Wat moet dat moet, ook al doet het pijn

Liever failliet dan fuseren met Roda JC. De fans van Fortuna Sittard verzetten zich tegen de ‘ordinaire uitverkoop’...

Van onze verslaggever Bart Jungmann

Het is een lauwe, druilerige herfstavond in Sittard. Echt zo’n avond om kansloos van FC Zwolle te verliezen.

Die avond begint voor de ingang van de parkeergarage die de genodigden rechtstreeks onder de grasmat van het Fortuna Stadion voert. Daar staat John die niet met zijn achternaam in de krant wil, samen twee andere supporters van de thuisclub. Geel-groen is in dit decor een sneue kleurencombinatie.

Het is half zeven en het stadion een lichtgevende betonbak in niemandsland. Wat geasfalteerd is, luistert naar namen als Lissabonlaan en Milaanlaan. Op elke hoek van het stadion staan ME’ers te wachten op dingen niet komen zullen.

Drie dagen eerder is naar buiten gekomen dat eerstedivisieclub Fortuna Sittard, zaterdagavond de tegenstander van FC Zwolle, gaat praten over een samengaan met eredivisionist Roda JC. Sindsdien zijn de rapen hier gaar in Limburg, vooral in en rond Sittard.

De ruiten van het stadion zijn aan diggelen geslagen en directeur Hans Erkens heeft om dezelfde redenen bezoek aan huis gehad van boze supporters.

De sfeer is dus grimmig, maar zal vooral verderop tot ontlading komen. De harde kern van Fortuna is naar Kerkrade, thuisbasis van Roda JC, getogen om zich daar alvast onmogelijk te maken.

Er worden een kleine twintig fans aangehouden en bij wijze van noodverordening mag in dit stukje Limburg vanaf dit weekeinde geen voetbalclub buiten de eigen regio worden aangehangen.

Wat vindt John van een fusie? ‘Al komen ze me hoogstpersoonlijk ophalen en mag ik gratis . . daar. . . naar binnen, ik ga niet!’ De aarzeling zit bij Roda JC en Kerkrade, een club en een stad die niet in zijn vocabulaire voor komen.

We hebben het hier over de Westelijke en de Oostelijke Mijnstreek, kennelijk twee verschillende werelden waarvan de centra Sittard en Kerkrade slechts dertig kilometer van elkaar verwijderd zijn. ‘Ze praten er ook zo anders’, zegt John in het zangerige dialect dat de rest van het land dat als Limburgs definieert. In Kerkrade spreken ze een soort Nederduits.

Wat officieel een fusie heet, is volgens de Fortuna-fans een ordinaire uitverkoop. De groengelen mogen in Kirchroa aanschuiven bij de geelzwarten.

De nijpende situatie van Fortuna is de fans ook wel duidelijk, maar ze gaan liever dood dan dat ze het leven rekken in Kerkrade. John zegt: ‘Dan maar failliet. Gaan we lekker terug naar de amateurs, spelen op zondagmiddag. Hoef ik niet elke vrijdag een halve snipperdag op te nemen voor de uitwedstrijden en hoeven ze hier het licht niet meer aan te doen.’

Elk gesprek deze zaterdagavond in Sittard voert van het huidige stadion naar De Baandert, de voormalige thuisbasis en kennelijk een nostalgisch genoegen. John: ‘We hadden nooit moeten weggaan.’

Tien jaar geleden werd het huidige onderkomen betrokken, bedoeld als een eerste aanzet tot bedrijvigheid. Maar van grote bedrijvigheid is het nooit gekomen.

Sterker nog, er is op dit moment niet eens een bedrijf te vinden dat voor geld zijn naam aan het stadion van Fortuna wil verbinden. De club balanceert al jarenlang op de rand van faillissement.

Dat het ooit bruiste bij Fortuna Sittard bewijzen de vaantjes aan de wand. Ze herinneren aan wedstrijden tegen Wisla Krakau van 25 jaar geleden toen Fortuna Sittard nog goed genoeg was voor de Europa Cup voor bekerwinnaars.

Op het terras van de hoofdtribune zit de invalide Henk de Boer in zijn wagen. Als particulier chauffeur van Egidius Joosten is hij een levende herinnering aan eerdere tijden. Ondernemer Joosten stond aan de basis van het betaald voetbal als oprichter van Fortuna ’54. De club steeg hoog, viel diep en ging veertien jaar later uit arrenmoe samen met Sittardia. Dat werd dus Fortuna Sittard.

Er hangt tegen Zwolle een onwezenlijke sfeer in het stadion, al was het maar omdat het met nog geen tweeduizend toeschouwers griezelig leeg is. Achter een van de doelen zit een groepje supporters dat lelijke dingen roept over FC Limburg, de werktitel van de fusieclub, en over directeur Hans Erkens die de gebeten hond is.

Vlak voor rust dreigt het eventjes onrustig te worden als het vak achter het doel verdacht snel leeg stroomt. De ME’ers voor de hoofdtribune zetten zich schrap voor een mogelijke invasie, maar het is slechts een schijnbeweging. Na afloop worden drie supporters aangehouden omdat ze niet naar de politie luisteren.

Henk de Boer is er dan allang vandoor. Hij slaat geen thuiswedstrijd van Fortuna over, maar in Kerkrade zullen ze hem straks niet zien. ‘Voor geen goud.’

Erkens, die ooit nog furore maakte als razendsnelle back van Ajax, is deze avond niet te spreken. De één zegt dat hij helemaal niet is gekomen, de ander zag hem even schuil gaan achter de brede schouders van een beveiligingsbeambte, ergens hoog in het stadion.

Wel te spreken is Frans Körver, het nooit veranderende gezicht van het Limburgse voetbal. Körver verdedigde ooit de doelen van MVV en Sittardia, en werd daarna trainer bij zowat elke club die Limburg telt. Körver loopt nu rond in hetzelfde zwart dat alle Fortuna-officials dragen. Op het boordje staat de naam van een sponsor.

Aanvankelijk wil de 71-jarige Körver niets zeggen over de fusieplannen. ‘Er wordt al genoeg gekwaakt’, zegt hij. Maar als de twee verschillende mijnstreken als cultureel obstakel worden geopperd, houdt Frans Körver het niet meer. ‘Dat is gelul, puur gelul!’

Zijn voetbalhart klopt voor heel Limburg even hard en op een gegeven moment moet je redden wat nog te redden is. ‘Wat moet dat moet, ook al doet het pijn.’

Meer over