VooruitblikSchaatsen

Welke schaatsers zijn – nu Kramer en Wüst niet meedoen – de blikvangers bij de EK’s allround en sprint?

Schaatsers Kai Verbij, Dai Dai Ntab, Hein Otterspeer en Thomas Krol trainen samen in Thialf.
 Beeld EPA
Schaatsers Kai Verbij, Dai Dai Ntab, Hein Otterspeer en Thomas Krol trainen samen in Thialf.Beeld EPA

Voor het eerst sinds 2005 ontbreken Sven Kramer en Ireen Wüst op de EK. Anderhalf decennium waren zij het gezicht van het langebaanschaatsen. Wie zijn nu de blikvangers bij de EK’s allround en sprint?

Favorieten

Patrick Roest (25)

Hij werd drie keer op rij wereldkampioen allround, maar een EK-allroundtitel heeft Patrick Roest nog niet. Twee jaar geleden, bij de EK in Collalbo, liet hij zich nog afbluffen door Sven Kramer. Inmiddels is hij ouder en wijzer. ‘En Sven zal me sowieso niet meer verrassen.’

Wie kan hem nog dwarsbomen op zijn route naar de titel? ‘Het is moeilijk om te zeggen hoe de buitenlanders ervoor staan’, vertelt hij donderdag. ‘Sverre Lunde Pedersen is altijd gevaarlijk. En Bart Swings ook. Hij heeft goede trainingswedstrijden gereden.’ Ook schrijft Roest zijn ploeggenoot Marcel Bosker niet af.

Eind december won Roest tijdens de kwalificatiewedstrijden de 1.500 meter, 5 en 10 kilometer en bewees daarmee zijn uitstekende vorm. Hij weet dat hij de uitgesproken favoriet is. ‘Mensen verwachten dat ik ga winnen. Dat brengt druk met zich mee.’ Als drievoudig wereldkampioen moet hij die wel kunnen weerstaan.

Jutta Leerdam (22)

‘Ik zou teleurgesteld zijn als het me niet zou lukken’, zegt Jutta Leerdam over de Europese sprinttitel. Twee jaar geleden, bij haar debuut op de EK sprint, was ze nog tevreden met de vierde plaats, maar sinds haar Europese- en wereldtitel op de 1.000 meter vorig jaar is alleen nog goud goed genoeg. ‘Als je dat eenmaal hebt geproefd, dan wil je geen stapje terug doen.’

Ze wil niet bezig zijn met haar tegenstanders. ‘Beter worden.’ Dat is haar mantra. Bovendien, hoe de anderen ervoor staan, weet ze niet. Alleen van Femke Kok weet ze wat te verwachten en haar versloeg ze op de NK sprint. De sleutel voor de titel ligt voor Leerdam op de 500 meter, de afstand die ze het minst beheerst. Daar mag ze geen tijd vermorsen. ‘En op de 1.000 doe ik dan mijn kunstje wel.’

Debutanten

Femke Kok (20)

Ze reed nog nooit een internationale sprintvierkamp en toch is ze bij haar debuut al direct podiumkandidaat. Femke Kok is de sprintrevelatie van dit seizoen. Eind december reed ze in Thialf met 37,08 bijna het acht jaar oude Nederlands record van Thijsje Oenema (37,06) op de 500 meter uit de boeken.

Op de NK sprint won ze beide 500 meters voor Jutta Leerdam en versloeg de wereldkampioene zelfs op de eerste kilometer. ‘Dat had ik niet verwacht.’ Pas op de slotafstand gaf ze de titel uit handen.

Ze probeert de EK zo ontspannen mogelijk te benaderen. ‘Ik weet van mezelf dat wanneer ik mezelf druk opleg, ik slecht rijd.’ Dat gebeurde bij de NK afstanden eind oktober. Trillend van de zenuwen stond ze aan de start. Alles is erop gericht om de verwachtingen te temperen. ‘Mijn coaches zijn heel nuchter. Ze zeggen: het is je eerste jaar, we maken er iets moois van.’

Irene Schouten (28)

Allrounden is een schitterende discipline, vindt Irene Schouten. ‘Ik ben er zelf alleen wat minder goed in.’ Eenmaal deed ze mee aan een internationale vierkamp: de WK in 2014. Ze werd zesde.

Ze richtte zich al vroeg in haar loopbaan op de 3 en 5 kilometer. ‘Daar liggen mijn kansen.’ En ze bekwaamde zich op de massastart en marathon. ‘Dat vind ik wel genoeg.’ Toch maakt ze deze winter indruk op de langebaan. Op de NK afstanden won ze voor het eerst goud op de 3 en 5 kilometer en reed een sterke 1.500 meter. Toch was ze verrast dat ze zich eind december plaatste voor de EK.

Ze denkt niet dat ze dat te danken heeft aan de door corona schoongeveegde marathonkalender. Al is het wel lekker dat ze niet langer elk weekend naar een andere uithoek van het land hoeft. ‘Misschien heb ik daarom wat meer rust.’

Buitenlandse blikvangers

Nils van der Poel (24)

Nils van der Poel is geen nieuw Nederlands talent en ook geen schaatsende loot aan de wielerfamilie Van der Poel. Hij is een Zweed met een Nederlandse grootouders en een neusje voor de meest Nederlandse schaatsafstand: de 10 kilometer.

In 2018 won hij de 10 kilometer bij de WK allround in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Zijn zege sneeuwde onder in het rumoer na de val van de Noorse klassementsleider Sverre Lunde Pedersen en de zege van Patrick Roest. Na die WK richtte Van der Poel zich op zijn studie.

Pas deze winter liet hij weer van zich horen. Luid en duidelijk. In Inzell reed hij een 10 kilometer in 12.46,91. Slechts zes schaatsers waren ooit sneller. Hij verbeterde het baanrecord van Bob de Jong (12.48,20).

Hij zal als stayer moeite moeten doen de slotafstand van het allroundtoernooi te halen, maar als het lukt, zou hij het Roest op die afstand nog lastig kunnen maken.

Artjom Arefjev (20)

Sprintbom Pavel Koelizjnikov staat na blessureleed en corona als reserve van de Russische ploeg aan de kant bij de EK sprint. Wel op het ijs staat zijn jonge ploeggenoot Artjom Arefjev, die als junior al snellere tijden reed dan de meervoudig wereldkampioen en wereldrecordhouder op de 500 meter.

Arefjev komt uit Tsjerepovets, grofweg tussen Moskou en Sint-Petersburg, waar hij studeert. Het is een stad zonder 400-meterbaan, maar wel met een olympisch schaatskampioen als ingezetene: Sergej Fokitsjev, de winnaar van de 500 meter in 1984. De twee kennen elkaar goed en Arefjev zou graag in diens voetsporen treden.

De 500 meter is zijn lievelingsafstand. ‘De 1.000 zeker niet’, vertelde hij vorig jaar. Hij wil zelfs niet te veel aandacht aan de kilometer besteden. ‘Als je de 500 goed beheerst en dan probeert andere afstanden te verbeteren, kun je datgene wat je al kan verliezen.’

Meer over