AnalyseRoglic en Pogacar

Wie zijn Roglic en Pogacar, de Sloveense vrienden die nu strijden om de Tourwinst?

Primoz Roglic in de gele trui met erachter Tadej Pogacar in de bolletjestrui, afgelopen donderdag.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De bevriende rivalen Roglic en Pogacar strijden om de Tourwinst. Zo werkten de twee Slovenen zich op tot de wereldwijde wielertop.

Primoz Roglic

Het zal misschien even wat zuurtjes voelen als Primoz Roglic zich zondag in Parijs in het geel hijst – onder voorwaarde dat hij in de tijdrit van zaterdag zijn landgenoot Tadej Pogacar voor is gebleven – en sportief directeur Merijn Zeeman van Jumbo-Visma op een afstand moet toekijken. Het is toch bedoeld als de klaterende apotheose van een traject dat ze samen 4,5 jaar geleden met de ploeg hebben ingezet. Maar Zeeman beledigde woensdag een commissaris van de internationale wielerunie UCI omdat die de fiets van Roglic bij een controle op de aanwezigheid van motortjes had beschadigd en is voor straf niet meer welkom in de directe omgeving van het Tourcircuit. Hij gaf toe dat hij over de schreef was gegaan. ‘Ik ben er kapot van.’

De vreugde zal er vermoedelijk op het moment suprême niet minder om zijn. Het zal voelen als de kroon op het werk. Zeeman herinnert zich nog dat de voormalige skischansspringer aan het begin van zijn carrière nog enkele dagen bij hem thuis in Bussum logeerde, ‘een vrolijke, beleefde jongen’. Van wielrennen wist hij nog niet al te veel. De Giro d’Italia van 2016 – Roglic’ eerste, hij won een tijdrit – kwam hij kermend van ellende door. Hij wist nog niet wat dat vraagt van een lichaam.

Deze dagen in Frankrijk kiest hij ervoor om toch vooral zo zuinig mogelijk om te springen met zijn energie. Niet alleen op de fiets, waar hij zich doorgaans ophoudt in de luwte van zijn ploegmaten, om pas in de laatste kilometers aanvallen te pareren en vervolgens zelf seconden te pakken. Maar ook in zijn optreden naar buiten toe doseert hij zorgvuldig. Dat zijn randzaken, dat levert vooral nodeloos tijdverlies op.

Voor de buitenwacht is Roglic een weinig uitgesproken persoonlijkheid. Hij houdt ervan zaken in het midden te laten als hij wordt gevraagd te reflecteren op zijn optreden in de Tour. Heeft hij bijvoorbeeld voldoende tijd gepakt op Pogacar om hem deze zaterdag achter zich te kunnen houden? ‘Ja en nee. Ik focus op mezelf. Alleen dat kan ik managen.’ Heeft hij er spijt van dat hij Pogacar in de etappe over de Col de Peyresourde heeft laten rijden – het kostte hem 40 seconden. ‘Eh, yes and no. Terugkijkend misschien wel. Maar we zijn nu in een goede positie. So, yeah.’

Roglic in het geel, Pogacar in het wit: de twee Slovenen strijden om de Tourwinst.Beeld AFP

Maar wie Roglic wat beter kent dan de renner die na elke etappe wat hakkelend op een videoscherm in de perszaal verschijnt, bezweert dat achter de gesloten ogende geletruidrager een andere persoonlijkheid schuilgaat. Vraag het vriendin Lora Klinc. Zij zegt: er is Primoz de renner, voor de buitenwereld wat kil en afstandelijk. Zij kent hem als warm, aardig en ontspannen. Zijn ploeggenoten hebben hetzelfde oordeel. Bram Tankink, voormalig kamergenoot, noemt hem ‘dankbaar, sociaal en grappig’.

Volgens sportief directeur Zeeman is die gereserveerde houding er niet zomaar. ‘Het liefst wil hij low profile blijven om de focus te houden. Je hebt het als klassementsleider al druk genoeg, met podiumverplichtingen, de mixed zone met journalisten, de videoconferenties.’ Maar waar hij zich in zijn eerste jaren in de ploeg bescheiden en rustig opstelde, is Roglic naar Zeemans opvatting intussen de onbetwiste leider van de groep, de verbinder zelfs. ‘Het is een lang proces geweest, maar hij is heel aanwezig. Hij maakt duidelijk waar hij op rekent in de race. Ik zit vaak met hem in de auto, op weg naar het hotel. Dan praten we over hoe het ervoor staat, hoe hij zich voelt, of we nog op koers liggen.’

Zelf liet Roglic toch enige emotie zien, toen zijn familie ter sprake kwam, die hem in de Tour met een camper volgt. ‘Zij maken het mogelijk dat ik kan presteren, zij cijferen zich weg voor mij.’ Nee, hij heeft ze niet altijd gezien onderweg, ze konden niet overal komen. ‘Dat mis ik wel, ja. Maar ik voel ze in mijn hart, dat is het allerbelangrijkste.’

Tadej Pogacar

Allan Peiper, voormalig Australisch wielrenner en nu ploegleider bij UAE Emirates, had hem nog gewaarschuwd nadat hij bijna anderhalve minuut had verloren in de waaieretappe naar Lavaur: niet meteen krampachtig proberen de schade weg te poetsen. Er komen nog genoeg gelegenheden aan. Tadej Pogacar (21) had begrijpend geknikt.

De volgende dag, in de Pyreneeën, was hij het kennelijk alweer vergeten. Hij trok onstuimig ten aanval en pakte 40 seconden terug op Primoz Roglic. Jeugdige overmoed, zal Peiper hebben gedacht, maar die 40 seconden waren toch mooi binnen. Als hij erin slaagt zijn landgenoot zaterdag te achterhalen door in totaal 57 seconden weg te poetsen, wordt hij de op één na jongste Tourwinnaar in de geschiedenis. De Fransman Henri Cornet was 19 toen hij in 1904 de sterkste was.

