Nieuws

Vrouwen weten nu ook: in Parijs-Roubaix moet je de chaos omarmen

De vrouwen kregen in hun eerste editie van Parijs-Roubaix de klassieke versie voorgeschoteld: nat, glad en winderig. Voor de specialisten was het genieten van de ontberingen, maar er vielen ook slachtoffers, onder wie nummer één op de wereldranglijst Annemiek van Vleuten.

Marianne Vos springt op de kasseienstrook van Camphin-en-Pévèle weg uit de groep met kanshebbers om het gat met vluchter Lizzy Deignan te dichten.  Deignan blijft vooruit, Vos wordt tweede. Beeld Klaas Jan van der Weij
Marianne Vos springt op de kasseienstrook van Camphin-en-Pévèle weg uit de groep met kanshebbers om het gat met vluchter Lizzy Deignan te dichten. Deignan blijft vooruit, Vos wordt tweede.Beeld Klaas Jan van der Weij

Dit zijn de gezichten van de Hel van het Noorden. Uitgeputte rensters zitten zaterdagmiddag na de eerste vrouweneditie van Parijs-Roubaix in een druppelregentje op het gras op het middenterrein van het velodroom André Pétrieux en schudden het hoofd. Dit nooit meer, stralen ze uit. Anderen doen staande met de fiets nog tussen de benen te midden van ploeggenoten opgetogen verslag van de ontberingen.

Luister naar fysiotherapeut Marjolein van ‘t Geloof (25), rijdend voor de Britse wielerploeg Drops-le-Col. Ze is als 13de over de streep van de betonnen wielerbaan gereden; in veel minder zware wedstrijden valt ze geregeld buiten de top-20. Ze heeft slechts modderspatten op de benen, het tenue en het gezicht. ‘Dit is mijn wedstrijd. Hier heb ik elke nacht over gedroomd. Ik kan het gewoon, over kasseien rijden. Ik ben gevallen, ik had kramp, maar ik ben hier gewoon niet te lossen. Ik ben zo blij dat ik heb laten zien dat ik weer een stap naar de top heb gezet.’

Naast haar staat Ellen van Dijk (34). Favoriet in topvorm. Vorige maand werd ze wereldkampioen tijdrijden en Europees kampioen op de weg. Nu is ze besmeurd, gehavend. Ze zit onder dikke lagen slijk. Daartussen, op armen en benen, schemert bloed. Na eerdere tuimelingen in de race was ze hard onderuit gegaan op de blubberige kasseienstrook Camphin-en-Pévèle, vol op haar schouder en heup. De Luxemburgse Christine Majerus klapte over haar heen. Van Dijk klaagt over hoofdpijn, ze voelt dat ze af en toe wegvalt. ‘Ik weet niet precies wat er gebeurde. Ik gleed ineens weg. Mijn fiets was ook kapot. Ik wist niet eens of ik wel moest doorfietsen.’

Euforisch dan wel groggy, beiden hebben met hun deelname bijgedragen aan een nieuw hoofdstuk in de wielergeschiedenis. De weergoden serveerden het peloton met louter debutanten in deze koers ook nog eens de klassieke versie van de wedstrijd: nat, glad, modderig, winderig. Van de 132 rensters haalden er 61 na 116,5 kilometer een vermelding in de uitslag; sommigen legden de glibberpassages te voet of steppend af. De rest gaf op of kwam buiten de tijd binnen. Belangrijkste slachtoffer was Annemiek van Vleuten, nummer één op de wereldranglijst. Ze viel al vroeg, brak zowel het schaambeen als de schouder en dat betekende een abrupt einde van het seizoen.

De Britse Lizzie Deignan (32) van Trek Segafredo won, met de blaren op de handen. Op de allereerste kasseienstrook, op 82 kilometer van de finish, was de wereldkampioen van 2015 aan een solo begonnen. Achter haar kwam een georganiseerde jacht maar niet op gang. Marianne Vos maakte zich op de Camphin-en-Pévèle nog los uit een groep kanshebbers – na haar versnelling smakte Van Dijk op de kasseien – maar dichter bij dan 1.15 minuut kwam ze niet meer. Weer tweede, na het zure zilver op het WK in Leuven, vorige week. Hier had ze meer vrede mee. Ze heeft alles gegeven, zegt ze na afloop. ‘Zij bleef maar gaan en ik bleef maar hangen.’

Dat Deignan eenzaam op avontuur ging, was niet eens de bedoeling. ‘Aan het eind van de strook keek ik om en zag dat ik een gat had. Ik reed op 75 procent, de ploegleiding zei dat ik nu maar 100 procent moest geven.’

Wie alleen rijdt, heeft het voordeel dat je zelf kunt bepalen waar je fietst. Deignan koos vrijwel overal de rug van de strook. Daar liggen de keien nog het meest in het gelid, daar valt het als eerste droog, drab verzamelt zich aan de zijkant. Toch ging ze nog bijna onderuit, ondanks de geringe druk (2,3 bar) in de banden. Ze dreef naar links en in een wat bruuske poging dat recht te zetten, kwam haar fiets bijna dwars te staan. Ze herinnerde zich het advies van ploeggenoot Lucinda Brand, wereldkampioen veldrijden. ‘Zij had gezegd: blijven trappen, blijven trappen!’

Wie op het podium eindigt, heeft weinig reden de wedstrijd te verfoeien. Deignan: ‘Dit is een iconische race. Voor de vrouwen is dit een grote stap vooruit.’ Dat het prijzengeld voor de winnaar 1.535 euro bedraagt, tegen 30.000 voor de beste in de mannenwedstrijd, deert haar niet echt. Met steun van de sponsoren past haar ploeg het verschil bij. ‘Natuurlijk is dat onderscheid teleurstellend. We zijn er nog niet. Maar we zwijgen ook niet langer.’

Vos: ‘De modder en de regen maakten het alleen maar epischer. We hebben er lang op moeten wachten, maar het was geweldig om er deel van uit te maken.’ De Italiaanse Elisa Longo Borghini (29), ploeggenoot van Deignan, derde op 1.17: ‘Ik zou het zo weer doen. Parijs-Roubaix is chaos. Ik zeg: omarm de chaos, omarm het onbekende.’

Een halfuur na de wedstrijd strompelt Ellen van Dijk naar de douches van de wielerbaan, de wat smoezelige hokjes van graniet, waarop de naambordjes van alle winnaars zijn geschroefd. Deze onderdompeling wil ze zich niet laten ontnemen. Wie aan zo’n historische Parijs-Roubaix heeft deelgenomen, moet wel het volledige traject hebben afgelegd.

Meer over