Werelddambond Fédération Mondiale du Jeu de Dames (FMJD) bestaat vijftig jaar; 'Moderne topspelers zijn risicomijders geworden'

De werelddambond Fédération Mondiale du Jeu de Dames (FMJD) bestaat vijftig jaar. In 1947 werd de overkoepelende organisatie in Parijs opgericht, maar toen de Nederlandse wereldkampioen Piet Roozenburg een jaar later toegang tot de Assemblée Générale probeerde te krijgen, werd hem dat ontzegd....

Van onze dammedewerker

Egbert van Hattem

HENGELO

'Ik wilde meepraten, maar de deur zat gewoon dicht. Alleen de positieve pers had toegang tot de besloten club. Komisch. Heel komisch.' Roozenburg kan, terugkijkend op het incident van toen, er wel om lachen. 'Frankrijk was het toonaangevende damland en bepaalde de gang van zaken.'

Piet Roozenburg (72) werd vier keer wereldkampioen, maar was bovendien van 1978 tot 1990 voorzitter van de FMJD, met een onderbreking van 1980 tot 1985.

Naast Frankrijk en Nederland deden aanvankelijk alleen kleine damlanden als België en Zwitserland mee. Maar de bond groeide snel. In 1952 kwamen Canada en Italië er als leden bij, in 1956 de Sovjet-Unie, en ook Suriname sloot zich aan. Op dit moment zijn er 46 leden. En ook nu wordt de FMJD door een Nederlander geleid, Wouter van Beek.

Onder het bewind van Roozenburg werd de kalender van de FMJD duidelijker. Samen met wijlen Wim Jurg zette hij de zone-toernooien op. Er kwamen wereldkampioenschappen voor kadetten, junioren en vrouwen. De markante Belgische arbiter Raymond Picard formuleerde een duidelijk reglement, de Fransman Jean Paul Plantin zette de FMJD organisatorisch en administratief op de rails.

De 64-ruitenvariaties kwamen er vanaf 1986 bij. Op de Mind Sports Olympiad in augustus in Londen, werden contacten gelegd met belangrijke beoefenaars van het Angelsaksisch georiënteerde Checkers.

Aan het begin van de jaren zestig deed het Afrikaanse continent voor het eerst van zich spreken, door de prestaties van de Senegalese supergrootmeester Baba Sy. Bij zijn debuut-WK in 1960 won Baba Sy meteen van Koeperman. Tegen Sjtsjogoljew, twee maal wereldkampioen, had hij de winst voor het grijpen. In Jalta, 1961, zegevierde de Afrikaan 'met glans en glorie' voor onder anderen Andris Andreiko, de later al even legendarische wereldkampioen.

Aan de naam van Baba Sy is het merkwaardigste verhaal uit de geschiedenis van de FMJD verbonden. In 1986 kreeg Baba Sy, die acht jaar eerder in Dakar met de auto was verongelukt, postuum de wereldtitel van 1962. Hij had in dat jaar de Challenge Mondial in Luik gewonnen en het recht verworven om wereldkampioen Iser Koeperman uit te dagen.

Roozenburg: 'Om onverklaarbare redenen is dat titelgevecht er nooit van gekomen. Vanuit de Sovjet-Unie kwam geen enkele reactie. Koeperman zegt nu dat hij de uitdaging wel had willen aangaan. Baba Sy won echter alles wat er te winnen viel en was bepaald niet iemand tegen wie je graag speelde.

'Je kunt je afvragen of een postume wereldtitel überhaupt wel kan, maar zijn snelheid van visie werd alleen geëvenaard door de Canadese wereldkampioen Marcel Deslauriers die mij in 1956 was opgevolgd.'

Als de Canadees ter sprake komt, geeft Roozenburg de Koninklijke Nederlandse Dambond, waarmee de verhouding 'lang niet altijd hartverwarmend' was, graag een compliment. De FMJD steunt voor de organisatie van de wereldtiteltoernooien en -matches zwaar op de lidstaten waaraan de organisatie doorgaans wordt uitbesteed.

Zo trad Nederland in 1958 op als gastheer voor de match tussen 'communistenhater' Deslauriers en Iser Koeperman. De Canadese wereldkampioen, vooral van het 144-ruitenbord, verloor met 18-22.

Koeperman werd de eerste Russische wereldkampioen. Zijn hegemonie werd alleen door 'twee tussenpausen met naam' doorbroken: Ton Sijbrands werd twee keer wereldkampioen, Harm Wiersma vijf maal. Roozenburg: 'Ook Jannes van der Wal moet zeker worden genoemd, al waren de Russen bij het WK in 1982 in Sao Paolo afwezig.'

Over de vele remises in de toernooien en matches die nu worden gespeeld, kan Roozenburg zich behoorlijk opwinden. 'De moderne topspelers zijn risicomijders. En als ze al eens gewonnen staan, laten ze het lopen.

'Ach, al dat gepraat over dammen', probeert hij te relativeren. 'Er moeten in de toekomst alleen nog maar toernooien komen. En als er toch matches nodig zijn, dan over maximaal twaalf partijen. De openingen van de helft van de partijen moeten worden geloot en zowel met wit als met zwart worden gespeeld. Het liefst zie ik één Roozenburgpartij, een Partie Bonnard en een randschijf-systeem. Dan zullen we nog wel eens zien of alles remise wordt.'

Meer over