'We laten ons als korfballers niet langer meer kleineren'

Jaap Lenstra..

Van onze verslaggever Robèrt Misset

groningen Als coach van de korfbalclubs SCO en Blauw Wit had Jaap Lenstra ‘een bek als een scheermes’ en sloeg hij soms letterlijk om zich heen. Uitgerekend de 67-jarige Groninger is sinds de zomer het uithangbord van het Koninklijk Nederlands Korfbal Verbond, na de eerste voorzittersverkiezing in het 100-jarige bestaan van de sport.

De groothandelaar in gedistilleerd gooide bij zijn eerste gesprek met het vorige KNKV-bestuur meteen de knuppel in het hoenderhok. ‘Ik ben niet diplomatiek geweest’, vertelt hij, in zijn werkkamer met fraai uitzicht over de Groningse binnenstad. ‘Ik vond dat de bond slecht geleid werd. Ik heb ook niet gezegd dat ik een kleine bijdrage wilde leveren. Nee, ik wil de korfbalsport een andere richting op leiden.’

Die provocateur wenste het KNKV niet als voorzitter. In Louk Tiemessen werd ijlings een andere kandidaat gevonden. En dus voerde Lenstra campagne bij de bondsraad. ‘Niemand had dat ooit gedaan. Ik presenteerde me als de kandidaat van de onvrede. Ik heb in het vergadercentrum in Zeist zure appels uitgedeeld, want daar moesten die 80 afgevaardigden even doorheen bijten.’

Lenstra werd door een groep bondsraadleden uit het noorden van Nederland kandidaat gesteld voor het voorzitterschap en hield tijdens de jaarvergadering een gloedvol betoog. ‘Ik kom als zakenman uit een andere sector dan de meeste korfballers.

‘Ik kan alleen commercieel denken. We moeten korfbal als product verkopen en niet schrikken als Mart Smeets bij Studio Sport iets negatiefs over ons zegt. Weg met het Calimero-gedrag, dan noemen ze ons maar mietjes.

‘De denkwijze van de korfballer moet veranderen. We moeten werken aan een ander imago. Albert Heijn heeft dat goed gezien. Er kwam bij de reclamecampagnes plotseling een filiaalhouder in beeld, de kruidenier van vroeger bij wie we ons thuis konden voelen. Zo werd het imago van Albert Heijn van duur naar gewoon gebracht, terwijl ze nog steeds de duurste supermarkt zijn.

‘We moeten accepteren dat er een buitenwereld is die niets heeft met korfbal. Schamen we ons als de zaalfinale met de EO-landdag wordt vergeleken? Kom met argumenten. Welke sport trekt 9.000 toeschouwers voor de finale van de play-offs? Korfbal is cool en vet, je moet de taal van de jeugd durven spreken.

‘Hockey is een schitterend voorbeeld. In 15 jaar tijd heeft de hockeysport een topproduct ontwikkeld waarmee de middenklasse kon worden veroverd. Wij moeten het emancipatoire karakter van het korfbal meer uitdragen. Maar waar het hockey zich tot een familiesport ontwikkelde, durfden de korfballers niet hardop te zeggen dat wij het al 100 jaar zijn.’

Die boodschap kwam over bij de bondsraad. Met tien stemmen verschil (32-22) kreeg het KNKV alsnog de ongewenste kandidaat als voorzitter. ‘We hebben op de eerstvolgende vergadering flink gerollebold’, zegt Lenstra, met een twinkeling in zijn ogen.

Zeg maar rustig dat het gedonderd heeft in Zeist. ‘Wie tegen mij was, moest zijn portefeuille maar ter beschikking stellen, zei ik. Ik wilde ook niet weten wie mijn tegenstanders waren. Kunnen we samen verder, heb ik de bestuursleden gevraagd. Het antwoord was bevestigend.’

Toch heeft de rebel zich niet laten muilkorven. Lenstra: ‘Ik ben geen diplomaat, ook als bondsvoorzitter zal ik me niet altijd geliefd maken. Ik ben een Groninger, ik hoef geen Algemeen Beschaafd Nederlands te spreken om herkenbaar te zijn.

‘Ik kwam als coach van SCO ooit op klompen naar Amsterdam, omdat we daar strontboeren werden genoemd. Dat vooroordeel wilde ik graag bevestigen. Ook in mijn bedrijven loop ik soms als een olifant door de porseleinkast.’

In de jaren negentig verklaarde Lenstra dat hij als zakenman ‘nog geen 50 gulden in het korfbal zou steken, omdat men mij niets te bieden heeft’. Hij denkt er nu iets genuanceerder over. ‘Wij hebben een bedrijf met een omzet van meer dan 50 miljoen euro. Daar zitten twee slijterijen bij, die eigenlijk niks voorstellen. Maar met die zaken houden we wel binding met de markt.

‘Het korfbal bedrijft topsport in de zaal. Maar wanneer we korfbal als way of life willen propageren, kunnen we niet zonder het veld. Rond dat veld speelt het sociale leven zich af. En uit strategisch oogpunt kan het korfbal zo zijn eigen plek behouden, want in de sporthal verzuip je.

‘Vroeger wilde ik inderdaad niet investeren in korfbal, met de Korfbal League hebben we een belangrijke stap gemaakt. We zijn geen olympische sport, we hebben wel olympische erkenning. Nederland is gebaat bij een olympische status van het korfbal, het levert zeker een gouden medaille op. En als we een Nederlands B-team inschrijven, winnen we nog zilver ook.’

Met die geringe internationale verspreiding stipt Lenstra meteen de zwakte van het korfbal aan. ‘Is het in andere sporten anders? Dertig jaar geleden werd alleen in Pakistan en India gehockeyd. Schaatsen was toch puur Nederlandse folklore? Het internationale korfbal zal zich eveneens ontwikkelen wanneer landen als China en Rusland het serieus gaan nemen.’

Toch is korfbal als profsport een brug te ver, aldus Lenstra. ‘Ik zie in de betaalde sport vooral faillissementen. FC Groningen heeft de Euroborg gebouwd en wil alweer verhuizen naar een nieuw stadion. Waar zit je verstand dan? Ze hebben 50 miljoen nodig en bezitten zelf 2 miljoen. Daar heb ik nog nooit een krediet op gekregen.

‘Ik ben alleen bereid van korfbal een profsport te maken als we het zelf kunnen financieren. Ik ga de boel niet oplichten ten koste van de samenleving. Het KNKV was bijna rond met een grote sponsor. Plotseling werd het een tweejarig contract, terwijl dat bedrijf drie jaar had toegezegd.

‘Ik zei: snel een hand geven die mensen en wegwezen. Ze betalen veel geld, zeiden mijn bestuursleden. Maar ik buig niet voor een sponsor die zich niet aan de afspraken houdt. We laten ons als korfballers niet meer kleineren.’

Meer over