Wanhopig pogen de jacht ontkomen

De weerzin tegen de plezierjacht wortelt diep in de Nederlandse samenleving, meent Bob van den Bos. Het is altijd een tijdsverdrijf geweest voor de elite, en heden ten dage geldt de natuur als te kwetsbaar om aan de goede zorgen van de jagers te worden overgelaten....

ONDANKS de zware lobby voor hun hobby slagen de jagers er steeds minder in de bevolking te overtuigen van hun motieven: de liefde voor de natuur en het op peil houden van de wildstand. Ieder jaar bij het invallen van de herfst, als de jagers weer de jacht openen 'ter bescherming van de dieren', openen meer dierenbeschermers de jacht op de jagers.

Ditmaal trokken de voor- en tegenstanders al vroeg ten strijde vanwege de behandeling in de Tweede Kamer van de Flora -en Faunawet, waarin de jacht wordt geregeld.

Meer dan elders wortelt in Nederland de overtuiging dat ons beschavingsniveau niet alleen wordt bepaald door de omgang van mensen met elkaar, maar ook met hun omgeving. Het milieu- en natuurbewustzijn is bij ons relatief sterk ontwikkeld.

De laatste tijd is daar het besef bijgekomen dat we ook zorgvuldiger moeten omgaan met onze medeschepselen. De toenemende waarde die gehecht wordt aan de bescherming van de natuurlijke omgeving kan moeilijk los worden gezien van de verregaande verstedelijking in ons toch al zo dichtbevolkte land. Aan het relatief grote aantal stadsbewoners staat in Nederland weinig natuur ter beschikking, en die wordt dan ook in toenemende mate als schaars en kwetsbaar ervaren.

Het overhoop schieten van dieren past niet in dit nieuwe bewustzijn. Bovendien is in Nederland - in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk - plezierjacht altijd voorbehouden geweest aan bepaalde maatschappelijke klassen. De rest van de bevolking beschouwde de met veel ritueel omgeven schietfestijnen als een tijdverdrijf voor heren van stand.

Ook het argument dat 'de vruchten der natuur benut mogen worden', slaat bij ons niet erg aan. Massa-consumptie van wild past in de Franse eetcultuur, niet in de Nederlandse.

In het conflict tussen voor- en tegenstanders van recreatiejagen maakt minister Van Aartsen geen duidelijke keuze. De bewindsman zit vast in een soort politieke wildklem. Zodra hij zich te veel laat opjagen door de dierenbeschermers, komt het schietgrage deel van zijn liberale achterban in het geweer. Het hele wetsvoorstel is eigenlijk één wanhopige ontsnappingspoging uit deze benarde situatie.

Aan de ene kant erkent de minister de wens van velen om de jacht aan banden te leggen, en onderschrijft hij het principe dat dieren in het wild met rust gelaten moeten worden. Anderzijds verwacht hij van de invoering van zijn wet in de praktijk geen grote veranderingen. Kortom: de minister spaart de kool en de geit, maar ook de jager en de boer.

Zo formuleert hij als uitgangspunten dat soorten tegen uitsterven beschermd moeten worden, en dat ook individuele dieren een eigen waarde hebben, los van hun nut voor de mens. Onnodig lijden moet te allen tijde worden voorkomen. Van deze beginselen mag alleen worden afgeweken als er zwaarwegende belangen in het geding zijn.

In strijd met dit principe brengt Van Aartsen de lijst van 'vrij bejaagbare' soorten niet terug tot nul, maar tot zes: haas, konijn, fazant, wilde eend, houtduif en patrijs. Het zwaarwegende belang blijkt ineengeschrompeld tot het vederlichte motief dat deze soorten door hun grote aantallen de 'jacht verdragen'. Algemeen wordt inmiddels erkend dat zelfs deze bewering voor de patrijs niet opgaat.

In deze Flora- en Faunawet wordt terecht gekozen voor decentralisatie van besluitvorming. Helaas is de minister ook hierin niet consequent. Op beschermde soorten mag alleen geschoten worden indien ze belangrijke schade aanrichten, dan wel de volksgezondheid of de openbare veiligheid bedreigen. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor in hun provincie vergunningen afgeven.

Tegelijkertijd houdt de minister echter de bevoegdheid om als schadelijk beschouwde soorten over het hele land als vrij bejaagbaar te verklaren. Dit is even merkwaardig als onnodig, want geen enkele soort veroorzaakt altijd en overal schade.

Ook verzet de minister zich tegen het D66-voorstel om wettelijk vast te leggen dat in elke provincie een breed samengesteld Fauna Adviesorgaan wordt opgericht. Het is van wezenlijk belang dat de provinciebesturen verplicht worden bij de beoordeling van de afschotplannen van de jagers ook de mening van onafhankelijke faunadeskundigen en dierenbeschermers te betrekken.

De adviesfunctie wordt nu uitsluitend toegekend aan het reeds bestaande Jachtfonds. Dit landelijk orgaan was tot nu toe vooral belast met het toekennen van financiële vergoedingen voor schade die niet met jacht bestreden kan worden. Jagers dragen geld aan het fonds af, terwijl zij toch duidelijk belanghebbenden zijn bij zijn beslissingen en adviezen.

Deze ongewenste belangenverstrengeling komt bovendien tot uiting in de substantiële bedragen die de jagersverenigingen ontvangen uit de fondskas voor medewerkers, schietbanen, reewildtrofeeënshows en zelfs het KNVJ-verenigingsblad. Deze instelling kan alleen geloofwaardig adviseren als alle financiële banden met de jagers worden doorgesneden.

Aanstaande dinsdag heeft de Tweede Kamer alsnog de kans de Flora- en Faunawet te verbeteren. Dit kan door naast soortenbescherming ook het belang van het individuele dier in de wet zelf op te nemen (en niet alleen in de toelichting).

Verder zou ook de lijst van vrij bejaagbare soorten moeten worden afgeschaft. Ook is het van groot belang dat jagers het dierenrijk niet meer voor zich alleen hebben. Beslissingen over wat zij mogen doen en laten moeten democratisch genomen worden, op basis van adviezen van onafhankelijke deskundigen en alle belanghebbenden. Ten slotte moeten de plannen en beslissingen voor elk jachtgebied in Nederland openbaar worden gemaakt.

Het jachtgenot van weinigen weegt niet op tegen de gevoelens van afkeer van velen. Jagen moeten we alleen toestaan bij aantoonbare noodzaak. Laten we de weinige natuur in ons land zoveel mogelijk met rust laten. De liefhebber van hoorngeschal en geweergeknal kan maar beter zelf het hazenpad kiezen.

Bob van den Bos is lid van de Tweede Kamer voor D66.

Meer over