Geen misverstand: driest koersen typeert hem niet. De ploeg zelf roemt de kalmte die hij doorgaans bewaart. Dat werd vooral zichtbaar in een etappe in de Vuelta van vorig jaar, in helse weersomstandigheden. In striemende hagelbuien surfte hij rustig van klassementsrenner naar klassementsrenner, om in de slotfase van alles en iedereen weg te rijden. ‘No stress’, glimlachte hij na de finish. In Spanje beleefde hij met drie etappezeges en een derde plaats in de eindrangschikking zijn doorbraak. Het was ook de Vuelta waarin Roglic zijn eerste grote ronde won.

Pogacars sterke optreden in Spanje kwam niet helemaal uit het niets. Als beginnend prof won hij in 2018 de Tour d’Avenir, een jaar later greep hij de eindzege in de Ronde van Californië. Zijn voormalige coach bij de jeugd, Andrej Hauptman, zelf een voormalige renner uit Slovenië en nu werkend voor UAE Emirates, onderschrijft zijn stalen zenuwen. ‘Ik heb hem hoogst zelden zien bezwijken onder druk.’

Inmiddels weet ‘Pogi’ dat de Tour andere koek is. ‘Het is zwaar. Er is meer stress, het tempo ligt hoger, er zijn zoveel goede renners, die zich allemaal optimaal hebben voorbereid.’ Maar hij heeft vooral genoten. Bij de start in Nice had hij het niet voor mogelijk gehouden dat hij tweede zou staan – achter ‘Rogla’, goede vriend maar ook rivaal zodra ze op de fiets zitten – en ook nog met twee etappezeges op zak in de grootste wielerwedstrijd ter wereld.

Net als in de Vuelta was het kopmanschap in het team snel duidelijk. Mede-aanvoerder Fabio Aru viel in beide ronden uit, waardoor meteen alle kaarten op de debutant werden gezet. Hij slaapt er geen nacht minder om. Wat ook bijdraagt aan de rust, zei hij tegen L‘Équipe: hij heeft hier niks te verliezen.

Pogacar komt uit Komenda, waar hij opgroeide in een gezin met twee zussen en een broer. Zijn vader ontwerpt meubels, zijn moeder geeft taalles. In tegenstelling tot Roglic, die pas op 22-jarige leeftijd begon met fietsen, stond hij wel als jongetje op de trappers. Hij zat ook op voetballen en atletiek, maar koos samen met zijn oudere broer Tilan toch voor de fiets. Ze sloten zich aan bij Rog Ljubljana, een fietsclub in de hoofdstad van Slovenië. Pogacar bedankte de vereniging nog in de Tour en sprak de hoop uit dat clubs wat meer geld zouden krijgen na de successen in Frankrijk. Zijn vriendin, Urska Zigart, is ook prof.

Andrej Hauptman vertelde in het tijdschrift Procycling over hun eerste ontmoeting, elf jaar geleden. Hij bezocht een race op een circuit en zag een klein jongetje achter een grote groep oudere kinderen rijden. Hij vroeg de organisatoren iets te ondernemen om het ventje weer te laten aansluiten. ‘Maar die zeiden: nee, nee. Het is niet wat je denkt. Hij rijdt vooraan. Hij heeft het hele veld gedubbeld. Dat was Tadej.’

Ploegleider Allan Peiper telt ook zijn zegeningen met ‘de kleine prins’, zoals La Gazzetta dello Sport Tadej vorige week noemde. Nadat hij wat tijd had verloren in de etappe naar de Col de la Loze, had Peiper wat ontgoocheling vastgesteld. Maar de volgende dag, in de bus, was hij weer aan het lachen. Vergeten kan ook een voordeel zijn.

Duel op een giftige helling

De giftige helling van La Planche des Belles Filles in de zuidelijke Vogezen vormt deze zaterdag het decor van het duel tussen ‘Rogla’ en ‘Pogi’. Beide Slovenen zullen op de tijdritfiets over een afstand van 31 kilometer bepalen wie zondag in het geel de Champs-Élysées oprijdt. Tadej Pogacar (21) moet 57 seconden goedmaken op Primoz Roglic (30).

Laatstgenoemde geldt als de betere renner in deze discipline. In de Vuelta van vorig jaar klopte hij Pogacar in een tijdrit over 36 kilometer met anderhalve minuut. Zijn jongere rivaal was te snel van start gegaan en gaf veel terrein prijs. Maar een enkele keer gaat het nog mis met de kopman van Jumbo-Visma. In de Tour van 2018 verprutste de huidige geletruidrager nog een podiumplek in de tijdrit op de een na laatste dag, in Frans Baskenland. Naar later bleek had hij last van een kiezeltje in de elleboog, waardoor hij niet voluit op het stuur kon leunen.

Verrassend genoeg was Pogacar hem in juni te snel af bij een tijdrit in de race om de nationale titel. Over een traject van 15 kilometer, met een behoorlijke stijging in de aanvang, klopte hij hem met 9 seconden. Mogelijk speelde een fietswissel een rol. Pogacar begon op een gewone koersfiets, om boven op de klim over te stappen op de tijdritfiets. Roglic legde de volle afstand op de fiets die hem in een aerodynamische houding dwingt.

Het profiel van de één na laatste Touretappe is ruw gezegd spiegelbeeldig aan dat van de wedstrijd in Slovenië: eerst heuvelachtig, dan steil omhoog. Volgens berichten uit beide kampen wordt het klaarzetten van een gewone racefiets aan de voet van de klim overwogen.

Meer over