Ronde van Frankrijk

Wielerspagaat van het jaar: het geel van de Tour de France of het goud van de Spelen

Niet eerder stond de Tour de France, die zaterdag begint, zo in het teken van een koers die er dit jaar vlak na komt: de olympische wegwedstrijd in Tokio. Stappen renners vroegtijdig uit de Tour? Haalt Mathieu van der Poel Parijs? ‘Steeds meer renners maken een doel van de Spelen.’

Mathieu van der Poel donderdag bij de ploegenpresentatie voor de Tour. Of hij zijn mondkapje wil voordoen, wordt hem gevraagd. Zaterdag gaat hij tijdens  de eerste etappe voor geel, volgende maand voor goud in Japan.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Mathieu van der Poel donderdag bij de ploegenpresentatie voor de Tour. Of hij zijn mondkapje wil voordoen, wordt hem gevraagd. Zaterdag gaat hij tijdens de eerste etappe voor geel, volgende maand voor goud in Japan.Beeld Klaas Jan van der Weij

Vanuit de helikopter haal je zijn gouden fietshelm, middenin het peloton, er bijna net zo makkelijk uit als, zeg, de gele trui. Tenzij Greg Van Avermaet, de olympisch kampioen van 2016, zichzelf na de wegwedstrijd in Tokio opvolgt, verdwijnen na vijf jaar zijn gouden bril, de gouden accenten op tenue, schoenen en frame en die herkenbare helm, een uitrusting waarmee ‘Gouden Greg’ jarenlang zijn collega-profs verblindde.

Steeds meer van hen denken nu: dat wil ik ook. Maar de finish van de Tour de France in Parijs is slechts zes dagen én liefst zeven tijdzones verwijderd van olympische glorie. In 2012 zaten er ook zes dagen tussen, maar destijds ging de reis van Parijs naar Londen. En toen stonden de Olympische Spelen bij weinig renners hoog op het verlanglijstje.

Voor ‘Tokio’ is veel meer belangstelling en dat zorgt voor een unieke vraag rondom de Tour: zijn er renners die de belangrijkste wielerwedstrijd in de wereld vroegtijdig gaan verlaten voor de Olympische Spelen?

Neem Mathieu van der Poel. ‘Ik kom niet naar de Tour om na tien dagen uit te stappen’, zei hij eind vorig jaar. Toch is hij de meest logische kandidaat om als eerste het peloton uit te sturen richting Tokio. Van der Poel noemde olympisch goud jarenlang zijn hoofddoel en hij rijdt straks op de Spelen ook nog op een heel andere fiets dan in de Tour: een mountainbike.

Amateurs

Op de weg heeft Nederland één olympisch kampioen: Hennie Kuiper reed naar het goud op de weg in München, in 1972. Hij hoefde destijds geen keus te maken tussen Tour de France en de Spelen, alleen amateurs konden olympiër zijn. Zijn winst was de bekroning van een solo van 40 kilometer. Op de streep in Grünwald had hij een voorsprong van 17 seconden op de Australiër Clyde Sefton.

Hij beschouwt het nog altijd als zijn mooiste overwinning, ondanks zijn latere successen als prof, met onder meer een wereldkampioenschap en zeges in klassiekers als Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. ‘Het was voor mij een ultieme droom. Wereldwijd gelden de Spelen als het allergrootste sportevenement. Ik was ook helemaal los in die wedstrijd.’

Zijn medaille werd overschaduwd door het bloedbad een dag eerder op het vliegveld Fürstenfeldbruck na de gijzeling van Israëlische atleten door Palestijnse terroristen. Hij twijfelde niet aan zijn deelname. Het IOC had besloten dat de wedstrijden moesten doorgaan. ‘Je moet het zo zien: ik was helemaal geobsedeerd door de Spelen. Als jongetje hield ik al plakboeken bij. Ik had er alles voor gedaan om me in de selectie te rijden. Maar nu, zoveel jaren later, kijk je toch wat anders aan tegen die beslissing.’

Spelen telden lang niet mee

Het was zijn enige optreden op de Spelen. Wielerprofs werden pas vanaf 1996 toegelaten. ‘Ook al had je maar vijftig gulden gewonnen met een koersje in Limburg, ze lieten je gewoon thuis.’ Kuiper stelde bij zijn entree in het profpeloton vast dat de Spelen nauwelijks telden. ‘Drie jaar na het goud in München werd ik wereldkampioen. Het was veelzeggend dat die prestatie werd gezien als mijn echte doorbraak.’

Volgens hem is dat wel veranderd. ‘De medaille van Greg Van Avermaet heeft hem bij de elite echt aanzien gegeven. Ik vind het ook geweldig dat Van der Poel zich helemaal richt op het goud in het mountainbiken.’

Erik Dekker was dichtbij het goud, in 1992, op de Spelen van Barcelona. Samen met Fabio Casartelli, die drie jaar later in de Tour de France zou verongelukken op de Col de Portet d’Aspet, en de Let Dainis Ozols, had hij zich in de voorlaatste ronde losgemaakt uit een kopgroep.

