INTERVIEW

Waarom gaat het WK in Qatar toch door, en hoe kan het anders in de toekomst?

null Beeld Ryan Olbrysh
Beeld Ryan Olbrysh

Mensenrechtenschendingen in gastland Qatar leidden tot veel controverse rondom het WK voetbal van 2022. Waarom gaat het toch door? En hoe moet in de toekomst worden omgegaan met twijfelachtige landen die een sportevenement willen organiseren? Vier bestuursleden van internationale sportorganisaties aan het woord.

Het wereldkampioenschap Tegenzin begint woensdag. Het Nederlands elftal speelt dan in en tegen Turkije zijn eerste kwalificatiewedstrijd voor de eindronde van een WK voetbal dat niemand meer wil. Zelfs niet Sepp Blatter, die destijds als baas van wereldvoetbalbond Fifa het besluit nam voor de locatie van dit, samen met de Olympische Spelen, grootste sportevenement van de wereld: Qatar.

Omdat het daar in de normale WK-maanden te heet is, is het WK in november en december, midden in het voetbalseizoen. Ook mist Qatar, 58ste op de wereldranglijst en nimmer deelnemer aan een WK, een zekere voetbalcultuur. De belangrijkste reden voor de collectieve weerzin tegen het 22ste WK is echter dat bij de bouw van de noodzakelijke voetbalstadions duizenden gastarbeiders uit India, Pakistan, Nepal, Bangladesh, Sri Lanka, de Filipijnen en Kenia zijn omgekomen.

Kortom: het land dat op 18 december 2022 in het Lusailstadion de finale wint, zou wel eens net zo’n weinig aansprekende wereldkampioen voetbal kunnen worden als Argentinië in 1978. In eigen land en als uithangbord van de toenmalige militaire dictatuur won Argentinië toen in een mist van beschuldigingen van vals spel.

Ondanks de collectieve afkeer beginnen alle 211 bij de wereldvoetbalbond Fifa aangesloten landen aan de kwalificatie voor een van de 32 plekken in Qatar over twintig maanden. Waarom? Kan de mondiale sport niet zonder twijfelachtige landen met geld die een wit voetje willen halen bij de wereldgemeenschap? Is ‘sportswashing’ een noodzakelijk kwaad? Moeten we accepteren dat bijvoorbeeld Qatar, Saoedi-Arabië, Rusland en China om het even welk evenement willen organiseren – van een WK-voetbal, -atletiek, -zwemmen of Formule 1-race tot de Olympische Spelen – om hun structurele schending van mensenrechten te maskeren? Hoe geloofwaardig zijn deze landen wanneer ze beterschap beloven? Helpt een boycot daarbij? En de belangen van de sporter dan?

Dat zijn vragen voor de mensen die beslissen over de toewijzing van sporttoernooien aan organiserende landen. Dat doen de bestuurders van internationale sportorganisaties zoals het IOC, dat over de olympische speelsteden besluit, de internationale atletiekfederatie World Athletics (voorheen IAAF), de wereldzwembond Fina en de Europese voetbalbond Uefa. Vier Nederlanders beslissen of beslisten mee in deze grote sportbesturen. Els Vriesman was als voorzitter van de internationale hockeybond van 2001 tot 2009 IOC-lid, Sylvia Barlag is sinds 2011 bestuurslid van World Athletics, Erik van Heijningen maakt sinds 2013 deel uit van het bestuur van Fina en Michael van Praag is sinds 2009 bestuurslid van Uefa. Allen spreken met de Volkskrant op persoonlijke titel.

Sportswashing

Een land met een negatieve reputatie dat de prestige, de glamour en de afleiding van sport gebruikt om een positief imago te kweken, doet aan sportswashing. Het kan gaan om een sportevenement dat binnen de landsgrenzen wordt georganiseerd, of de koop of sponsoring van een gerenommeerd sportteam. De motivatie van een land voor sportswashing kan zijn om de slechte mensenrechtensituatie te maskeren of om te tonen dat het land na een ontwikkeling meetelt. Mussolini en Hitler organiseerden respectievelijk een WK voetbal in 1934 en Olympische Spelen in 1936 om hun fascistische en nazistische idealen uit te dragen als de enig juiste. Deze eeuw zijn China, Rusland, Saoedi Arabië, Qatar, Kazachstan, Hongarije, Azerbeidzjan, Bahrein en Oezbekistan actief met sportswashing. Ondanks schendingen van VN-mensenrechtenverdragen proberen deze landen sportevenementen met een mondiale uitstraling binnen te halen, zoals WK’s en Formule 1-races.

