InterviewNomi Stomphorst

Waterpoloster Stomphorst klopt voor derde keer op olympische toegangsdeur

De route naar Tokio verloopt zaterdag voor de waterpolosters via Griekenland. Routinier Nomi Stomphorst (28) denkt dat Nederland met snelheid het verschil moet maken in de alles-of-nietswedstrijd tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Triëst.

Nomi Stomphorst donderdag tijdens de met 15-6 gewonnen wedstrijd tegen Frankrijk.  Beeld Orange Pictures
Nomi Stomphorst donderdag tijdens de met 15-6 gewonnen wedstrijd tegen Frankrijk.Beeld Orange Pictures

Meer dan 250 interlands (ze is haar telraam kwijt) speelde routinier Nomi Stomphorst voor de nationale waterpoloploeg. Naast de gewonnen EK-finale uit 2018 in Barcelona gaat het in haar loopbaan ontegenzeggelijk vaak over de gemiste olympische kwalificaties (OKT) van 2012 en 2016. Zij wordt er in de dagen voor de beslissende OKT-wedstrijd van zaterdag, een duel met Griekenland, meer dan eens aan herinnerd.

Het hete tranendal van 2012, in hetzelfde Bruno Bianchi-bad van Triëst dat dezer dagen de minimaal afgevaardigde waterpolowereld ontvangt, heeft de sterke Edese verdrongen. Italië, door de arbitrage als thuisland sterk bevoordeeld, veroverde die dag met een minimale zege (7-6) het ticket voor Londen 2012.

‘Het is al zo lang geleden. Dat hebben we wel verwerkt hoor. Het is niet zo dat als ik hier binnen loop, en we zijn hier nadien meerdere keren geweest met het Nederlands team voor World League-wedstrijden, dat ik dan binnenkom met het gevoel van jeetje. Weet je, het was toen mijn eerste olympische cyclus. Met Sabrina van der Sloot sloot ik in 2009 aan bij de nationale ploeg, toen de regerend olympisch kampioen.

‘Natuurlijk was ik in 2012 heel graag naar de Olympische Spelen gegaan. Maar het was een rare wedstrijd tegen Italië, een heel zuur resultaat. Maar je kunt hoog en laag springen, je verandert het niet. We waren op dat moment blijkbaar niet goed genoeg om, toen er zo tegen ons werd gefloten (11 om 3 tijdstraffen, red.), daar tegenin te gaan.’

Gouda 2016, het naar de eigen vertrouwde omgeving gehaalde OKT dat tot olympische tickets voor Rio had moeten leiden, was pijnlijker. Thuisfavoriet Nederland, geleid door bondscoach Arno Havenga, speelde onverwacht een zwak toernooi. ‘We waren die dagen niet goed. We hadden het toernooi ervoor, het EK, juist goed gepresteerd, de finale gehaald, maar dat niveau haalden we in Gouda niet. We hadden vooraf echt het gevoel: meiden, we kunnen dit op basis van onze eigen kracht, maar dat kwam er helemaal niet uit. Zo verloren we de beslissende kwartfinale van Spanje (10-7, red.). Het lag echt aan onszelf. Gouda was moeilijker te accepteren dan die wedstrijd met die rare beslissingen in Triëst.’

De verwerking van de pijn ging gehaast. ‘Dat OKT kende na die kwartfinales nog twee wedstrijddagen. Het was het Paasweekeinde. We moesten na die uitschakeling door Spanje naar het hotel, ons voorbereiden op de volgende wedstrijd. Dan is het gewoon door de zure appel heen bijten, elkaar bijstaan in het verdriet, de taken afmaken. Dat verwerken komt in de weken erna. Maar dat gaat ook weer vanzelf. Als die Spelen dan tenslotte weer voorbij zijn, dan ga je gewoon weer door. Zo is het leven nu eenmaal.’

De pitbull 

De Pitbull, zoals haar bijnaam in het bad luidt, werd na alle spanningen van 2016 geveld door een nekhernia. Ze herstelde en haalde zelfs nog het WK uit de zomer van 2017. ‘Ik had in al die jaren flinke optaters en rake klappen gehad. Dat is niet best voor je nek natuurlijk. Gelukkig gaat het nu heel erg goed. Ik heb er momenteel geen last van. Je voelt ook zelf wel of je door kan gaan. Dat heb je als jonge speelster niet. Dan kun je lastig je grens stellen. Als je langer meeloopt, weet je wanneer je aan de bel moet trekken bij de dokter of de fysiotherapeut.

‘Ik heb wel mijn eigen spel aangepast nadien. Ik had vroeger de neiging het duel in te gaan met mijn hoofd naar voren, richting de tegenstander. Nu houd ik de handen er tussen om de speler af te houden. Ik ben toch wel voorzichtiger geworden in de wedstrijd, maar ik hoop nog wel steeds als de pitbull te poloën, al is het dan iets meer gedoseerd.’

De 28-jarige profspeelster is niet ongelukkig met de uitkomst van de poulewedstrijden, waardoor in de beslissende halve finale van zaterdag niet Hongarije maar Griekenland de tegenstander is. Hongarije is van de sluw uitgespeelde, fysieke hardheid dat Nederland in 2016 de Europese titel kostte. Stomphorst zei het al voor vertrek naar Italië. ‘Ons trackrecord tegen de Griekenland is de laatste jaren beter dan dat tegen Hongarije.’

Er is in Zeist een week sec getraind op de Griekse aanpak van het spel dat een lager tempo kent, waardoor Nederlandse snelheid kan prevaleren. Voor het wennen aan het Hongaarse systeem werd door coach Havenga overigens ook een volle week uitgetrokken. ‘Beide teams hebben we intensief voorbereid’, zegt Stomphorst. Het technisch en tactisch instellen op de twee te verwachten tegenstanders was de culminatie van zes weken pure voorbereiding, aan het eind van het coronajaar waarin de topsport leed onder het gebrek aan competitie (OKT 2020, Olympische Spelen).

Stomphorst klaagt geen moment. ‘We zijn al lang blij dat we nog mogen doortrainen. Full contact. Mondkap op, tot we het water ingaan. In het begin, toen alles stil lag, was het met zijn allen Zoomen om 9 uur ‘s ochtends. Dan trainden we met elkaar. Na de middag was het wielrennen, hardlopen of skeeleren. Voor de conditie. Later kwam er meer ruimte. Toen het zwembad openging in juni, ik ben de precieze datums kwijt hoor, mochten we zwemmen, op afstand van elkaar, nog niet poloën. Daarna mochten we de bal passen. Tot het moment kwam dat we weer alles mochten. Maar wel steeds onderling, in een soort van bubbel. Geen anderen in het bad. Geen voorbereidende interlands. Zo zijn we, met veel testen, coronavrij door het jaar gekomen.

‘Ik hoop echt dat we deze zomer op de Olympische Spelen kunnen laten zien waarvoor we getraind hebben. Zodat we iets kunnen teruggeven voor het voorrecht dat we hadden om onze sport uit te oefenen. Dat we de uitzondering waren ten opzichte van al die anderen die thuis moesten blijven.’

Meer over