'We vallen om van de regels in dit land'

Het circuit van Zandvoort heeft het A1-circus naar de badplaats weten te lokken. Van het organiseren van een Formule 1-race droomt directeur Hans Ernst niet....

Van onze verslaggever Mark Misérus

'Zes jaar geleden kon je rustig zand van A naar B brengen als dat nodig was. Nu valt zand ineens onder het bouwstoffenbesluit. Tegenwoordig hoor je iedereen ook over fijnstof. Alsof fijnstof iets nieuws is. Straks komt er misschien wel een wet die zegt dat er maar zo veel rubber op het asfalt mag blijven kleven.'

'Eelt op zijn ziel' heeft Hans Ernst gekregen van alle wetten die hem achtervolgen in de zeventien jaar dat hij de scepter zwaait over Circuit Park Zandvoort. 'Voor alles wat langer dan een paar jaar duurt, komen nieuwe wetten in de plaats. We vallen om van de regels in dit land.'

Hij is immuun geworden voor de omwonenden die 'ageren totdat ze erbij neervallen' om de racebaan aan de ketting te leggen. Maar begrijpen doet hij ze niet. 'Er komen mensen wonen in Zandvoort, die zeggen: wat doet dat circuit hier eigenlijk? Dan moet je ergens anders gaan wonen. Als je niet tegen Schiphol kunt, verhuis je toch ook niet naar Zwanenburg?'

Volgens de ex-racer en voormalige eigenaar van een opticienketen wordt de progressie die zijn troetelkind zou willen boeken, 'aan alle kanten geremd'. Hij noemt het verbod op de tabaksreclame dat jaren geleden werd ingesteld en grote gevolgen had voor de Nederlandse autosport. De Marlboro Masters werd erdoor beroofd van zijn geldschieter.

Het is Ernst, zelf een roker, uiteindelijk gelukt een nieuwe sponsor te vinden voor het race-evenement. Maar de frustraties blijven malen in zijn hoofd. 'We zijn hier roomser dan paus. Je mag geen reclame meer maken voor tabak, maar bij de Formule 1 in Shanghai, Duitsland en Brazilië zien we overal Marlboro staan. En die races komen allemaal via de tv binnen. Wat heeft het dan voor zin?'

Hij grijnst. De autosporthaters uit de omgeving kunnen hun borst natmaken. Het circuit heeft plannen om een nieuwe wedstrijdtoren uit de grond te stampen. Het moet een futuristisch, state-of-the-art gebouw worden dat al van kilometers afstand verraadt waar de racebaan in de duinen ligt verzonken.

Ondanks de blokkades die van diverse zijden worden opgeworpen, zet de 59-jarige Ernst zijn missie voort. De toerwagenklasse DTM heeft het contract met Zandvoort verlengd tot 2009. Onlangs werd bekendgemaakt dat volgend jaar ook het circus van de A1 naar de kustplaats afreist.

In een mum van tijd waren 30 duizend kaarten verkocht voor de eerste race van het seizoen. Er zullen 10 duizend tot 15 duizend tribuneplaatsen moeten worden bijgebouwd om zo min mogelijk liefhebbers van de competitie met landenteams en gelijkwaardige auto's teleur te stellen.

Van de eisen die de A1-beleidsbepalers stellen, kijkt Ernst niet meer op. 'Ze vragen hetzelfde als de DTM, dus we zijn wel wat gewend.' Hij refereert aan de schema's die de Duitse toerwagenorganisatie heeft opgesteld voor het ophangen van de 750 vlaggen. Geen oliemerk naast een oliemerk. 'En niet de Franse vlag ondersteboven, want dan worden ze boos.'

Woekerwinsten maakt het circuit niet door de organisatie van een A1-wedstrijd, weerspreekt Ernst. 'We halen er een zakelijk verantwoord saldo uit, maar kijk eens hoeveel geld we kwijt zijn aan lunchpakketten, schoonmakers, traumahelikopters en artsen. En we kunnen de baan een week lang niet verhuren. Kost ons bijna 50 duizend euro.'

Welke doelen wil Ernst nog realiseren, nu hij twee internationale topklassen kan exploiteren? 'De Formule 1 binnenhalen. Het zou de kroon zijn op mijn werk, maar ik droom er niet van. Ik droom liever van andere dingen.'

Ernst staat niet te trappelen om de peperdure koningscompetitie naar Nederland te halen. Zandvoor kan de risico's niet aan. 'Aan een Grote Prijs ben je tussen de 20 en 40 miljoen dollar kwijt. Dat is niet te betalen. Zelfs op het circuit van Fuji in Japan klagen ze dat ze er niks aan verdienen. Terwijl Honda erachter zit en ze dus een behoorlijk budget hebben.'

Hij houdt zich daarom vast aan het plan dat Bernie Ecclestone heeft bedacht. De Formule 1-baas wil de wedstrijden in drie jaar laten rouleren over zestig circuits, waardoor elke racebaan om de drie jaar gastheer wordt van een Grote Prijs.

Ernst ziet het voornemen wel zitten. 'We kunnen langer sparen en krijgen hogere bezoekersaantallen, omdat de gewenning niet optreedt bij de fans. Die zeggen: over drie jaar een race, daar moeten we bij zijn.'

Meer over