De Italiaan was de betere in de eindsprint, maar Dekker was tevreden met zilver. ‘We waren alle drie blij met het resultaat’, blikt hij terug. Het was voor het laatst dat amateurs meededen, een jaar later reed Dekker als wielerprof voor Wordperfect van Jan Raas.

Toen hij als betaalde kracht deelnam – Dekker was van de partij in Atlanta (1996), Sydney (2000) en Athene (2004) – bespeurde ook hij dat het enige tijd duurde voordat wielrenners de Spelen serieus begonnen te nemen. ‘Ze moesten eraan wennen. Iedereen vond de Tour de France het allerbelangrijkst. Die truiencultuur speelt natuurlijk mee: het geel van de Tour heeft iets mythisch, als wereldkampioen fiets je een heel jaar in de regenboogkleuren.’ Maar de renners begonnen in te zien dat de buitenwereld er wat anders tegenaan keek. ‘Die beschouwde de Spelen als een nóg grotere wedstrijd. Het is gewoon een dikke vette prijs.’

Herstellen

Dat besef is ook bij de huidige generatie actieve renners doorgedrongen. ‘De Olympische Spelen krijgen in het wielrennen snel meer status’, signaleert Wout Poels, die met een lichte kater zaterdag begint aan de Tour, omdat hij niet is geselecteerd voor de olympische wegwedstrijd. ‘Balen, want dat zware parcours is echt iets voor mij’, zegt de klimspecialist.

Wat heet: de 234 kilometers van de koers bevatten bijna 5.000 hoogtemeters. Ook de klassementsrenners in de Tour is ‘Tokio’ op het lijf geschreven, weet Poels. ‘Als je kort staat, ga je natuurlijk niet afstappen. Maar als je met klassementsambities naar de Tour gaat en dat mislukt, dan kun je denken: ik skip die laatste paar dagen, ga volledig herstellen en pak uit in de wegrit.’

Neem Jakob Fuglsang, ooit een ronderenner voor op het podium. Nu acht hij plek 6 het hoogst haalbare. Dat is hem te min. ‘Ik jaag geen klassementen meer na’, besloot de Deen, die alles zet op ‘Tokio’ en in Parijs (2024) zijn laatste race wil rijden.

Ook de Britse ronderenner Simon Yates verkiest goud boven geel. Aan de andere kant staat de huidige wereldkampioen Julian Alaphilippe, die vol inzet op de Tour en zich daarom heeft afgemeld voor de Spelen bij de Franse bondscoach Thomas Voeckler.

Wie de Tourprestaties erbij pakt van de profs die vanaf 1996 het podium haalden van de olympische wegwedstrijd, ziet vrijwel geen topklasseringen in de Tour. Alleen dopingzondaars Jan Ullrich (2) en Samuel Sánchez (6) hadden ‘kort’ in Tour gereden voordat ze olympisch kampioen op de weg werden.

De winnaar van Londen in 2012, Aleksandr Vinokoerov, had zijn Tour afgesloten met een 32ste plaats. Gouden Greg deed het nog slechter in 2016: hij was in het Tourklassement terug te vinden op plek 44. Met andere woorden: wie olympisch op de weg wil excelleren kan maar beter de kantlijn van de Tour opzoeken. Goud en geel gaan niet samen.

Netherland's Mathieu Van der Poel of the Alpecin-Fenix team takes off his helmet after crossing the finish line to take second place in the Tour of Flanders cycling race in Oudenaarde, Belgium on Sunday, April 4, 2021. (AP Photo/Olivier Matthys) Beeld AP
Netherland's Mathieu Van der Poel of the Alpecin-Fenix team takes off his helmet after crossing the finish line to take second place in the Tour of Flanders cycling race in Oudenaarde, Belgium on Sunday, April 4, 2021. (AP Photo/Olivier Matthys)Beeld AP

Mathieu van der Poel: van
wegrace naar mountainbike

De weg van Frankrijk naar Japan met de grootste uitdagingen moet Mathieu van der Poel zien af te leggen. Hij verschijnt dit weekeinde aan de start van de Tour de France in Brest en staat maandag 26 juli in Izu op de voorste rij in de mountainbikerace. Het gebogen stuur, het ranke frame en de smalle banden zijn dan verruild voor ver uiteen geplaatste handvatten, dikke buizen met vering en breed rubber met noppen. Zie die omschakeling maar eens te maken. Olympisch kampioen mountainbiken Bart Brentjens (1996) liet onlangs al weten dat hij er niet helemaal gerust op is. De voorbereiding had beter gemoeten.

Van der Poel heeft er de afgelopen maanden geen geheim van gemaakt dat hij het graag anders had gezien. Zo had het moeten gaan: in 2020 alles op de Spelen, in 2021 zijn debuut in Frankrijk. Corona doorkruiste het scenario. De sponsoren van zijn ploeg zagen liever niet dat hij zijn entree in de Tour nog een jaar uitstelde.

