Wedstrijdleider Michael Masi bepaalt hoe ver Verstappen en Hamilton kunnen gaan: ‘Ik luister altijd naar de coureurs’

Wedstrijdleider Michael Masi bepaalt hoe ver kemphanen Max Verstappen en Lewis Hamilton mogen gaan in hun felle gevecht op de wereldtitel. Dat wordt de resterende zeven races extra belangrijk.

De kemphanen Max Verstappen en Lewis Hamilton. In hun jacht op de wereldtitel kwam het al twee keer tot brokken.  Beeld Getty Images
De kemphanen Max Verstappen en Lewis Hamilton. In hun jacht op de wereldtitel kwam het al twee keer tot brokken.Beeld Getty Images

Gelukkig hoeft Michael Masi zelden op verjaardagen uit te leggen wat hij precies voor werk doet. ‘Want het is niet de makkelijkste baan om te omschrijven’, zegt de wedstrijdleider van de Formule 1. Hij is naar eigen zeggen ‘een beetje voetbalscheidsrechter, politieagent, waarnemer, adviseur en soms schoolmeester’.

De 43-jarige Australiër is op circuits voor ontelbaar veel zaken eindverantwoordelijk. Van de veiligheid op en naast de baan en de handhaving van de spelregels tot het doven van de lichten bij de start. Boven alles speelt hij een sleutelrol in de titelstrijd tussen Max Verstappen en Lewis Hamilton. In de millimeters die de coureurs elkaar gunnen op het asfalt, bepaalt Masi waar de grens ligt.

Als er iets tussen tussen de twee gebeurt, beslist hij of de stewards er een oordeel over moeten vellen. Hij deed dat al twee keer dit seizoen, na de clashes in Silverstone (straf voor Hamilton) en Monza (straf voor Verstappen).

Die voorgeschiedenis zit geen moment in zijn hoofd, mochten de twee zondag in Turkije weer botsen. En ook niet als het kampioenschap er door beslist kan worden. In zijn rol is het essentieel in het oog van de storm zo onverstoorbaar mogelijk blijven.

Wedstrijdleider Michael Masi tijdens de GP van Hongarije.  Beeld Getty Images
Wedstrijdleider Michael Masi tijdens de GP van Hongarije.Beeld Getty Images

Tijd om te leren, kreeg Masi amper. Ruim tweeënhalf jaar geleden kwam hij door een drama op zijn plek. Drie dagen voor de start van het seizoen in Australië overleed zijn voorganger Charlie Whiting in een hotelkamer in Melbourne aan een longembolie.

Opeens moest de Formule 1 verder zonder zijn Britse baken van rust. De gelouterde Whiting, die sinds 1997 wedstrijdleider was, werd door vriend en vijand gerespecteerd. Masi had net tien races als adjudant meegekeken over de schouder van Whiting, toen hij werd gevraagd zijn mentor in allerijl te vervangen.

Om te zeggen dat u in het diepe werd gegooid, is een understatement. Hoe was dat?

‘Ik werkte al een tijdje in de autosport, sinds mijn 22ste. Eerst in Australië, daarna internationaal, ook als wedstrijdleider. Maar het was natuurlijk een enorme uitdaging na die tragische gebeurtenis. Ik had geen referentiepunt, dus ik heb vanaf het begin duidelijk gezegd: ik ben hier the new guy. Ik heb niet veel historie paraat, dus ik zal veel vragen stellen om te begrijpen waarom het gaat zoals het gaat.’

Was dat de truc om snel in uw rol te groeien?

‘Tsja, ik had de luxe iedereen open en onbevangen te bevragen over hun visie is en waarom er bepaalde besluiten in het verleden wel of niet zijn genomen. De meeste wedstrijdleiders zijn opgegroeid in de Formule 1, in tal van rollen. Dat gold voor mij niet en daarover ben ik ook open geweest richting de coureurs, zodat ik hun mindset kon begrijpen.’

Klopt het dat u ze eens bij een coureursvergadering spontaan situaties liet beoordelen?

‘Ja, meteen in 2019, om inbreng en inzicht te krijgen. Ik heb hetzelfde gedaan met teambazen en directeuren. Dat leverde veel begrip op, en ook informatie over hoe ze denken en hoe ze vinden dat het in de toekomst moet gaan. Wat betreft het reglement is het zoeken naar consensus tussen de FIA, F1 en de teams. Het is niet zo dat iemand opeens afslaat en de rest maar moet volgen.’

