reportage

Wereldkampioen surfen Lilian de Geus richt vizier nu op Olympische Spelen

Op de kade van de Medemblikse zeilhaven loopt een drievoudig wereldkampioen. Niemand draait het hoofd mee of rekt de nek. Lilian de Geus, windsurfer, is een onbekende grootheid, althans voor het Nederlandse publiek. De wereld van de surfers kent haar, vreest haar kwaliteit.

Lillian de Geus in actie, op 2 juni in Medemblik. Beeld Sander van der Borch
Lillian de Geus in actie, op 2 juni in Medemblik.Beeld Sander van der Borch

De Nederlandse allrounder, vrouw voor licht weer en zwaar weer, is de grote favoriet voor de olympische regatta van deze zomer. Ze kan de eerste Nederlandse vrouw worden die goud pakt op de zeildiscipline die in 1992 olympische status verkreeg voor vrouwen (acht jaar na de mannen).

‘Lil’, zo wordt zij genoemd door haar coach Jacco Koops, vertoefde bij haar RS:X-wereldtitels in 2018, 2020 en 2021, in Aarhus, Melbourne en Cadiz, altijd in de schaduw van de Nederlandse grootheden bij de mannen: de heerlijk onnavolgbare tweevoudig olympisch kampioen Dorian van Rijsselberghe en de even ontspannen drievoudig wereldkampioen Kiran Badloe.

De Geus, pas laat ingestapt in het nomadische leven op woelige baren, lijkt het niet uit te maken. ‘Ik heb er nooit echt moeite mee gehad’, zegt ze. Wat iets anders is dan: ik heb er echt nooit moeite mee gehad. Haar omgeving zei er wel dingen van. ‘Die mensen zeggen dan: zonde dat ze de vrouwen zo weinig promoten.’

Geen hulp

Ze leveren de redenen erbij. ‘Ze zeggen: wat jij doet, Lil, is net zo knap of wel knapper, omdat jij geen hulp hebt gehad van buitenlanders en van Nederlanders. Omdat jij geen gebruik kon maken van zo’n team, waarin je beter kan worden en stappen kunt maken.’ Dan overschakelend naar haar eigen inzicht: ‘Wij moeten zelf meer doen. Buitenlandse tegenstand zoeken en jeugdtalenten.’

Het is de onbedoeld jaloerse blik op het team van de intussen gestopte Van Rijsselberghe en diens opvolger Badloe. Hun coach Aaron McIntosh verzamelde een groepje talent en dat spul trok dan de wereld over, van Nieuw-Zeeland tot Brazilië. Het zweet op het lijf, de lach aan de kont.

Afgelopen coronawinter had De Geus (29) eindelijk ook een team. Jacco Koops was de vertrouwde coach. Oud-wereldkampioen Casper Bouman bemoeide zich ook met haar en als sparringpartner vond zij de Peruaanse Maria Belén Bazo, de nummer elf van het laatste WK. Ze had de nummer drie van die regatta aan haar team kunnen toevoegen, ‘de Francaise Charline Picon wilde met mij trainen en in een team samenwerken maar wij hadden niet gevoel dat ik daar heel veel beter van zou worden, dat Charline bij mij zou passen qua karakter. En daar zoek je wel naar.’

Het werd Belén, uit Lima. ‘Het heeft gewerkt, want ik ben weer wereldkampioen geworden. Belén geeft heel veel sfeer in het team. We hebben heel veel lol samen. Dat is voor mij ook van belang. En ze gaat ook hard. Net buiten de toptien in Cadiz. En ze is niet mijn allergrootste directe concurrent. Nog een plus. Bovendien gaat ze naar Tokio. Casper Bouman is daar haar coach. Daarmee is ons team daar weer compleet.’

Voormalig voetbalinternational

Lilian de Geus was een begaafde voetbalster. Ze werd jeugdinternational, maar ontdekte in Almere, op dezelfde club als Kiran Badloe, haar liefde voor de plank. Op haar achttiende, in 2010, stapte ze in bij het plan van het Watersportverbond om voor het eerst sinds 1996 weer een vrouwelijke windsurfer op de Olympische Spelen te krijgen. Marcelien de Koning redde het niet voor 2012, maar De Geus kwam als talent voor 2016 (‘met medaillekansen’) nadrukkelijk in beeld.

‘Ik was voetbalster geweest, spits, klein en licht, 1.64 en 51 kilo. Ik keek veel naar Daniëlle van der Donk, nu van het Nederlands elftal, ook zo klein en wendbaar. Ik moest acht kilo aankomen voor het windsurfen, anders was ik te klein voor de RS:X. Het was dus vooral fysiek heel moeilijk om aan te haken. Ik kreeg bij het verbond een fysieke trainer en in drie jaar tijd werd ik acht kilo zwaarder. Ik ben nu 58 kilo. In Tokio, met veel licht weer, wil ik weer 57 zijn.

‘Afvallen is voor mij niet moeilijk. Gewoon geen chocola meer ’s avonds. Toen ik moest aankomen, kon ik eten wat ik wilde. Ik kom, net als mijn vader, niet snel aan. Het lukte me. Ik moest eerst vet krijgen om dat weer om te kunnen zetten in spieren. Vijf keer per week het krachthonk in. Pas later kon ik weer conditietraining en lange duurtrainingen doen. Nu kan ik weer lange fietstrainingen doen zonder dat ik gewicht verlies.’