Hij snapt het wel. Vorige maand zei hij: ‘Ik begrijp dat ik er moet zijn. Het voelt ook niet echt als een verplichting. Het is ook mooi er deel van uit te maken.’ Er zijn kansen voor etappezeges, zeker in de eerste week. Op de eerste dag vormt de finish een venijnig klimmetje in Landerneau, zondag ligt de streep op de nog giftigere Mur d’Bretagne. Er is zicht op de gele trui.

Maar hij verklaarde ook dat hij in Frankrijk de Spelen ‘altijd in mijn achterhoofd zal houden’. Van alle denkbare sporten op de fiets, beleeft hij het meeste plezier op de mountainbike. Een voortijdig vertrek uit de Tour is niet uitgesloten.

Bauke Mollema:  ‘Mwah, in Tokio zien we wel hoe Wilco, Dylan en ik uit de Tour zijn gekomen.’ Beeld AFP
Bauke Mollema: ‘Mwah, in Tokio zien we wel hoe Wilco, Dylan en ik uit de Tour zijn gekomen.’Beeld AFP

Bauke Mollema: kopman voor Tokio, maar Tour is belangrijkst

Omwille van Tokio voortijdig uit de Tour stappen? ‘Wij worden betaald door de ploegen’, zegt olympiër Bauke Mollema. ‘De Olympische Spelen rijden we voor de nationale bond. Je kunt het naar je werkgever toe niet maken om uit de belangrijkste wedstrijd die er is te stappen. Ik denk ook niet dat de favorieten voor ‘Tokio’ dat gaan doen, misschien een enkele tijdrijder.’

Mollema (34) kan zich wel voorstellen dat Mathieu van der Poel de Tour niet uitrijdt. ‘Ook al omdat hij het vooral van de eerste tien dagen van de Tour moet hebben. Voor hem is de overgang moeilijker: hij stapt over op een andere fiets.’

Mollema’s ploeg, Trek-Segafredo, vindt het alleen maar mooi als hun renners naar de Spelen gaan. ‘Voor mij is het een van de belangrijkste, een van de grootste wedstrijden die er zijn.’

Omdat Mollema een betere eendagsrenner is dan ronderenner Wilco Kelderman, Tom Dumoulin voor de tijdrit zal gaan, Dylan van Baarle een dienende rol heeft en Yoeri Havik een baanrenner is, is Mollema op 24 juli beoogd kopman van de vijfkoppige Nederlandse selectie. ‘Mwah, in Tokio zien we wel hoe Wilco, Dylan en ik uit de Tour zijn gekomen.’

‘De Tour is het belangrijkst, maar voor mij komt daarna de olympische wegwedstrijd.’ De meeste renners prefereren een jaartje regenboogtrui boven olympisch goud, denkt Mollema. ‘Maar ik heb wel het idee dat steeds meer renners sinds Rio 2016 een doel maken van de Olympische Spelen. Daarvoor zeiden best veel renners er niet zo’n zin in te hebben. Voor Londen 2012 had Nederland nog moeite om vijf renners op te stellen.’

Wilco Kelderman:  ‘Als je je rust pakt na zo’n zware wedstrijd als de Tour, kun je lichaam juist extra sterk zijn op de Spelen.’ Beeld ANP
Wilco Kelderman: ‘Als je je rust pakt na zo’n zware wedstrijd als de Tour, kun je lichaam juist extra sterk zijn op de Spelen.’Beeld ANP

Wilco Kelderman: zes dagen na Parijs scoren in Tokio

No way dat Wilco Kelderman, met zijn eindklassementsambities, de Tour de France vroegtijdig zal verlaten. De ronderenner is kopman van Bora-Hansgrohe en aast op het Parijse podium. Maar, zegt hij ook: ‘Ik heb altijd de droom gehad om de Spelen een keer te doen, dus ik ben heel blij in Tokio aan de start te staan.’ Jonge renners hebben volgens hem niet zoveel olympische belangstelling, terwijl volgens Kelderman (30) elke sporter zou moeten willen meedoen aan het grootste sportevenement ter wereld.

Dat de olympische wegwedstrijd zeven tijdzones verderop is, is weliswaar ‘heel vervelend’, maar dat hij al zes dagen na ‘Parijs’ weer aan de bak moet, kan geweldig uitpakken. ‘Als je je rust pakt na zo’n zware wedstrijd als de Tour, dus niet traint, kun je lichaam juist extra sterk zijn op de Spelen.’

Samen met Bauke Mollema stapt Kelderman deo volente vier uur na de finish op de Champs-Élysées op het vliegtuig naar Japan. ‘Je bent al vier weken van huis en dan meteen door naar de Spelen, dat is lang; de wegwedstrijd een paar dagen later was wel fijn geweest.’

Geen renner wint liever de olympische titel dan de Tour, maar Kelderman verkiest goud in Tokio nét boven een wereldtitel. ‘Eens in de vier jaar: dat is toch specialer. Al mis je dat jaar in de regenboogtrui. Dan maar, zoals Van Avermaet, vier jaar koersen met een gouden helm, gouden fiets en gouden bandjes.’