Weer kampioen, maar het moet nog beter

Met twee punten voorsprong heeft Kees Thijssen (29) zijn derde nationale titel op rij binnengehaald. De Amsterdamse grootmeester is daarmee op papier gearriveerd bij de grootste spelers uit de Nederlandse damhistorie....

Want ook in dit NK liet Thijssen een handvol posities verwateren waarin een overwinning voor het grijpen leek. ‘Ik hoor het die Russische grootmeesters al tegen elkaar zeggen’, vertelt hij. ‘Die Thijssen creëert aardige kansen maar maakt het niet af.’

Een funeste eigenschap voor een speler met aspiraties, vindt Thijssen, want dammen is geen tennis. Daar staat na een goed gespeelde eerste set namelijk 6-0 op het scorebord. Bij dammen kan het voordeel ineens weg zijn. ‘Eén foute penseelstreek en alles is uitgewist. Voor mij is een NK pijnlijk, ook al heb ik gewonnen. Dammen is een hard spel omdat het zoveel perfectie vereist. Vanmorgen dacht ik dat nog’, aldus Thijssen na zijn snelle overwinning in de voorlaatste ronde op Marino Barkel, die als een bevrijding kwam.

Thijssen bewondert wereldkampioen Aleksandr Georgiev en diens voorganger Aleksej Tsjizjov bovenmatig. Zij beheersen een aspect waarnaar hij op zoek is, als het nodig is een stand ‘doodrekenen’ zodat elke ontsnapping onmogelijk is. Hij staat daarin op hetzelfde punt als ooit zijn leermeester, de Wit-Russische oud-wereldkampioen Anatoli Gantwarg.

Thijssen: ‘Voor zijn eerste wereldtitel was hij psychologisch al sterk, een belangrijk aspect want dammen is een karaktersport. Om zijn zwakke punt te verbeteren, zette hij elke dag posities op het bord waaraan hij een of twee uur rekende. Dat moet ik ook gaan doen. De tijd heb ik ervoor, en ik weet dat daar mijn winst te halen is. Ik heb het eerder gezegd, en niet gedaan. Maar nu is er geen excuus meer.’

Het is de enige kans om de ultieme barrière te slechten. Pas dan lonkt een plaats bij de eerste drie van het WK waarmee Thijssen zijn prestatie van 2003 kan verbeteren, toen hij zesde werd.

Op de tweede toernooihelft van dit NK kijkt de titelhouder met gepaste tevredenheid terug. Ook tegen spelers met naam, zoals de oud-titelhouders Rob Clerc en Martin Dolfing, had hij goed de wind eronder. Met uitzonderlijk sterk positioneel spel bracht hij ze op de rand van verlies.

Het is een belangrijke opsteker voor het WK. Want wie daar serieus wil meedoen, zal moeten scoren tegen de subtoppers. Thijssen noemt ze vlot op: Boezinski, Erdenebileg, Samb, Kirzner, en misschien Ndjofang uit Kameroen.

Sinds het WK in 2003 is Thijssen als A-sporter volledig professional. Deze financiële basis vult hij aan met trainingen aan talentvolle junioren waarvoor hij volgens het ontwikkelingsplan van de dambond 22,50 euro per uur kan vragen.

‘En dan heb ik ook nog huursubsidie’, zegt Thijssen, die met de nationale titel 1500 euro verdient. ‘Voor mij is dat ruim voldoende.’

Bij het WK krijgt Thijssen gezelschap van Hans Jansen. Die wist zich te kwalificeren ten koste van Bas Messemaker. In de voorlaatste ronde won Jansen in een rechtstreeks duel van de jonge krachtpatser, die voor de partijen steevast in de fitnessruimte van het Groninger sportcentrum Kardinge te vinden was.

Met geconcentreerd en gedurfd spel maakte Messemaker tot dan toe de meeste aanspraak op het WK-ticket. Maar geheel in stijl wist Jansen te zegevieren door met een dure doorbraakcombinatie zijn tegenstander een rad voor ogen te draaien. In plaats van remise veilig te stellen, maakte Messemaker een tragische blunder.

Meer over