Laatbloeier en doorzetter

Haar late instap maakte De Geus tot een laatbloeier en een doorzetter. ‘Ik heb door mijn voetbaltijd de hele jeugdklasse van RS:X gemist. Zoals Kiran Badloe die wel heeft gehad. Dat maakt een verschil in ervaring. Omdat ik geen jeugdwereldkampioen was geworden, was het soms lastig om het vertrouwen te winnen van het watersportverbond. Ik moest de ladder beklimmen door direct mee te doen in de seniorenklasse. Ik wilde beter worden en uiteindelijk de beste. Met die drive ben ik er gekomen.

‘Ik maakte mega-progressie, maar vijf jaar geleden in Rio was ik, achteraf gezien, nog te jong en te onervaren. Het werd de vierde plaats, een houten medaille, op één punt van het brons. De top-zeven daar kon in de laatste race nog goud, zilver of brons halen. Een zenuwentoestand natuurlijk.’

Het missen van de medaille in Rio, één slechte dag in het binnenwater van de Baai van Guanabara deed haar de das om en lag haar een jaar lang zwaar op de maag. ‘Ik had zilver gehaald bij een olympisch test-event. Toen dachten ze in Nederland dat we een goede kans hadden.’

Drievoudig wereldkampioen

In 2018 was ze echt terug aan het front en werd ze in Aarhus, in het water van het Kattegat, wereldkampioen. Dat suces herhaalde ze in 2020 en 2021. In 2019 in Torbole, aan het Gardameer, was er niet meer dan brons, maar de verklaring daarvoor heeft met haar verblijf in Japan te maken.

‘Ik was die zomer meer dan een maand in Enoshima geweest, de olympische zeilhaven. Van mijn acht of tien reizen daarheen is er niet één zo lang geweest. Ik trainde met Chinezen. Keihard. We waren er om kennis op te doen. Die data worden naar het innovatiecentrum in Scheveningen gestuurd. We kijken ook nu nog naar die windpatronen, maar voor mij is het belangrijk dat ik daar was en de patronen zelf kon zien op het water en dat ik die straks tijdens de Spelen hopelijk kan herkennen. Omdat ik ze al eerder heb gezien.’

De pandemie 2020-2021 verhinderde nieuwe bezoeken aan Enoshima, waar zij vaak een huisje deelde met Laser-wereldkampioen Marit Bouwmeester. ‘Klein ja, aanvankelijk, en alles laag. Bed, eettafel, alles in kleermakerszit. Later heeft Dorien Hoekstra, onze manager, Ikea-materialen gekocht. Kregen we goede appartementen en konden we weer hoog aan een tafel zitten. Het was top voor elkaar, met een Japanse kok die soms zelfs Hollandse stamppot maakte.’

Half juli keert ze terug, onder andere omstandigheden en niet in het geliefde eigen appartement, op een paar minuutjes fietsen van de haven. Coronamaatregelen verhinderen dat. Ze hoopt op een ‘allround weekje', vijf wedstrijddagen met wisselend weer tijdens de elf races. Dat is haar voordeel. Ze kan met de grotere vrouwen mee bij veel wind. En hoort erbij onder lichtere condities.


Lilian de Geus draagt haar Foiling Surfplank naar het water, eind mei in Medemblik. Surfen op een foil vergt een geheel andere techniek dan het 'klassieke surfen'.     Beeld Jiri Buller
Lilian de Geus draagt haar Foiling Surfplank naar het water, eind mei in Medemblik. Surfen op een foil vergt een geheel andere techniek dan het 'klassieke surfen'.Beeld Jiri Buller

Vorm is terug

De Geus is weer in vorm. Het was even zoeken nadat ze veel op de foil had geoefend, het olympische board voor 2024 dat boven het water zweeft en veel harder gaat dan de RS:X. Dat vergt een andere techniek. ‘Ik werd eind vorig jaar op het EK in Portugal negende. Ik had veel op de foil gestaan, weinig op de RS:X. Het was lastig om te zien dat ik zo achterop lag. Nou, er moet echt wel een tandje bij, dacht ik toen.’ Die tandjes heeft Lilian de Geus gezet.

Spelen

De olympische windsurfwedstrijd in Japan telt vijf wedstrijddagen. Er zijn tien wedstrijden van circa 20 tot 30 minuten in een parcours dat afhankelijk van de wind per dag kan verschillen. De klassering levert punten op: één voor de eerste plaats, twee voor tweede etc. Het slechtste resultaat van de tien races mag worden weggestreept. De beste tien deelnemers varen een medaillerace. Daarin tellen de punten dubbel (twee voor de 1ste plaats etc). Wie het laagste aantal punten heeft is olympisch kampioen. Windsurfen is voor mannen olympisch sinds 1984, voor vrouwen sinds 1992. Nederland heeft twee kampioenen gehad: Stephan van den Berg (1984) en Dorian van Rijsselberghe (2012 en 2016).

Meer over