Reportage

Wegman weet wel raad met het wilde water in het beton van Tokio

Ze is gewend aan onstuimige rivieren overal op de wereld, waar ze het extreem kayakken beoefende. Maar inmiddels is Martina Wegman (32) het gevaar opzoeken beu en heeft ze zich bekwaamd in de kanoslalom op technische parcoursen. Dinsdag drong ze door tot de olympische finale.

Martina Wegman in actie tijdens de olympische finale kanoslalom. Beeld Klaas Jan van der Weij
Martina Wegman in actie tijdens de olympische finale kanoslalom.Beeld Klaas Jan van der Weij

De dreigende luchten over de Tokyo Bay Area, de sporen van een op afstand voorbij trekkende tyfoon, hebben dinsdagmiddag tijdig plaats gemaakt voor brede opklaringen. Dat is een opluchting: het borrelt en bruist al meer dan genoeg in de wildwaterbaan van het kanocentrum in Kasai, een wijk in het oosten van Tokio.

Poort 1. Martina Wegman (32) wringt zich in haar kano tussen twee blokken, de peddel overdwars, en blikt vooruit naar het schuimbad voor haar, opgewekt door reusachtige pompen die 12 kuub water per seconde door het betonnen kanaal jagen. Het parcours ligt haar. Lekker technisch. Je kunt hier echt gebruik maken van het water, zegt ze. Dat het bijzonder is dat ze hier aan de start staat, in de finale van de slalom, is ook de speaker niet ontgaan. ‘Veel wildwater hebben ze in Nederland niet.’ Ze zet aan en koerst op het eerste poortje af.

Nederlands is voor Wegman, geboren in het Noord-Hollandse Schoorl, nog maar een beperkt begrip. Haar sport brengt haar in alle uithoeken van de wereld. Ze woont intussen al tien jaar in Okere Falls in Nieuw-Zeeland, waar haar man Mike Dawson betrokken is bij de begeleiding van het nationale team en een deelnemer van de Cookeilanden coacht. Ze traint er op Lake Rotoiti en de rivier Kaituna. Als ze Nederlands spreekt, schemert het Engels er doorheen.

Poort 4. Het water duwt, stompt, zuigt, bijt, met witgekopte golven. Onophoudelijk, vanuit onverhoedse richtingen. Er wachten in totaal 25 poortjes, gevormd door twee vrij hangende staven. Groen-wit gestreept betekent dat de kanoërs er met de stroom mee doorheen mogen. Rood-wit moeten ze nemen terwijl ze tegen het watergeweld opboksen. Een aanraking betekent twee strafseconden, volledig missen zelfs 50.

Het is soms centimeterwerk. Deelnemers buigen hun hoofd in alle richtingen en wringen het lichaam in alle denkbare bochten om die vermaledijde staven te ontwijken. Poort 4 is een aartslastige passage. De punt van de kano zwiept er snel de hoogte in. Wegman valt op door haar beheerste peddelslag. Rustig, bijna sereen, neemt ze de horde, het vaartuig volledig onder controle.

Het kolkende water in Tokio maakt maar weinig indruk op haar. Wegman begon al met kanoën als klein meisje. Haar vader nam zijn kinderen mee naar de branding in Hargen aan Zee en stuurde ze toen ze wat groter waren tijdens vakanties onstuimige rivieren op in onder meer Slovenië en Bosnië. Gaandeweg ging ze uitersten opzoeken. Het werd extreem kajakken. Ze stortte zich naar beneden vanaf watervallen in alle windstreken, 10, zelfs 15 meter hoog. Ze durfde vaak eerst niet, maar dan peddelde ze toch maar op de peilloze diepten af. Ze voer in Afrika tussen nijlpaarden en krokodillen.

Poort 12. Ze is bijna op de helft. In Tokio bestaat het decor uit een reuzenrad, een langgerekt kluwen van viaducten voor metro en autoverkeer, de skyline van tientallen torenhoge flats en een schuin oplopende muur van lege stoeltjes, de verlaten tribune. Ze is er wel aan gewend, intussen. Vrijwel overal zijn het betonnen banen met plastic obstakels in een niet altijd even inspirerende omgeving. Soms, ja, soms mist ze het avontuur. Maar eerlijk gezegd ontbreekt het zelfvertrouwen intussen voor zulke uitspattingen.

Het loopt in de run niet naar wens, merkt ze. Het vloeiende van de halve finale kan ze niet vinden. Het is nu een gevecht met het water. De eerste slagen klopten al net niet. Het ritme is zoek. Het moet de spanning zijn, verklaart ze achteraf. Als je net te snel gaat, maak je wat meer foutjes. Er zat ook nog eens weinig tijd tussen de runs.

In 2015 was het welletjes geweest met het opzoeken van het gevaar, het doorkruisen van zogenoemde ‘championskillers’. Ze heeft er dierbaren door verloren. Ze koos voor de veiligheid van de betonnen baan, waar het nemen van risico’s hooguit uitmondt in tijdverlies. Aan de zijde van haar man Mike, zelf ook olympiër, kon ze nog altijd de wereld rond en in de slalom vond ze nieuwe uitdagingen. Daar draait het om precisie, kracht, beheersing. Toen bleek dat ze zich kon kwalificeren voor Tokio, had ze naar eigen zeggen voor het eerst van haar leven een groot doel.

Poort 25. Ze klokt af op 111,13 seconden. Eenmaal in rustig water steekt ze haar duim op naar haar Spaanse coach. Het blijkt goed voor de zevende plaats, op 5,8 seconden van winnaar Ricarda Funk uit Duitsland. Ze heeft er gemengde gevoelens over. Het was een toffe ervaring geweest, ze is er trots op dat ze de finale haalde. Maar ze had ook geloofd in een podiumplaats, op dit parcours. Dat het niet is gelukt, vindt ze teleurstellend. Ze heeft alweer een nieuw doel: de aansluiting met de wereldtop.

Meer over