Analyse

Wat moeten we denken van de overmacht van Pogacar in de Tour?

Tadej Pogacar in het geel in het groepje met favorieten op weg naar Andorra La Vella. Beeld REUTERS
Tadej Pogacar in het geel in het groepje met favorieten op weg naar Andorra La Vella.Beeld REUTERS

De voorsprong van Tadej Pogacar op zijn concurrenten bedraagt bij ingaan van de slotweek ruim 5 minuten. Zijn overmacht in deze Tour roept de vraag op: rijdt Pogacar schoon? Is de verdachtmaking achter deze vraag terecht?

Verdachtmaking 1: dubieuze ploegleiding

De ploeg waaraan Pogacar tot minstens 2026 is verbonden heet UAE Team Emirates en wordt mede geleid door de Zwitserse oud-renner Mauro Gianetti en Spanjaard Joxean Fernandez, Aan hen kleven tal van dopingverdenkingen, maar ze zijn nooit gestraft. Het tweetal was betrokken bij achtereenvolgens Saunier Duval, Geox-TMC en Lampre. Renners van al deze ploegen hebben onder verdenking gestaan. De Italiaan Ricardo Ricco won voor Saunier Duval in de Tour van 2008 twee etappes, waarna hij uit de Ronde werd gezet en in een politiecel belandde na dopingbeschuldigingen. Gianetti en Fernandez namen de hele ploeg uit de Tour en ontsloegen Ricco, die 3 jaar later bijna zichzelf doodde na een doe-het-zelfbloedtransfusie.

De twee leidden in 2011 Geox-TMC, toen hun renner Juan José Cobo de Vuelta won. Er ging later een streep door Cobo’s resultaten, want hij bleek een notoire dopingzondaar. In 2013 werd de hele Lampre-ploeg van systematisch dopinggebruik beschuldigd. In 2015 sprak de rechter alle betrokkenen vrij. In datzelfde jaar trok het inmiddels opgerichte UAE zich terug uit MPCC, de strenge anti-dopingbeweging opgericht door enkele profploegen.

‘Ik ben te jong om me dat tijdperk te herinneren’, is het verweer van de 22-jarige Pogacar. ‘Het is vreemd om hierover te spreken, want het druist in tegen alles waarin ik geloof.’

Er is een periode in het wielrennen geweest waarin alleen een kleine minderheid van renners en begeleiders niets met doping te maken had. Van de meerderheid van toen zijn nog veel oud-renners actief in hun sport, als ploegleider, trainer of adviseur. Het resultaat is dat het nu lastig een compleet brandschone ploeg aan te wijzen. Toch, zegt David Walsh, de Britse journalist die als eerste over het dopinggebruik van Armstrong schreef en dat moest bekopen met een jarenlange pariastatus, zijn Pogacars begeleiders de zwakke stee in zijn verdediging tegen dopingbeschuldigingen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat Pogacar ‘clean’ is, maar hij zou meer afstand kunnen nemen van de mannen met een dopingverleden.’

Pogacar op het podium na de vijftien etappe, in de hem inmiddels vertrouwde kleur. Beeld AP
Pogacar op het podium na de vijftien etappe, in de hem inmiddels vertrouwde kleur.Beeld AP

Verdachtmaking 2: uitzonderlijke prestatie

Pogacar zette in de achtste etappe iedereen op zijn nummer. Een dag later reed hij opnieuw ogenschijnlijk moeiteloos weg bij mannen die dicht bij hem in het klassement stonden. Tijdens beide etappes viel er vrijwel onophoudelijk koude, voor veel renners demotiverende, regen. Pogacar reed alle anderen op minstens 5 minuten achterstand. Wat ook opviel: vanaf de nummer twee achter hem zaten de klassementsrenners dicht bij elkaar. Reden voor de Franse sportkrant L’Équipe om in een online persconferentie met Pogacar de vraag te stellen over ‘mensen die dit verdacht vinden’.

David Walsh, ook online aanwezig, ontplofte bijna toen hij dat hoorde. ‘Dat is zó beledigend. Alsof je hem vraagt: Tadej, we zagen je vriendin met een andere man zoenen, graag je commentaar.’

Walsh heeft na zijn Armstrong-ontmaskering alle reden om elke uitzonderlijke prestatie van een wielrenner tot in zijn vezels te wantrouwen. Waarom doet hij dat niet bij Pogacar? Walsh: ‘En ook niet bij Mathieu van der Poel, bij Wout van Aert of bij Egan Bernal, die 22 was toen hij de Tour won.’

