Vrije verstrekking doping aan topsporters gevaarlijk

Niet alleen de wielerwereld, de hele wereld moet zich de dopingrel in de Tour de France aantrekken, vindt Bart Jungmann....

BART JUNGMANN

MET ZIJN pleidooi voor legalisering van doping heeft Bert Wagendorp een steen in de vijver willen gooien. Maar hij had beter moeten mikken.

Doping is een te algemeen begrip om pro of contra te zijn en te gevaarlijk om zomaar op de vrije markt te gooien, gevaarlijker dan alcohol in elk geval. Ze zijn beide in staat mensenlevens te beëindigen, en bij excessief gebruik maakt doping meer kapot dan drank.

De frustratie waaruit Wagendorps liberale standpunt voort komt, is begrijpelijk. Doping is een onuitroeibaar fenomeen gebleken in de wielersport. Onkundige soigneurs en malafide artsen rommel(d)en in het geniep met alle risico's vandien.

Op zich is het dus niet gek om, volgens hetzelfde spoor als de liberale opvattingen over drugs, een zo hardnekkige praktijk te legaliseren. De verslaafde krijgt gratis heroïne opdat hij geen autoradio's jat, de sportman krijgt doping opdat hij zich niet in een schemerig milieu hoeft te wagen.

De Haarlemse huisarts Karsten is een pleitbezorger van die theorie. Dat veroorzaakte destijds enorm veel commotie toen bleek dat hij schaatsers met pil en prik stimuleerde. Als het dan toch gebeurt, kan het beter gebeuren bij een deskundige geneesheer/vrouw die daarbij niet bang moet zijn voor justitiële repercussies.

Maar functioneert de medische ethiek zo dat daarmee de gevaren voldoende zijn uitgebannen? Wie het onzekere gedraai van de Belgische Festina-arts Ryckaert heeft gevolgd, zal twijfelen. En wat gebeurt er in een situatie dat de ambitieuze renner A vermoedt dat renner B harder gaat vanwege het stimulerende middel C? Heeft de arts dan voldoende autoriteit om te voorkomen dat A ook naar C grijpt?

Wanneer we het hebben over cafeïne, waarmee Bugno ooit is betrapt bij een dopingtest, dan staat naturlijk niets een ruimhartige benadering in de weg. Maar de medische vooruitgang heeft griezelige experimenten mogelijk gemaakt, die het wedstrijdelement nog veel meer kunnen vervalsen.

Natuurlijk is dat wedstrijdelement van zichzelf al vals. Anders zouden wedstrijden altijd onbeslist eindigen. God heeft de een meer talent gegeven dan de ander. De ene vader heeft meer geld om de talenten van zijn kind te helpen ontplooien dan de ander. En een tijdrit wordt niet alleen beslist door fysieke inspanning, maar ook door de aerodynamiek van fiets en berijder. Doping is als wedstrijdvervalsing niet valser of minder vals dan andere factoren.

Dat is dus als argument tegen legalisering niet steekhoudend. Maar die griezelige experimenten zijn vooral een gevaar voor de gezondheid. Het nu zoveel genoemde EPO bijvoorbeeld kan het bloed zo dik maken dat een infarct of trombose angstig dichtbij komen. En volgens de verhalen hangen ons nog veel griezeliger dingen boven het hoofd.

Moet iedere sporter zelf zijn eigen verantwoordelijkheid in deze kennen en mag hij dus zelf beslissen hoever hij gaat met kunstmatige stimulantia? Nee, dat kun je niet meer verwachten in een maatschappij die zoveel belang hecht aan sportieve prestaties. Genoemd wedstrijdelement heeft allang zijn onschuld verloren. Een nederlaag heeft te veel financiële consequenties om zonder meer aanvaard te kunnen worden.

De internationale wielerunie bewandelt daarom een realistische weg om het dopinggebruik langzaam maar zeker los te koppelen van de competitie en de nadruk te leggen op gezondheidsbewaking. Een wielrenner wordt straks geregeld gecontroleerd of hij fit genoeg is om aan wedstrijden mee te doen. De verantwoordelijkheid daarvoor komt te liggen bij ploegleider en ploegarts.

Neem het relletje rond TVM. In een wagen van de ploeg blijkt in maart EPO te zijn gevonden. De ploegleiding ontkent elke betrokkenheid. Dat mag waar zijn, maar ze kan in de toekomst dan wel verantwoordelijk worden gehouden voor haar vervoermiddelen en de inhoud daarvan.

De rel rond Festina zou niet alleen de wielerwereld of de sportwereld, maar de hele wereld (althans het welvarende deel daarvan) zich moeten aantrekken. Sport is, bij gebrek aan andere opwinding, veel te belangrijk geworden. Dat, en dat alleen, leidt tot gebruik van groeihormonen en wat dies meer zij. Semper citius, altius, fortius heeft een hoge prijs gekregen.

Iedereen kan nu wel vaststellen dat de Tour meer energie vergt dan een boterham met pindakaas genereert. Maar dan moet er iets aan de Tour veranderen, althans de moordende competitie ervan, en niet aan de pindakaas. Het mag nooit een argument worden om de wielrenner vrij te laten in zijn speurtocht naar levensbedreigend beleg.

Bart Jungmann is redacteur van de Volkskrant.

Meer over