INTERVIEW

Weer helemaal heel na duizend angsten

39 botbreuken, iets dat lijkt op posttraumatische stress-stoornis, 'emotioneel onbeschikbaar' en ook nog gescheiden. Maar gebroken? Welnee, na vijftien jaar profwielrennen omarmt Karsten Kroon juist het leven.

Iwan Tol
Karsten Kroon met baard. Die staat symbool voor Karsten Kroon 2.0. Beeld Guus Dubbelman
Karsten Kroon met baard. Die staat symbool voor Karsten Kroon 2.0.Beeld Guus Dubbelman

Een half jaar geleden reed Karsten Kroon zijn laatste wedstrijd als wielrenner. De Japan Cup, een nietszeggende koers ver weg van huis. Daar lag hij dan, alleen in een hotelkamer in Tokio. Even naar huis bellen was geen optie, zijn huwelijk verkeerde in een diepe crisis. Vrouw weg, wielrennen voorbij. Hoe moest dat nu verder?

Zie Karsten Kroon (39) nu rijden op zijn vouwfiets naar een terras in Amsterdam. Skinny jeans om zijn benen, een kek leren jasje en een serieuze baard. Kroon is in Amsterdam omdat hij straks voor Eurosport als co-commentator aanschuift bij een wielerkoers.

'Eindelijk kan het, een baard laten staan', zegt hij, voelend aan zijn ongeschoren kin. Als wielrenner was dat onmogelijk. 'Dan zou er snot in blijven hangen, of insecten.' Nu heeft hij al maanden geen scheermes meer aangeraakt. Een statement? Kroon denkt na. 'Eigenlijk wel ja. Het staat symbool voor de Karsten 2.0.'

Hoogtepunten

Karsten 1.0 begon in 1999 als prof bij de Raboploeg. Omdat hij meer voor zijn eigen kansen wilde gaan in de klassiekers stapte hij in 2006 over naar het Deense CSC, al bleef die ene zo vurig gewenste zege uit. Een rit in de Tour van 2002 en twee keer winnaar van Rund um den Henninger Turm zijn de kroonjuwelen op zijn erelijst.

De afgelopen jaren vervulde Kroon een rol in de schaduw bij Team Saxo Bank als knecht. Hij behield zijn fanatisme, maar de oogkleppen gingen af. Zodoende kon hij tamelijk stressvrij naar het einde toewerken. Een lange training? Prima. Maar eerst bracht hij de kinderen naar school. Zijn collega's noemden hem al grappend 'die parttime wielrenner'.

Het is niet iedereen gegeven zo makkelijk afscheid te nemen. Onlangs was op de Belgische tv een reportage te zien over ex-veldrijder Niels Albert. Hij leed aan een depressie en zinspeelde op zelfmoord. Kroon heeft de reportage gezien, en schrok. 'Je ziet het bij meer renners, dat ze zich na hun carrière geen raad weten met hun leven. Ze zijn tot laatste dag bezig met koersen. Daarna is het in één klap afgelopen. Ik was de laatste jaren toch meer een soort toeschouwer op de fiets.'

Liever iets technisch

Kroon groeide op in een hippie-gezin op een boerderij in het Drentse Dalen, zonder auto en met macrobiotisch voedsel. Zijn vader, leraar Engels in Coevorden, had liever gezien dat zijn zoon diens studies technische natuurkunde en werktuigbouwkunde had afgemaakt in plaats van zijn talenten te verkwanselen met 'dat stomme wielrennen'.

Kroon gold als een buitenbeentje in het peloton. Erik Dekker vroeg hem eens of hij al winterbanden onder zijn auto had. Maar Kroon had geen idee wat dat waren, winterbanden. Zelf kon hij tijdens het eten zomaar ineens aan zijn ploeggenoten vragen: 'En, wat denken jullie eigenlijk, is er echt iemand op de maan geweest? Of zou het allemaal in scene zijn gezet?'

Het gevolg was wel dat iedereen allerlei dingen was gaan opzoeken. Opeens ging het aan tafel alleen nog maar over vlaggen die niet konden wapperen op de maan en voetstappen die nep waren. 'Je deelt als renners een uniek fysiek talent', merkt Kroon op. 'Maar dat betekent niet per definitie dat je ook geestelijk op het zelfde niveau zit.'

