‘WADA schuldig aan machtsmisbruik’

Een externe commissie moet ervoor zorgen dat in zaak Armstrong alle relevante gegevens en documenten boven tafel komen. Alleen op die manier kan de volledige waarheid omtrent de beschuldiging dat de wielrenner doping zou hebben gebruikt, worden achterhaald en kunnen individuen en organisaties die de internationale regel- en wetgeving hebben...

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Emile Vrijman roept het IOC en de nationale regeringen, als bewakers van het wereldantidopingagentschap WADA, op zo’n tribunaal met autoriteit in het leven te roepen. Zelf deed hij in opdracht van de internationale wielerunie (UCI) acht maanden onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de bevindingen van het Franse laboratorium van Châtenay-Malabry over Epo-gebruik in de Tour van 1999.

Hij werd gepresenteerd als onafhankelijke advocaat en is door alle partijen ook als zodanig erkend. Maar omdat het Franse ministerie en het dopinglaboratorium weigerden stukken te overhandigen en Vrijman geen mandaat had die te vorderen, ontbreekt er bewijs om op alle vragen een antwoord te kunnen geven.

Vooral de tegenwerking van WADA stuitte bij Vrijman, die bij zijn onderzoek hulp kreeg van wetenschapper en meetdeskundige Adriaan van der Veen en advocaat Paul Scholten, op onbegrip. Dat die partijen wel openlijk over de testresultaten van Armstrong in de media praatten, doet volgens de advocaat het ergste vermoeden voor wat de stukken zouden hebben onthuld.

Uit het gedrag van WADA leidt Vrijman af dat het antidopingagentschap er op uit was Lance Armstrong aan de schandpaal te nagelen. Armstrong zelf heeft altijd gezegd dat de beschuldigingen onderdeel uitmaakten van een ‘heksenjacht’ en dat er sprake was van een complot. Op 23 augustus van vorig jaar pakte sportkrant L’Equipe groot uit met een verhaal over ‘de leugens van Armstrong’.

Vrijman lijkt met zijn rapport de zevenvoudig Tourwinnaar gelijk te geven. Volgens hem is er in het proces sprake geweest van ‘oneigenlijk gebruik van macht’ door WADA. ‘Het kan niet zo zijn dat een organisatie die verantwoordelijk is voor de internationale dopingcontroles in de sport brandstof levert voor media-aanvallen op een atleet, die zijn gebaseerd op een rapport van een dopinglaboratorium dat onder zijn supervisie valt. Terwijl het weet dat datzelfde rapport geen wetenschappelijke waarde heeft met betrekking tot de geuite beschuldigingen’, schrijft Vrijman.

Het was volgens het onderzoekstrio vanaf dag een duidelijk dat de regels voor onderzoeksrapportages en de rechten van de atleet waren gecompromitteerd. Maar alleen Brian Mikkelsen, vice-president van WADA, en de directeur van het WADA-laboratorium in Montreal, dr. Christian Ayatte, durfden openlijk hun bezorgdheid over de gang van zaken uit te spreken.

Andere personen die door Vrijman werden benaderd, zeiden op de hoogte te zijn van de problemen, maar wilden niet praten uit angst voor vergeldingsacties van WADA.

Ook vertegenwoordigers van het Franse laboratorium maakten duidelijk dat ze bang waren het antidopingagentschap tegen te spreken. Ze toonden zich, na eerdere toezeggingen, niet bereid Vrijman de gevraagde documenten te overhandigen.

WADA oefende zware druk uit op het laboratorium om ‘aanvullende informatie’ te voegen bij de rapportage van het wetenschappelijke onderzoek dat was uitgevoerd en waarvoor urinemonsters uit de Tour 1998 en 1999 waren gebruikt. Die aanvullende informatie bestond uit de codenummers van de flesjes van controles uit 1999, waarmee renners kunnen worden geïdentificeerd en uit de resultaten van de analyse van elk van de urinestalen.

Pound heeft toegegeven om ‘die aanvullende informatie’ te hebben gevraagd. Volgens hem deed WADA dat om de UCI de kans te bieden in de toekomst een longitudinale studie naar het gebruik van Epo in het peloton te kunnen doen en om erachter te komen welke renners bloeddoping gebruikten.

Vrijman: ‘WADA heeft geen enkel bewijs geleverd om die bewering te staven, integendeel. Want waarom werd de UCI niet op de hoogte gesteld? En waarom zou je willen weten welke renners hebben gebruikt als je niet de intentie hebt disciplinaire actie te ondernemen tegen diezelfde renners?’

Omdat het laboratorium in eerste instantie weigerde mee te werken aan het verzoek, beloofde WADA dat de verkregen gegevens vertrouwelijk zouden worden behandeld. En dat die nimmer de basis zouden vormen voor sancties.

Maar het eerste wat Pound deed na verschijning van het verhaal in L’Equipe was de UCI vragen of die van plan was uit te zoeken om vast te stellen of de dopingregels waren overtreden of niet, concludeert Vrijman. Volgens hem heeft WADA de UCI nimmer gevraagd naar de identiteit van de andere renners in wiens urinestalen Epo werd gevonden of naar de resultaten uit de Tour van 1998. Dat jaar nam Armstrong geen deel aan de ronde.

Vrijman, advocaat bij het Haagse advocatenkantoor Scholten c.s., stelt dat WADA zijn bestuursstructuur en beleid moet veranderen om klachten tegen haar eigen medewerkers, laboratoria en andere individuen werkzaam in het anti-dopingcircuit in behandeling te kunnen nemen. Iemand moet de controleur controleren. Nu hoeft bij WADA niemand rekenschap af te leggen voor zijn gedrag.

Meer over