Elk land mag meedoen

Over één heet hangijzer zijn deze vier topsportbestuurders het eens: geen enkel land mag op voorhand worden uitgesloten van de mogelijkheid een sportevenement te organiseren.

‘Ik denk dat de internationale sport zich niet meer kan veroorloven dubieuze regimes met heel veel geld af te wijzen’, stelt Barlag. ‘In de atletiek speelt de vraag: zijn we van die landen afhankelijk geraakt? We drijven er wel handel mee, hè. En evenementen moeten worden gespreid over de continenten.’

Sportevenementen die de wereld over gaan, zijn prestige-objecten. Het moet groter en dat is duurder. ‘De bevolking van een land dat wat meer op de centen let, wijst dat af’, zegt de atletiekbestuurder. ‘Want wat levert zo’n evenement eigenlijk op?’ Landen als Saoedi-Arabië en China, die de wereld een positief beeld willen voorhouden, springen in het gat. Daar kan de bevolking niet protesteren en is geld geen issue.

‘Maar waarom moet het eigenlijk allemaal groter en duurder’, vraagt oud-IOC-lid Vriesman zich af, ‘daar begint het probleem. Het IOC realiseerde zich: er komen zo weinig kandidaten, kennelijk is er iets aan de hand. Ze zijn begonnen met het terugschroeven van de eisen, al liggen ze nog hoog.’

Oslo had de Winterspelen volgend jaar willen organiseren, maar trok zich terug na verzet van de eigen inwoners. Twee uiterst dubieuze kandidaten bleven over: Kazachstan en Beijing dat de ‘bid’ won. Nu dreigt Canada als eerste land met een boycot van ‘Beijing 22’, uit protest tegen de genocide onder de Oeigoeren.

‘Elk land dat sport in zijn hart heeft en dat economisch goed gaat, zou moeten kunnen bieden op een evenement’, vindt Vriesman. ‘De eisen vooraf moeten niet zo excessief zijn dat alleen landen die er alles voor over hebben om het binnen te halen een kans maken.’

Qatar is zo’n land. Alleen al dit jaar staan ruim zestig sportevenementen op de agenda van het land met een bevolking van amper 300 duizend Qatari plus ruim twee miljoen gastarbeiders. Sinds 2016 stelt Qatar zich kandidaat voor alle Olympische Spelen. ‘Ze hebben grandioze sportvoorzieningen, die wel met een prijs zijn gekomen. Als zij de enige zijn die kunnen voldoen aan de eisen van het IOC op sportgebied, dan is het IOC aan ze overgeleverd.’

Garantieclausules

Zelfs aan de vrijheid van Noord-Korea om net als elk ander land mee te bieden, mag wat Uefa-bestuurder Michael van Praag betreft niet worden getornd. ‘Als ze garanderen dat ze het hele spectrum aan mensenrechten zullen eerbiedigen, maken ze een kans. Het is natuurlijk theorie: ik kan me niet voorstellen dat Noord-Korea bijvoorbeeld opeens zijn strafkampen opheft.’

Toenmalig FNV-voorzitter Ton Heerts wees Van Praag er in 2015 op dat de arbeidsomstandigheden bij de bouw van de voetbalstadions in Qatar catastrofaal slecht waren. ‘Ik heb die handschoen opgepakt en dat via de Uefa aanhangig gemaakt bij de Fifa’, zegt Van Praag. ‘Het resultaat is nu dat een land dat in de toekomst überhaupt in aanmerking wil komen voor een WK of EK, in zijn bid gedetailleerd moet uitwerken hoe het het hele spectrum van mensenrechten zal eerbiedigen. De uiteindelijke organisator van het toernooi moet dat contractueel vastleggen en ook hoe het de naleving ervan laat controleren.’

