Voor Rabo-kopmannen wordt het geven en nemen

Het waren nette kerels, ideale schoonzoons misschien zelfs, van wie men zich afvroeg of ze wel koste wat kost wilden winnen. Het was het etiket dat renners van de Rabobank kregen opgeplakt. Dit voorjaar is de belangrijkste vraag echter vooral hoe onbaatzuchtig ze kunnen zijn...

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Eerzucht lijkt het enige dat een klassiek resultaat in de aprilmaand nog in de weg kan staan. Het zou het zorgeloze bestaan van het ploegleiderstrio Breukink, Maassen en Van Houwelingen zomaar kunnen verstieren.

Want in het openingsweekeinde van de Vlaamse wielerweek toonden Erik Dekker en Oscar Freire aan volgende week met hetzelfde doel te zullen vertrekken in de Ronde. Dekker speelde met de concurrentie en had vooral plezier tijdens de E3-Prijs in Harelbeke, die al even indrukwekkend werd gewonnen door Tom Boonen.

Freire, zaterdag nog afwezig wegens een probleem aan het zitvlak, duldde zondag nauwelijks iemand in zijn buurt in de Brabantse Pijl. De Spanjaard toonde zich na afloop zelfs gepikeerd nadat iemand het had gedurfd hem als sprinter te kwalificeren. Kon hij niet veel meer dan dat?

Met Freire heeft de Raboploeg al een tijdje een winnaar in de gelederen waar iedereen zich moeiteloos voor wegcijfert. Maar nooit manifesteerde die zich zo als dit seizoen. De Spanjaard won drie ritten in de Tirreno-Adriatico en het eindklassement. Dat hij Milaan-San Remo, ondanks het werk van zijn ploegmaats, 'slechts' vijfde werd, nam niemand hem kwalijk.

Want aan de Italiaanse kust had Dekker zich nog kansloos geacht en was Michael Boogerd zelfs helemaal afwezig. De komende weken zullen de drie kopmannen van de Raboploeg elkaar met een zekere regelmaat ontmoeten en zal de hiërarchie zich vanzelf uitkristalliseren.

Vorig jaar liep dat nog mis in Luik-Bastenaken-Luik, waar een teleurgestelde Dekker Boogerd verweet alleen aan zijn eigen kansen te hebben gedacht. Er moest in december een verzoeningsgesprek aan te pas komen om het vertrouwen te herstellen.

Dit keer zal iemand zal zich zeer waarschijnlijk moeten schikken in een bijrol. Maar alledrie hebben ze hun eigen ambities. Freire die na drie wereldtitels en Milaan-San Remo ook wel eens een aprilklassieker wil winnen. Dekker die mogelijk bezig is aan zijn laatste seizoen en dus in alle klassiekers haast heeft. En Boogerd die na zijn drie tweede plaatsen van vorig seizoen (Amstel Gold, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije) snakt naar een zege.

Breukink zei zich niet al te veel kopzorgen te maken. Freire kan de Ronde van Vlaanderen winnen, maar in zijn ogen alleen met veel geluk. Dekker heeft het voordeel over veel meer parcourskennis te beschikken. Breukink: 'Als we het over de Muur van Geraardsbergen hebben, vraagt Freire nog steeds waar dat ook alweer is.'

De opmerking dat het nog een geluk was dat hij in de klassiekers niet ook nog eens de eerzucht van de jongste Dekker hoefde in te tomen, deed Breukink op de Alsemberg glimlachen. En over Kai Reus, het volgende uitzonderlijke talent van de Rabobank en dit weekeinde winnaar van de Ronde van Normandië, werd nog niet eens gesproken.

In Frankrijk greep Thomas Dekker net naast de eindzege in het Critérium International. In de afsluitende tijdrit moest hij elf seconden toegeven op eindwinnaar Bobby Julich. In de ochtendetappe had hij de Amerikaan, de Italiaan Ivan Basso en de Duitser Jens Voigt nog verrast in een sprint bergop.

Dekker kreeg daarmee waar hij al weken op vlaste: zijn eerste overwinning bij de beroepsrenners. De Noord-Hollander won weliswaar al eerder bij de profs, maar toen mocht hij zichzelf nog niet zo noemen.

'Een prachtkerel', zei Breukink vol bewondering. 'Die jongen heeft zoveel ambities. Daar hoeven wij geen doelen voor te stellen, dat doet hij zelf wel.'

Dekker is bovendien niet bang ze uit te spreken. Hij liet zich bijvoorbeeld al kritisch uit over het programma dat de leiding van de Rabobank hem toebedeelde en waarin met uitzondering van de Waalse Pijl geen klassiekers zijn opgenomen. De jongste Dekker had graag aan Milaan-San Remo meegedaan. 'Dat iemand anders kan beslissen wat ik moet rijden, vind ik niet makkelijk te aanvaarden', stelde Dekker onlangs onomwonden in Sportweek.

Breukink vond het wel vermakelijk. 'Ik denk dat Dekker na Parijs-Nice wel een beetje genezen is. Daar heeft hij gemerkt dat het niet allemaal vanzelf gaat en dat hij zal moeten leren gooien en smijten. Maar dat is niet erg. Het is veel makkelijker iemand af te remmen dan iemand aan te sporen.'

Meer over