Wennemars treurt met heel zijn lijf

Zijn stem klonk mat, zijn ogen stonden dof en zijn schouders hingen. Erben Wennemars treurde met heel zijn lijf. Dolgraag had hij bij de WK sprint, over twee weken in Heerenveen, zijn titel verdedigd...

Dolgraag had hij bij de WK sprint, over twee weken in Heerenveen, zijn titel verdedigd. Na twee opeenvolgende zeges ver van huis, in Nagano en Salt Lake City, had hij gehoopt de trilogie te voltooien in een uitverkocht Thialf. Een betere opmaat naar de Olympische Spelen kon hij zich niet denken. Maar hij zal er niet zijn. Na acht jaar onafgebroken te hebben meegedaan aan de WK (slechtste klassering: vijfde) zal hij moeten toekijken.

Bij de NK sprint, de selectiewedstrijd voor de WK, werd Wennemars voor het eerst in zijn loopbaan slachtoffer van de sprintcultuur die hij zelf heeft helpen vormgeven. Gerard van Velde en Jan Bos ondervonden eerder al dat de jeugd geen medelijden heeft met de coryfeeën. Wennemars moest, in de grillige wedstrijd die werd gewonnen door Stefan Groothuis, door het stof. Hij eindigde achter Gerard van Velde en Beorn Nijenhuis als vierde. ‘Dit doet heel veel pijn’, verzuchtte hij.

De afgelopen drie jaar had de vierde plaats Wennemars wél een WK-startbewijs opgeleverd. Na jaren van hoog oplopende ruzies over de verdeling van startbewijzen voor titeltoernooien, besloot de commissie topsport van de schaatsbond in 2002 bij de selectiewedstrijden steevast de eerste vier aan te wijzen. Die werkwijze werkte wonderwel. Door de duidelijke regels werd de commissie overbodig. Twee weken geleden kondigden de keuzeheren hun afscheid aan.

Alsof consequent handelen er na dat besluit niet meer toe deed, besloot de commissie af te wijken van de eigen regels. Jan Bos werd op grond van zijn sterke prestaties bij de olympisch trials aangewezen voor de WK. Of bij dat besluit meespeelde dat Bos dreigde de NK, en dus ook de WK, te laten schieten is onduidelijk. Hij kreeg het startbewijs op grond van drie knap gereden afstanden. Wennemars moest zich bij de NK in Assen daarentegen bij de beste drie zien te rijden, ook al was hij de afgelopen drie jaar de beste Nederlandse schaatser.

Ook op de tweevoudig wereldkampioen sprint kwam dat over als een curieus besluit, al heeft hij zich herhaaldelijk uitgesproken tegen strenge selectiewedstrijden. Hij is voorstander van het aanwijzen van vedetten, hoeveel genoegen het publiek ook beleeft aan wedstrijden waarin reputaties op het spel staan.

Maar dat juist zijn eeuwige rivaal Jan Bos kon profiteren, zinde hem allerminst. Hij moest op het puntje van zijn tong bijten, maar verkoos te zwijgen. ‘Ik vind het stijlvol om daar pas achteraf dingen over te zeggen.’

Vermoedelijk had Wennemars het liefst gehad dat hij met Bos en Beorn Nijenhuis direct was aangewezen voor de WK sprint – zij drieën waren bij de olympische selectiewedstrijden de beste sprinters. Maar ook hij zal beseffen dat dergelijke maatregelen, gezien de kleine verschillen in de Nederlandse sprinttop, onvermijdelijk zouden uitmonden in nieuwe conflicten tussen de merkenteams en de KNSB.

Uit het wedstrijdverloop van de NK viel eens te meer af te leiden dat in een vergaderzaal onmogelijk valt vast te stellen wie de sterkste schaatser is. Het sterke optreden van Van Velde was onverwacht. En met de zege van Groothuis had niemand rekening gehouden, ondanks zijn verleden als sprinttalent (Nederlands kampioen junioren in 2001) en zijn verbluffende persoonlijke record op de 1000 meter. In november reed hij in Salt Lake City 1.07,69, de snelste seizoentijd van een Nederlander.

Groothuis legde in Assen zijn basis voor de overwinning op de eerste 1000 meter. Die won hij, mogelijk geholpen door een windvlaag, met zo’n overmacht dat hij zichzelf ook plotseling als titelfavoriet zag. ‘Na die 1000 meter dacht ik: dit moet kunnen.’

Hij maakte geen fout en daarmee een einde aan de gedeelde heerschappij van Wennemars, Bos en Van Velde, die de Nederlandse sprinttitels sinds 1994 onder elkaar hebben verdeeld.

Aan de WK sprint zal Groothuis over twee weken voor het eerst meedoen, maar hij liet meteen weten dat hij in Thialf niet met hoge verwachtingen van start gaat. Voor hem telt dit seizoen alleen de olympische 1000 meter, net als voor zijn ploeggenoot Jan Bos.

In Turijn zullen zij met Wennemars in de slag moeten, want de wereldkampioen sprint blaakt nog van eerzucht. ‘Als je vierde wordt bij een NK ben je nog lang geen olympisch kampioen. Er moet nog een hoop gebeuren. Maar ik geef me niet snel gewonnen.’

Meer over