'Wie de sport raakt, moet een tik krijgen'

Veertig jaar was Frits Suèr werkzaam in de sport. Eerst als journalist en tv-verslaggever, later als manager van een grote sponsor (Nationale-Nederlanden)....

Van onze verslaggever Poul Annema

Met het door hem voorbereide miljoenencontract tussen de KNVB en de hoofdsponsor verliet hij de wereld waarin hij, zonder echt op te vallen, dominant aanwezig is geweest. Suèr deed zijn werk op alle terreinen met overgave, kennis van zaken en veel gevoel voor nuance.

Van 'liefde voor de sport' wil hij zelfs na veertig jaar niet spreken. 'Voor mij zijn het de ratio en de optelsom van feiten die me zeggen dat sport absolute noodzaak is.'

Geërgerd stelt hij vast dat in Den Haag een nieuwbouwwijk wordt gebouwd waar geen enkele ruimte is gecreëerd voor sportfaciliteiten. 'Die ontwerper moeten ze onmiddellijk opsluiten. Sport is nog het enige platform waarop mensen, culturen en achtergronden elkaar ontmoeten, naar elkaar luisteren en van elkaar willen leren. Iedereen die aan de sport komt, verdient daarom een tik op zijn vingers.'

Bij zijn afscheid van de KNVB sprak hij ten overstaan van de voorzitters Sprengers en Kesler de hoop uit 'dat de KNVB zich als groot maatschappelijk fenomeen zal blijven realiseren dat ze méér is dan een voetbalbond. De KNVB is zoals Sprengers dat zelf graag noemt: het grootste gezinsvervangende tehuis van het land.'

In zijn jeugd werd hij omringd door familie- en gezinsleden die van muziek en cabaret hielden. Suèr zelf voetbalde bij het Amstelveense Martinus, als een stugge linksback zonder talent en ambitie. Als secretaris van de volleybalafdeling kwam hij in contact met de journalistiek.

De sportjournalistiek

'Van de secretaris werd verwacht dat hij wekelijks uitslagen en begeleidende tekst leverde aan de lokale pers. De baas van het Amstelveensch Weekblad vroeg me bij hem te komen werken. Na twee jaar Nieuw Utrechts Dagblad kreeg ik bij dagblad De Tijd de kans wielrennen en alle zaalsporten te verslaan.

'Wielrennen is fascinerend, toegankelijk en is bovendien heroïsch. Nu ben ik wel eens bang dat de modernisering ten koste gaat van de heroïek die juist de lange, moordende etappes kenmerkt. Op mijn vraag wat afzien nu werkelijk was, sprak Jan Janssen de voor mij gedenkwaardige woorden: 'Afzien is soms hopen dat je je te pletter fietst, omdat alleen sterven kan voorkomen dat je nog meer moet lijden.'

'De Tijd zocht naar vernieuwende sportjournalistiek. We wilden de essentie uit een gebeurtenis halen, het beslissende moment. We vonden dat we ons los moesten maken van de droge en gefantaseerde verslaggeving uit die tijd. Jan Cottaar vertelde me hoe zijn collega's en hij door middel van de Michelin-gids bepaalden waar ze die dag zouden eten en vervolgens 's middags bij ploegleider Kees Pellenaars aanschoven voor het relaas van de etappe. Niemand kon dat controleren.

'Er werd in de wielersport veel gesproken over gekochte en verkochte wedstrijden. Voor het WK van 1970 in Leicester vroeg ik de Belg Jempie Monseré of hij me kon uitleggen hoe de koers van zondag zou verlopen. Klein als hij was, nam hij plaats op een grote kast en vertelde zonder te verblikken of te verblozen dat hij 80 duizend gulden in de achterzak had om de koers naar zijn hand te zetten. Mijn verhaal verscheen op zaterdag; zondag werd hij wereldkampioen zoals hij had aangegeven. Problemen met zijn onthullende bekentenis heeft hij nooit gehad.'