Tijdens races is Masi het aanspreekpunt van de tien teams. Dat kan soms chaotisch zijn, zoals in Silverstone, waar hij direct na de botsing tussen Verstappen en Hamilton werd bestookt door de teambazen van Red Bull en Mercedes. Ze poogden hem te overtuigen van hun visie op de clash. Voor Masi is het zaak dan neutraal te blijven. Van zijn werkgever, de racefederatie FIA, mag hij ook niets zeggen over geruchtmakende incidenten. Elke opmerking van zijn kant kan in potentie olie op het vuur zijn.

‘Kalmte en diplomatie’, zegt hij na een korte denkpauze over de belangrijkste eigenschappen waarover een wedstrijdleider moet beschikken. Om zo objectief mogelijk naar zaken te kunnen kijken, heeft hij een team vol F1-experts op allerlei vakgebieden om zich heen verzameld. Masi: ‘Ik ben misschien het gezicht, maar deze rol is niet een one person effort. Het is bijvoorbeeld ook een misvatting dat ik de straffen uitdeel. Dat doen de stewards. Ik geef alleen dingen door. Het is een teamprestatie en je leger is zo goed als de mensen om je heen.’

Als baas van dat leger kan hij alleen wel zijn stempel drukken. Zo herintroduceerde Masi de ‘vergeten’ zwart-witte vlag. Die vlag, die voor Masi bijna tien jaar niet meer was gebruikt, attendeert een coureur op onsportief gedrag. Het is het F1-equivalent van de gele kaart in het voetbal.

Waarom besloot u die vlag weer uit de kast te halen?

‘Het ding daarmee was: coureurs werden wel gewaarschuwd, maar niet op een publieke manier. Het ging vaak via de boordradio. Dit is een van die middelen om aan de fans en ook andere teams rechtstreeks te tonen dat je iets hebt gezien, dat het niet is genegeerd. Als je een breed publiek wil aanspreken, moet je begrip creëren voor waarom bepaalde dingen gebeuren.’

Hoe kijkt u naar die eindeloze discussies over regels in de Formule 1? Zelfs over zaken die op papier kraakhelder zijn, zoals de witte lijn die een coureur niet mag overschrijden, is geen consensus.

‘In elke sportwedstrijd zijn er vaak drie versies van één verhaal zijn, afhankelijk van hoeveel mensen erbij betrokken zijn. Dat is in de F1 niet anders. Over bepaalde elementen zal altijd discussie zijn. Het toont dat er veel gezonde, gepassioneerde en betrokken Formule 1-fans zijn. Ik zie het als een positief iets.’

Het gaat geregeld over de zogenoemde let them race-filosofie, waarbij coureurs bij gewaagde acties niet direct hoeven te vrezen voor een straf. Hoe maak je zoiets abstracts concreet? Door veel te praten?

‘Ja, want de balans vinden in wat coureurs zien als goed en fout krijg je meestal niet direct na een incident. Daarvoor moet je het laten afkoelen. Er moet tijd zijn om de geest weer helder te maken. Zo krijg je een beter idee van hun perspectief.’

Hoe is uw relatie met de coureurs veranderd sinds die eerste race in 2019?

‘Bij die eerste driver meetings moesten we elkaar een beetje leren kennen. Daarna spreek je iemand vaker, in vergaderingen of een-op-een, en wordt het een soort relatie. We kunnen open met elkaar discussiëren en ik geniet van de vele perspectieven en meningen van coureurs. Ik ben het niet altijd met ze eens, maar ik ben wel altijd bereid te luisteren. Alleen zo kun je elkaar begrijpen en het geeft mij weer informatie over bepaalde elementen die spelen, van het racen tot kerbstones (racestoepranden, red.).

‘Je moet die samenwerking ook altijd zoeken. Dat is een van de belangrijkste lessen die ik leerde van Charlie en het geldt zeker ook voor mij, als iemand die niet paraat heeft wat er de afgelopen veertig jaar is gebeurd. Soms moet je dan wat verder gaan om iets te begrijpen.’

Meer over