'Werd in elke zedenzaak maar zoveel bewijs aangedragen'

Peter Ooms ontkende na 'een ontstellende hel van anderhalf jaar' ook voor de politierechter de seksuele intimidatie waaraan hij zich als judocoach schuldig zou hebben gemaakt....

HANS VAN WISSEN

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

BREDA

Om herhaling van Ooms gedrag te voorkomen klaagden de (voormalige) wereldkampioenes Anita Staps, Irene de Kok en Monique van der Lee hun vroegere coach begin vorig jaar aan vanwege ongewenste intimiteiten op en buiten de judomat. Hoewel Ooms een bij het NOCNSF gedoponeerde verklaring had ondertekend, waarin hij beloofde geen verdere wandaden te zullen plegen, bleef hij diezelfde wandaden ontkennen. Dat deed hij ook nadat hem door de Judo Bond Nederland werd verboden gedurende een jaar zijn vak uit te oefenen.

Volgens Ooms was hij slachtoffer geworden van een complot en zou de affaire 'georchestreerd' zijn door Frans Hoogendijk, de toenmalige voorzitter van de judobond en een vriend van Anita Staps. Volgens een van de verklaringen a decharge, van ex-JBN-directeur Post, zou Hoogendijk in een bestuursvergadering hebben geroepen dat hij Ooms 'de nek zou breken'.

'Die complot-theorie heeft er niets mee te maken, die weerlegt op geen enkele manier de daden', zei Irene de Kok gisteren, na de zitting voor de Bredase politierechter. Omdat Ooms zich er wel op beriep en de seksuele intimidatie dus bleef ontkennen, hadden De Kok en Van der Lee uiteindelijk een klacht ingediend. De vergrijpen ten opzichte van Anita Staps waren verjaard.

Ooms vond het achteraf 'dom' dat hij 'in paniek' de NOCNSF-verklaring had getekend. Hij zou door de NOCNSF-psycholoog Loman 'gechanteerd' zijn. Had hij ondertekening geweigerd dan kwam, zo zou Lomans dreigement hebben geluid, de affaire zeker naar buiten. Loman zou bovendien de door Ooms verlangde amendementen in de verklaring niet hebben opgenomen. Anderhalf jaar geleden verklaarde Ooms overigens nog dat hij de verklaring niet eens had gelezen en blindelings had getekend.

Die NOCNSF-verklaring noopte de raadsman van Ooms, mr. P. de Boer, gisteren tot behoedzaamheid. Hij eiste vrijspraak omdat niet het 'overtuigend' bewijs van aanranding was geleverd. En als er dan al gronden waren om aan te nemen dat het wettig bewijs wel was geleverd, pleitte hij voor maatschappelijke dienstverlening als straf.

Officier van Justitie J. van Krieken ('Werd in elke zedenzaak maar zo veel bewijs aangedragen') had geen enkele twijfel over de feiten maar sloot zich in zijn eis aan: 180 uur dienstverlening of vier maanden gevangenisstraf en een symbolisch smartegeld van 2000 gulden. De officier gaf met die eis aan dat Ooms door alle publiciteit privé en zakelijk al zwaar had geboet. Ooms vond het bovendien 'afgrijselijk' als de judoka's schade hadden ondervonden van zijn handelingen. Handelingen die bestonden uit het betasten van borsten en schaamstreek. Ooms zou ook bij herhaling in hotels en auto's seksuele avances hebben gemaakt.

Namens De Kok en Van der Lee lichtte mr R. Verbunt hun verklaringen toe. Ooms: 'Ik heb ze niet in die mate betast, ik klopte altijd op de hoteldeur, ik had nooit een sleutel. En ik ben blij met mijn eigen vrouw, ik had de judoka's niet nodig om aan m'n gerief te komen.'

Ooms, die in de rechtszaal geen blik durfde of wilde werpen op zijn vroegere pupillen, ging niet in op de daden zelf. Hij noemde topsport misvormend en hield in algemene zin vol dat lijfelijk contact op de judomat onvermijdelijk is. Maar uit diverse verklaringen van andere leerlingen die hij begeleidde, bleek dat zijn 'niet toevallige en onnodige' gedrag (Rogier Smulders: 'Het knijpen in borsten en billen') wel degelijk ook door andere judoka's werd waargenomen en besproken. Ook andere oud-pupillen waren lastig gevallen door Ooms.

De echtgenoot van een van die slachtoffers had, toen die het verhaal van vroeger hoorde, Ooms in diens tuin een paar klappen verkocht. Ooms voerde dat aan als bewijs van de ellende waarin hij anderhalf jaar leefde.

De andere verklaringen a decharge drukten niet veel meer uit dan dat Ooms als coach een 'amicale en lijfelijke vent' was van wie de seksuele escapades bijvoorbeeld bondsbestuurslid De Vries volkomen hadden verrast. De raadsman van Ooms noemde het ongerijmd en ongeloofwaardig dat de judoka's ten tijde van hun grote successen en zelfs daarna vol lof waren over Ooms en dat ze hem daarna aan de schandpaal nagelden.

Irene de Kok: 'Dat is ook moeilijk uit te leggen. Het sleutelwoord is schuldgevoel. Hij deed zo veel voor je en isoleerde je tegelijk zo sterk dat nee zeggen onmogelijk werd. Het was een vorm van klein houden. Toch wijs ik zijn zijn judo-methode nog steeds niet af. Ik heb op een bepaalde manier nog steeds respect voor hem, hier zit toch ook iemand die 24 jaar van mijn leven vertegenwoordigt.

'Maar om de knallen met zijn stok en de blauwe plekken, of om de onverantwoorde acht kilo die je soms voor je gewichtsklasse in één week moest afvallen, gaat het niet. Hij gaat erom dat hij ons vertrouwen heeft beschaamd en beschadigd. De seksuele intimidatie staat vast, wat er ook allemaal bijgesleept wordt om hem te ontlasten. Maar het is afschuwelijk hoe het is gegaan.'

De Bredase politierechter doet op 25 juli uitspraak.

Meer over