Dat renners op zeer jonge leeftijd al de hoofdprijs winnen, is voor Walsh een eerste indicatie dat hij ze kan vertrouwen. ‘Gedrogeerde renners uit het verleden, waren ouder. Je hebt de jaren nodig om je prestatie met doping op te vijzelen. Je gaat mij niet vertellen dat 16-jarige jongens in een dopingprogramma zitten.’

Een ander verschil ziet hij in de UAE-ploeggenoten van Pogacar. ‘Die zijn gemiddeld tot matig. Dat zou betekenen dat van de acht renners in het team alleen Pogacar zou gebruiken. Dat is hoogst onwaarschijnlijk.’

Blijft de vraag hoe het enorme verschil tussen de Sloveen en de rest te verklaren is. ‘Ik heb de cijfers gezien van Pogacars aanval in de achtste etappe’, vertelt Walsh. Het gaat dan vooral om het door UAE angstvallig geheim gehouden cijfer (ook verdacht) hoeveel watt aan vermogen de huidige geletruidrager op de trappers kan zetten per kilo van zijn lichaamsgewicht. ‘Ik kan je niet zeggen hoe ik eraan ben gekomen, maar wel dat ze niet bijzonder zijn.’

Wat wel bijzonder is, bijzonder slecht, zijn de cijfers van Pogacars concurrenten. Hij heeft deze Tour meerdere keren gezegd dat hij geluk heeft gehad en zijn tegenstrevers pech: Pogacar lag één keer ‘zonder erg’ naast zijn fiets, de andere favorieten vielen met grote schade. Zijn belangrijkste uitdager, Primoz Roglic, verloor uitgerekend in die fameuze achtste etappe bijna 35 minuten op zijn landgenoot en stapte de volgende dag niet meer op.

Verdachtmaking 3: hij komt uit het niets

In de Tour van vorig jaar leek Pogacar alleen maar aan te klampen bij het dominante Jumbo-Visma, tot hij op de een na laatste dag in een klimtijdrit op verpletterende wijze de Tour won. Waar komt die opeens vandaan?, vroeg de wielerwereld zich af. De verbazing van de mannen die hij versloeg, Tom Dumoulin en Roglic, heeft Pogacar als wantrouwen opgevat, zegt Walsh te weten. ‘Dat is nu zijn mentale doping: hun ongelijk bij ze inpeperen.’

Dat hij zijn tweede Tour op zo’n dominante manier gaat winnen, is niet bijzonder. Het is bijna standaard. Van Bernard Hinault en Laurent Fignon tot Miguel Indurain en Alberto Contador en, meer recent, Chris Froome: ze wonnen hun tweede Tour met vergelijkbare overmacht als Pogacar nu. Diens eigen verklaring daarvoor is dat hij zo gedreven is omdat hij wil afrekenen met zijn imago van eendagsvlieg.

‘Hij komt helemaal niet uit het niets’, weet Walsh. In 2019 won hij drie etappes in de Vuelta en werd derde in het eindklassement. ‘Als de Ronde van Spanje nog een paar dagen langer had geduurd, had Pogacar hem gewonnen.’ Vanaf zijn 17de haalde de Sloveen ereplaatsen en vanaf zijn 19de wint hij koersen, waaronder de Ronde van de Toekomst, altijd een goede indicatie van aanstormend talent.

Vroeger duurde het nog jaren voordat een renner met vergelijkbare resultaten doorbrak. Nu kan elke jonge renner een prominente plek in een ploeg opeisen op grond van zijn data. Veel is meetbaar als het om kracht en herstelvermogen gaat en die cijfers zijn objectief en vergelijkbaar. Pogacar kon naast zijn groeiende erelijst ook data overleggen die zijn ploeg ervan overtuigden: dit is een natuurtalent dat we moeten koesteren. De Sloveen hoefde zijn positie in de natuurlijke hiërarchie van de ploeg niet te bevechten. Hij is, ondanks zijn jonge leeftijd, de beste en dus de leider.

Daarnaast bleek uit een verslag van de NOS over het geboortedorp van Pogacar dat Slovenië het juiste klimaat heeft voor het kweken van topsporters. De kleine Tadej kreeg drie uur gym per week, fietste de steile klimmen rond zijn dorp op en werd op jonge leeftijd begeleid toen bleek dat een wielertalent in hem school. ‘We hebben hier misschien wel met het grootste wielertalent te maken sinds Eddy Merckx’, zegt Walsh met twinkelende ogen, ‘dat kun je ook gewoon accepteren.’

Meer over