen van 2016 was ook de sterkste in de Giro Rosa, de belangrijkste etappekoers voor vrouwen.

Longo Borghini was de enige die zich na de demarrage van Van der Breggen niet onmiddellijk gewonnen gaf. De Italiaanse probeerde in de slotronde Van Vleuten kwijt te raken, meer om voor eigen publiek tweede te worden dan in de hoop om Van der Breggen nog te achterhalen.Tot haar verdriet gaf Van Vleuten geen duimbreed toe. Ook niet in de eindsprint, toen de Nederlandse zich tussen de boarding en een uitgestoken elleboog van Longo Borghini wist door te wringen en het zilver voor haar neus wegkaapte.

Van Vleuten stond er zelf van te kijken. Acht dagen eerder had ze haar pols gebroken in de Giro Rosa en dacht ze dat haar seizoen voorbij was. Na een operatie bleek ze net op tijd wedstrijdfit voor het WK. Met een brace en twee paracetamol had ze onderweg nauwelijks last van haar pols gehad, vertelde ze. Alleen in de eindsprint had ze hem gevoeld.

Alsof de Nederlandse rensters hun kracht met goud en zilver nog niet afdoende hadden bewezen, spurtte Vos (de wereldkampioen van 2012 en 2013 en olympisch kampioen van 2012)  even later in een achtervolgend groepje nog naar de vierde plaats. De overheersing van Nederland op het WK - Ellen van Dijk pakte ook nog brons op de tijdrit - was ongekend. ‘Of wij een geheim hebben?’, vroeg Van Vleuten na afloop. ‘Wij zijn onafhankelijk en gewend om zelf zaken op te pakken. In andere landen is het soms lastig voor vrouwen om topatleet te zijn. In Nederland is dat meer geaccepteerd.’

Dat geldt niet alleen voor het wielrennen, maar ook voor andere sporten waar Nederlandse vrouwen ook veel successen boeken. Van Vleuten: ‘Op de Olympische Spelen winnen we met de vrouwen ook meer dan met de mannen.’ Specifiek voor het wielrennen speelt ook de infrastructuur in ons land mee, vermoedde ze. ‘Het is bij ons gemakkelijker om te fietsen dan in veel andere landen.’

Het draait in de topsport niet alleen om onderliggende structuren of beleid maar ook om talent. Nederland is de laatste jaren gezegend met een gouden generatie, maar dat groepje heeft niet het eeuwige wielerleven. De 30-jarige Van der Breggen heeft aangekondigd dat zij volgend jaar haar carrière zal beëindigen, al weet ze nog niet precies wanneer. Oud-wereldkampioen Chantal Blaak, eveneens 30, heeft haar afscheid ook al gepland. Na het voorjaar van 2022 zwaait ze af. De andere oud-wereldkampioenen in de ploeg zijn op leeftijd. Van Vleuten, die sowieso nog twee jaar door gaat, is 37 en Vos 33.

Dat de Nederlandse ploeg in Imola uit voornamelijk dertigers bestond, duidt volgens bondscoach Gunnewijk niet op een opvolgingsprobleem. ‘We hebben een reservebank waar je u tegen zegt. En er zullen altijd weer renners doorkomen.’

En het duurt soms even voordat een nieuwe kampioen zich aankondigt. Bijna niemand is er zo vroeg bij als Vos, die in 2006 als 19-jarige al wereldkampioene werd. Dat geeft Gunnewijk ook mee aan jonge rensters. ‘Ik heb afgelopen winter de junioren de opdracht gegeven om de carrière van Annemiek, Ellen of Chantal eens uit te zoeken. Dan zie je dat ze pas als 24 of 25-jarige prijzen begonnen te rijden. Ze staan nu lang aan de top, maar hebben niet als 18-jarige de Ronde van Vlaanderen gewonnen.’

Aan jong talent ontbreekt het ook volgens Van der Breggen niet. Maar dat geldt niet alleen voor Nederland. ‘Misschien veranderen de verhoudingen’, vermoedde ze. ‘De Nederlandse jonge talenten zullen het moeten opnemen tegen leeftijdsgenoten uit andere landen die ook heel sterk zijn.’

Meer over