Geweldige momenten

Had zijn vader gelijk? Was zestien jaar lang zo hard mogelijk trappen op pedalen zonde van zijn tijd? Nee, zegt Kroon. Want als er één sport bij hem paste, dan was dat wel wielrennen. Hij genoot ervan. Van het afzien, van de voldoening na een lange, zware training, van de kameraadschap in de ploeg en van als eerste de Muur van Geraardsbergen oprijden tijdens de finale van de Ronde van Vlaanderen. Geweldige momenten waren dat.

Wel is hij 'enigszins beschadigd' uit de strijd gekomen, zegt hij. Zowel fysiek als mentaal.

In totaal brak hij 39 botten. Drie keer kwam hij ernstig ten val. De laatste keer was in 2013, ergens op een desolate woestijnweg in Qatar. Zijn bovenbeen kwam op een scherp tandwiel terecht: dijbeenspier doormidden. De foto's die Kroon daarvan op Twitter zette, werden snel verwijderd. Te luguber.

Leven met pijntjes

Als gevolg van een val in de Waalse Pijl, in 2010, is het rechtergedeelte van zijn gezicht doof. Verder lijdt hij aan artrose in zijn pols en bij weersveranderingen voelt hij nog steeds zijn bovenbeen. Net als zijn arm trouwens. Blessures die Kroon 'pijntjes waar je mee leert leven', noemt.

Dat zijn nou eenmaal de risico's van het vak, zegt hij. 'Je stapt altijd weer op je fiets. Behalve als je dood bent.'

Hoe schadelijk is het eigenlijk? Onlangs bezocht Kroon de film American Sniper, over een scherpschutter in het Amerikaanse leger. Het zette hem aan het denken. 'Thuis ben ik gaan googelen op PTSS (posttraumatische stress-stoornis, red.). Ik vulde een test in. Bij tien punten moest je een psychiater bezoeken, was het advies. Ik had zeventien punten. Van de twintig. Toen dacht ik wel even: o, jee.'

Over je angsten praat je niet in de ploeg, zo luidt een andere gouden wielerwet. Kroon: 'Want als je bang bent, kun je niet koersen. Niet koersen, is geen inkomsten. Dus wat doe je dan? Je onderdrukt die angsten.'

Hij vertelt over een valpartij, in de afdaling van een bergetappe in de Vuelta van 2011. 'Ik rij achter Kurt Asle Arvesen aan, met 80 kilometer per uur. Aan het einde van de afdaling zie ik een klein kind staan. Iemand gooit een bidon weg. Ineens steekt dat kind over. Kurt ziet dat niet, maar ik kan hem niet meer waarschuwen. Daarna een keiharde klap. Ik wist zeker: die zijn allebei dood. Ik begon te trillen, te huilen. Gelukkig had het kind alleen maar een paar kneuzingen. Maar dat hoorde ik pas achteraf. Je fietst gewoon door.'

Het hoort erbij

Kroon neemt een slok van zijn cappuccino. 'Normale mensen beginnen te rillen als je zo'n verhaal vertelt. Een wielrenner zal zijn schouders ophalen. Die denkt: het hoort erbij.' Maar of hij daadwerkelijk PTSS heeft? 'De symptomen waar ik last van had, heb ik niet meer. Of ik het helemaal verwerkt heb weet ik niet. Ieder mens draagt wel iets met zich mee.'

Zelf vond hij het wel altijd lastig als zijn kinderen vielen en begonnen te huilen. Meestal liet Kroon ze gewoon liggen. 'Ik kon alleen maar denken: wat zeur je nou?'

Ja, inmiddels schaamt hij zich er wel een beetje voor dat hij zijn kinderen niet een kusje op hun geschaafde knie kon geven. Maar dat is pas gekomen sinds hij zelf geen deel meer uitmaakt van het peloton. 'Je raakt toch een beetje gedeformeerd van wielrennen. Tegelijk heb je geen keus. Als je gaat nadenken over de risico's, moet je stoppen.' Verzuchtend: 'Bizarre sport eigenlijk.'