Ook gebeurt de toewijzing van een toernooi niet meer door het bestuur, legt Van Praag uit, maar door alle ruim tweehonderd landen. ‘Die dus allemaal kunnen bepalen of de mensenrechten gewaarborgd zijn.’ Voor de minstens 6.500 overleden gastarbeiders komt de clausule te laat. Herhaling van het Qatar-debacle voorkomen is het doel. ‘Want bij een volgende keer’, is de overtuiging van Van Praag, ‘komt de hele wereld in opstand tegen de Fifa. Zo’n sportbond heeft ook de plicht zijn leden op te voeden: wat jij daar in jouw land doet, dat deugt voor geen meter.’

Zijn initiatief leverde Van Praag internationale lof op van vakbonden en mensenrechtenorganisaties en nu is het wachten op andere bonden die het voorbeeld van Fifa volgen. ‘Er zijn genoeg andere internationale sporttoernooien in landen waar je je vraagtekens bij kunt zetten.’

Erik van Heijningen, Fina-bestuurder en in het dagelijks leven staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarschuwt voor de gevaren. Want wie bepaalt die vraagtekens? Wie stelt de norm? Bij alle mensenrechten? ‘We hebben een Verenigde Naties, waarin politieke problemen besproken kunnen worden, waarin landen ook veroordeeld kunnen worden. Onderdeel van die VN is de International Labour Organisation. Dáár zouden de arbeidsomstandigheden van een organiserend land besproken moeten worden. En zo zou een sportbond inderdaad tegen de organisator kunnen zeggen: organiseer de arbeidsomstandigheden in overeenstemming met de minimumnormen van ILO.’

Het controleren van mensenrechtenschendingen, van arbeidsomstandigheden, dat is wat oud-IOC-lid Vriesman betreft niet de taak van een sportorganisatie. ‘Zolang je daar niet de VN bij betrekt, gaat het niet werken. Sportorganisaties hebben in die dubieuze landen geen invloed.’

‘Mensenrechten’, zegt Van Heijningen, ‘gaan over alle aspecten van het leven, zoals bewegingsvrijheid, vrijheid van meningsuiting, goed onderwijs, veilige arbeid.’ Als een internationale sportfederatie bij de toewijzing van evenementen gaat toetsen of een land de mensenrechten voldoende respecteert, dan laat het volgens Van Heijningen politiek toe in de sport. ‘Dan is de grens zoek en wordt het actie, reactie. Dan kan je het krijgen, hè. Nederlandse kritiek op China? Jullie hebben zelf je zaken niet op orde, zegt China en wijst op de kinderopvangtoeslagaffaire. Kritiek op Rusland? Dan zegt Poetin dat Nederland een politieke partij heeft waarin vrouwen geen rechten hebben. Nou, dat kennen wij in Rusland niet hoor. Wat hebben jullie voor een raar land?’

In plaats van zich op het wijde terrein van mensenrechten te begeven, moeten sportorganisaties hun eisen voor toewijzing van evenementen zo dicht mogelijk bij de sport houden, vindt Van Heijningen. ‘Dus geen politieke clausules over de eerbiediging van de rechten van specifieke groepen in een land, maar wel de vanzelfsprekende voorwaarde dat iedereen zonder aanzien des persoons mag meedoen aan het sportevenement en alle bezoekers welkom zijn.’

Boycot

Als elk land mag meedingen naar het huisvesten van een sportevenement, ligt een latere boycot daarvan niet voor de hand. Boycots, daar zijn de sportbestuurders dan ook allen tegen. ‘Daarmee sla je jezelf de mogelijkheid uit handen om ter plaatse zaken aan de kaak te stellen’, meent Barlag. Geduld is daarbij een vereiste. ‘Je moet je tevreden stellen met kleine stappen, helaas. Bijvoorbeeld dat er meer aandacht komt voor vrouwensport in vrouwonvriendelijke landen in het Midden-Oosten.’

Van Praag herinnert zich het EK van het Nederlands elftal in 2012 in het mensenrechten schendende Oekraïne, waar oud-premier Joelia Timosjenko in de gevangenis mishandeld werd. ‘Eerst wilde het kabinet niet dat de minister van Sport, Edith Schippers, daarheen ging. Dan heb je dus 2 minuten impact: o jee, minister Schippers komt niet. Nou ja, jammer.’ Omdat Timosjenko er zelf op aandrong, ging de minister alsnog. ‘En dat is goed, want zo kon Schippers de Nederlandse kritiek op Oekraïne zelf overbrengen.’

