Vrouwenhandbal wint snel aan aanzien, ook bij NOC*NSF

In 2004 bereikten de Nederlandse handbalsters een dieptepunt door plaatsing voor EK en Spelen mis te lopen. Dezelfde ploeg presteert nu boven verwachting bij het WK....

Monique Feijen moest enkele keren slikken toen ze haar teamgenotes in Sint-Petersburg opzocht. Ze zag speelsters met elkaar dollen, proefde de blijdschap in de groep. Niet verwonderlijk: de nationale handbalsters presteren boven verwachting bij het WK in Rusland, ondanks de nederlaag tegen Hongarije, gisteren.

De prestaties moeten ook NOC*NSF verrassen. De sportkoepel liet immers eerder weten dat handbal de komende jaren niet wordt gerekend tot de belangrijke sporten waarvoor veel geld wordt uitgetrokken. Daar was ook geen enkele reden voor. Zowel het mannen- als het vrouwenteam had al jaren geen aansprekend resultaat meer geboekt.

Het laatste succes bij de vrouwen dateerde van het WK in 1999. In Noorwegen versloeg Nederland het gerenommeerde gastland met 24-18, waarna het in de achtste finales van het toernooi werd uitgeschakeld. Het was de bekroning van het twee jaar tevoren ingezette Oranjeplan, het Bankras-model van het handbal.

Speelsters sloten zichzelf medio ’97 op bij een clubteam (Nieuwegein) en trainden intensief en centraal in Zeist, onder de noemer ‘Meiden met een Missie’. Alleen op die manier kon de achterstand op zich snel ontwikkelende grootmachten, met name de Scandinavische landen, worden ingelopen, zo hadden coach Bert Bouwer en geldschieter Ton van Born bedacht. Zij waren de geestelijk vaders van het project.

Na het WK barstte het Oranjeplan. De internationals hadden genoeg gezien van Nederland en gingen in het buitenland aan de slag. Enkelen dwongen een transfer af naar Denemarken, het mekka van het moderne handbal. Individueel werd iedereen sterker, maar het nationale team gleed intussen af naar een bedenkelijk niveau.

Vorig jaar werd een dieptepunt bereikt. De vrouwen plaatsten zich niet voor het EK in Kroatië en de Olympische Spelen in Athene. Verschillende sponsors hadden het handbalverbond (NHV) toen al de rug toegekeerd, waardoor de financiële situatie ten burele penibel dreigde te worden.

Logischerwijs waren de verwachtingen voor het WK in Sint-Petersburg – Nederland kwalificeerde zich met veel pijn en moeite ten koste van Spanje – niet bijster hooggespannen. Zeker nadat bekend was geworden dat de dragende speelsters Olga Assink en Monique Feijen door blessures het toernooi moesten missen.

Naar nu blijkt, heeft de ploeg hun afwezigheid behendig opgevangen. Natasja Burgers (bijna 200 interlands), Diane Roelofsen (meer dan 200) en keepster Jokelyn Tienstra vormen het hart van het team, dat wordt aangevoerd door Diane Lamein.

De ‘oudjes’ stellen de belangrijkste jongelingen Maura Visser (20) en Pearl van der Wissel (21) in staat te ontbolsteren. ‘Ze worden meegesleurd’, zegt Feijen telefonisch vanuit Denemarken.

In tegenstelling tot Rusland en andere topploegen beschikt Nederland niet over rouwdouwers – ‘droge schutters’ in het jargon van Feijen – die de bal vanuit elke positie in het doel kunnen slingeren. De kracht ligt besloten in het hoge speeltempo en de tactiek is erop gericht de defensie na vlugge combinaties te ontrafelen, zodat een schutter als Van der Wissel kan toeslaan.

Doordat Burgers tijdig bleek hersteld van haar knieblessure, beschikt Nederland met haar en met Saskia Mulder bovendien over twee linkshandige speelsters. Daardoor kan van twee kanten druk worden gezet op de tegenstander.

Toch blijft het opmerkelijk. Hoe kan een team, dat een jaar geleden niet meer meetelde in handballand, bij een WK reiken tot de beste ploegen? Feijen denkt dat het uitblijven van successen haar ploeg sterker heeft gemaakt.

‘We hebben geleerd van alles wat mis is gegaan. Voordat je kunt pieken, moet je door het dal zijn gegaan. En vergis je niet, het Oranjeplan werkt nog steeds door. Wij konden daardoor in het buitenland spelen. De jonge meiden van nu horen van ons hoe mooi dat is en denken: gaaf, dat willen wij ook. Ze zijn enorm gemotiveerd.’

Misschien, oppert Feijen, is haar absentie en die van Assink juist een voordeel. ‘Als de vaste krachten wegvallen, staan vaak andere speelsters op, omdat ze geen keus hebben. En als je een WK mag spelen, wil je ook zó graag.’ Lachend: ‘Misschien moet ik maar wegblijven.’

Meer over