Sport op televisie

'Na vijf jaar De Tijd vroeg Bob Bremer me voor AVRO's Sportpanorama. Ik mocht me richten op spraakmakende documentaires en kreeg de kans langdurig in Zuid-Afrika, China, Rusland en Oost-Duitsland rond te reizen. Ik volgde de Vredeskoers en kreeg, na de loftrompet te hebben gestoken over dit Oost-Europese wielerfenomeen, toegang tot de befaamde sportinstituten in Leipzig en Berlijn.

'Bij de televisie had ik het gevoel terug te zijn in de eerste klas, vooral vanwege de techniek. Bob Bremer, de eindredacteur, zei altijd: 'Kijk vooral naar Amerika. Daar ligt onze toekomst.' Daarom trok hij programma's aan met grote amusementswaarde. Sterrenslag, Superstars, programma's die scoorden en daarom had ik er geen moeite mee. Topsport is entertainment, zo was ons credo.

'Gevaarlijk vind ik nu de totale overheersing van voetbal op de televisie. Dat leidt tot programma's waarin zinloosheid troef is. Vorige week zag ik een interview met Feyenoord-voorzitter Van den Herik, die vragen kreeg voorgelegd waarop het antwoord bekend was. Nodeloze en krampachtige tijdvulling van een medium dat met zijn macht veel andere en goede dingen in de sport kan doen.

'De AVRO heeft op een eerlijke manier de gehandicaptensport een plaats gegeven. Probeer nu niet, zeiden we, als gehandicaptensporter te laten zien wat de valide sporter vele malen beter kan. Niemand zit te wachten op de speerwerper die vanuit zijn rolstoel de speer vlak voor zijn voeten in het gras laat neerploffen. Door de televisie ontstond er een band met Nationale-Nederlanden, dat veel evenementen sponsorde. Daarbij kwam dat ik op mijn klompen kon aanvoelen dat er voor de omroepen moeilijke jaren zouden aanbreken. De tijd van dure en mooie documentaires was voorbij.'

De sportsponsor

'Nationale-Nederlanden liet me weten dat het de sportsponsoring structureel wilde opzetten. Het was een grote overstap. Mijn uitgangspunt was: laat de sport en de sporters altijd op de eerste plaats staan. Daar heb ik wel eens voor moeten vechten.

'We vinden, werd er dan gezegd, dat de sporters voor de wedstrijd even langs onze gasten moeten kunnen komen. Dat soort onzin heb ik altijd tegengehouden. Mijn stelregel was ook: ze komen niet naar onze ruimten om als apen te worden bekeken. Als we sporters uitnodigen, moeten ze een functie hebben.

'Ik weet dat mijn tv-verleden en mijn gevoel voor sport me van nut zijn geweest. Door het monteerwerk wist ik waar de reclameborden bij samenvattingen en bij live-wedstrijden het beste konden worden geplaatst.

'Sportsponsoring is een belangrijk onderscheidend element in de verzekeringsbranche geworden. Zowel qua naamsbekendheid als in de relatiemarketing. Eenderde van de marketingeffecten dankt Nationale-Nederlanden aan sportsponsoring. Omgekeerd heeft ook de sport optimaal geprofiteerd.'

Volleybal, meer dan veertig jaar

'Je wilt wat doen, het is dicht bij huis, je vindt het leuk en je ziet dat het, voor een dorpsclub, erg goed gaat. Martinus was een club zonder achterban en huis. We hebben in Amstelveen een hal gekregen en goede mensen ontmoet.

'Ik heb veel van topspelers geleerd, flexibiliteit en begrip. Ik vond volleybal amateuristisch en heb altijd gedacht: dit kan ik beter. We zijn terug bij af. Er is talent genoeg om weer goud te winnen. Met de jonge Kai van Dijk bezit Nederland zelfs een speler die een wereldtopper kan worden.

'Maar met de bond is het niks en wordt het niks. Dit bestuur is niet in staat een fatsoenlijke trainer aan te trekken, weet niet hoe het moet en luistert niet naar anderen. Geen sport die zich dat kan permitteren. Laat het initiatief maar weer aan de clubs, dat is het beste.'

Meer over