En dan is er nog zoiets als de mentale schade. Vlak voordat hij stopte met wielrennen, ging Anne bij hem weg. En zo zijn er veel meer renners door hun vrouw verlaten, vaak op het einde van hun carrière. 'Dat is geen toeval meer', zegt Kroon.

undefined

Fietsen in Tibet

Ergens snapt hij die vrouwen wel. 'Renners zijn vaak van huis. Als het niet goed gaat, moet je als echtgenote even twee weken op je tanden bijten en dan is hij weer weg. Totdat hij thuis komt te zitten natuurlijk. Dan heb je een probleem.'

Misschien spelen de verdiensten ook wel een rol. 'Ze denken natuurlijk: die vent van mij is misschien een klootzak, maar ik zie hem maar 50 dagen per jaar, de rest van de tijd kan ik doen wat ik wil met zijn salaris.'

Zelf verwijt hij zich vooral 'een constante emotionele onbeschikbaarheid'. 'Ik was natuurlijk vaak van huis. En als ik er wel was, was ik moe. Want als je uitgerust bent, koers je. Ik was altijd met mezelf bezig.'

De laatste jaren van zijn carrière gebruikte hij bewust om, wat hij noemt, afscheid van zijn ego te nemen. 'Jarenlang heb ik op de Planeet Kroon geleefd. Dat was ik spuugzat. Ik was altijd Karsten Kroon, de wielrenner. Maar dat was maar een klein stukje van mijn persoonlijkheid.'

Misschien wel daarom vindt hij het spannend zichzelf opnieuw uit te vinden. Er loopt een sollicitatie bij fietsonderdelenfabrikant Shimano, als consultant. Hij is commentator bij Eurosport en een Australische vriend vroeg hem of hij begeleider wilde zijn tijdens een fietstocht van Tibet naar Nepal. Wie weet wat dat gaat brengen.

null Beeld anp
Beeld anp

Onrust

Soms vindt Kroon het best verwarrend allemaal. 'Ik ben gestopt met wielrennen. Lig in een scheiding. Dan zou hier toch een depressieve Karsten moeten zitten?'

Maar zoals hij genoot van het wielrennen, geniet hij nu van zijn vrijheid. Dat zijn boerderij, in het Belgisch-Limburgse Vroenhoven is afbetaald, geeft rust. Maar wat vooral telt is: geen prestatiedruk meer, geen valpartijen. Niet meer te hoeven starten in de Giro d'Italia, terwijl zijn longen vol met slijm zitten.

Laatst was hij op bezoek bij zijn oud-ploeggenoot Laurens ten Dam. Diens zoontje Jens zei: 'Karsten moet... Voordat hij zijn zin kon afmaken, onderbrak Kroon hem. 'Het woord moeten heb ik zes maanden geleden uit mijn vocabulaire geschrapt. Zeg maar: Karsten, zou je misschien...'

'Ik geloof niet dat hij het woord vocabulaire kende, maar het ventje luisterde wel. Daarna vroeg hij heel voorzichtig: Karsten, zou je misschien...'

Lachend: 'Heerlijk moment was dat.'

Karsten Kroon

Zijn beste prestatie in de Amstel Gold Race behaalde Karsten Kroon in 2009. Het was ook zijn meest frustrerende Amstel Gold Race. In de finale, met de finish op de Cauberg, had Kroon in dienst van CSC Robert Gesink al van zich afgeschud. Toch won de Rus Sergei Ivanov. Kroon werd tweede. 'Ik weet nog dat mijn vrouwen me aan de finish begon te knuffelen, terwijl ik het liefst iemand zijn kaak had gebroken. Het besef dat het mooi was dat ik zover was gekomen, kwam later pas.' Wonend bij Maastricht, kende Kroon zo ongeveer elke tegel van het parcours. Met korte, steile hellingen was de Gold Race hem op het lijf geschreven. Toch bewaart hij de mooiste herinneringen aan de Ronde van Vlaanderen. 'Daar heb ik volwassen mannen huilend langs de kant zien staan van ontroering. De Amstel Gold Race is mooi, maar wielerbeleving in Vlaanderen gaat boven alles.'

Meer over