'Vrij om je eigen route te bepalen'

De Atletiekunie wil bovenal dat een sporter elk uur van de week professioneel kan werken...

Barcelona Peter Verlooy, de technisch directeur van de Atletiekunie, is een fervent voorstander van centraal trainen. Hij bedacht het plan Van Papendal naar Londen 2012.

Drie talentvolle atleten zijn dit jaar vertrokken bij de bond. Baart u dat zorgen?

‘Zij vinden dat ze op een andere plaats beter functioneren. Dat is hun goed recht. Ik heb er geen moeite mee als ze hun eigen weg bewandelen. Het heeft geen consequenties. Ze worden gewoon ondersteund, zoals iedereen die tot de olympische A- en B-selectie behoort.

‘Je kunt mensen niet verplichten deel uit te maken van een bondsprogramma. Je kunt het ze alleen aanbieden. Vergelijk het met een leraar en een klas. Tussen de ene leerling en de docent klikt het wel, een andere leerling vindt de docent niet goed.’

Drie van de vier EK-deelnemers op de 800 meter trainen niet bij een bondscoach. Is dat wenselijk?

‘Dat is zorgelijk, maar het is een ontwikkelingsproces van jaren. Som en Okken hebben wel lang bij de bond getraind. Okken werkt nog steeds met een bondscoach.’

Flink wat topatleten van de bond worstelen met blessures: medaillewinnaars als Rutger Smith en Karin Ruckstuhl. Jolanda Keizer en Gregory Sedoc zijn maar net op tijd fit voor de EK. Is dat een patroon?

‘Het is geen afwijking van ons in Nederland. Het hoort bij de sport. Internationaal zie je dat ook. Het is niet iets van de bond of een privéprogramma.

‘We zijn de medische afdeling wel aan het optuigen. We zien dat het belangrijk is. Maar ik vind dat de blessures in deze fase wel meevallen. Ik denk niet dat er sprake is van overbelasting.’

Atletiek is van oudsher het domein van privé- en clubtrainers. Passen centrale trainingen wel bij de sport?

‘Het gaat erom dat je 40 uur per week aan de slag kan in een professionele situatie. Bij een club- of privécoach lukt dat vaak niet. Financieel is het vaak een lastig verhaal. Maar iedereen is vrij om zijn eigen route te bepalen. Uiteindelijk bepaalt het succes of je de goede weg hebt gekozen.’

Dat klinkt logisch. Maar als er acht bondscoaches zijn, zou het toch gek zijn als niemand bij ze wil trainen?

‘Dat is niet de situatie. De programma’s zitten overvol, met zo’n 70 atleten. Qua volume is het een groot succes. Alleen de middellange afstand loopt een beetje achter.’

Die 70 atleten doen niet mee aan de EK. En ook niet de helft.

‘Je moet eerst volume creëren voordat je er iets uithaalt. Je moet per programma 6 tot 8 sporters hebben om het te laten bestaan. Je kunt voor 1 atleet geen bondscoach aanstellen. We moeten reëel zijn. We zijn een proces ingegaan en na 8 jaar kun je pas vaststellen of de goede koers gevaren is, niet na 1, 2 of 3 jaar. Dat is in het verleden te vaak gebeurd. Steeds iets anders proberen werkt niet.’

Er zit nu dus vooral talent in de bondsprogramma’s. U ziet een rooskleurige toekomst?

‘Dat gaat me iets te snel. Ik onderken dat het een proces is van de lange adem. In een sport als de onze, die ingewikkeld is, moet je rekenen in een termijn van 8 jaar.

‘Met sommige programma’s zijn we nu 3 of 4 jaar onderweg, in anderen pas 1 of 2 jaar. Je hebt mensen die doorstoten, maar we weten ook dat er talenten zullen afvallen. We hebben een hoop te doen. Maar we gaan door, dat is zeker.’

In 2008 sprak u over twee olympische medailles in 2012. Is dat haalbaar?

‘Dat is ons ambitieniveau. Je moet hoog inzetten, vind ik. Maar er moet voor Londen nog wel wat gebeuren.’

Meer over