Van Praag is er fel op tegen dat in Qatar een WK wordt gehouden, maar protest tegen de mensonterende omstandigheden voor de stadionbouwers moet wel dáár klinken. ‘Dat is aan de bestuursleden van deelnemende bonden of politici. Een minister bijvoorbeeld, moet daar tegen zijn ambtgenoot zeggen: we zijn hier nu wel, omdat we er niet meer onderuit konden, maar wat hier gebeurt is natuurlijk volledig onacceptabel.’

Sporters

Dat de sporter altijd het grootste slachtoffer is van een boycot, vinden de sportbestuurders reden genoeg om er categorisch tegen te zijn. ‘Je ontneemt hem of haar een sportief doel. Ik spreek uit eigen ervaring’, zegt Barlag, die op de Olympische Spelen van 1980 in Moskou tiende werd op de atletiek-vijfkamp. ‘Die spelen werden op grond van flauwe argumenten halfslachtig geboycot door Nederland, waardoor ik werd tegengewerkt bij mijn voorbereiding. En ondertussen was het Nederlands bedrijfsleven wel gewoon actief in dat land.’

Politiek mengde met sport en daarin werd Barlag gemangeld. ‘Sport is al politiek sinds Sparta en Athene.’ Een land dat aan sportswashing doet, injecteert politiek in sport. Maar als sportbestuurders zo’n land verbieden mee te dingen naar een internationaal sportevenement, komen ze evenzeer in politiek vaarwater. Bovendien past zo’n uitsluiting niet bij het verbroederende en verzusterende wezen van sport. Tegelijk kunnen de bestuurders mensenrechtenschendingen niet negeren. Contractclausules moeten die beteugelen en uitbannen. Het alternatief is: geen sportevenement, met als voornaamste slachtoffer de sporter.

De Nederlandse waterpolomannen die bij de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne hadden willen excelleren, kunnen erover meepraten. Ze zouden de enorme bootreis maken naar Australië, vertelt zwembestuurder Van Heijningen. Maar het Nederlands Olympisch Comité trok de al aanwezige sporters terug en besloot tot een boycot, uit protest tegen de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije. ‘De waterpolomannen van toen krijgen nu nog altijd tranen in de ogen bij de herinnering. Want welke landen speelden de finale van het waterpolotoernooi? De Sovjet-Unie en Hongarije.’

Landen gerangschikt naar kwaliteit van leven:

1 Noorwegen

10 Nederland

40 Hongarije

67 Kazachstan

69 Rusland

81 Qatar

99 Bahrein

100 China

101 Saoedi Arabië

102 Oezbekistan

104 Azerbeidzjan

Organiserende landen WK atletiek

2011 Daegu, Zuid-Korea

2013 Moskou, Rusland

2015 Peking, China

2017 Londen, VK

2019 Doha, Qatar

2021 Eugene, VS

2023 Boedapest, Hongarije

Organiserende landen WK zwemmen

2011 Shanghai, China

2013 Barcelona, Spanje

2015 Kazan, Rusland

2017 Boedapest, Hongarije

2019 Gwanju, Zuid-Korea

2022, Fukuoka, Japan

2023 Doha, Qatar

2025 Kazan, Rusland

2027 Boedapest, Hongarije

Organiserende landen WK Judo

2011 Parijs, Frankrijk

2013 Rio, Brazilië

2014 Tsjeljabinsk, Rusland

2015 Astana, Kazachstan

2017 Boedapest, Hongarije

2018 Bakoe, Azerbeidzjan

2019 Tokio, Japan

2021 Wenen, Oostenrijk

2022 Boedapest, Hongarije

2023 Doha, Qatar

Dubieuze kandidaten voor Olympische Spelen

2008 China, Turkije

2010 China

2012 Rusland, Turkije

2014 Rusland, Kazachstan

2016 Azerbeidjan, Qatar

2020 Turkije, Azerbeidzjan, Qatar

2022 China, Kazachstan

2024 Hongarije

Dubieuze locaties Formule 1-races

Azerbeidzjan sinds 2017

China sinds 2004

Saoedi Arabië vanaf 2021

Bahrein sinds 2004

Abu Dhabi sinds 2007

Meer over