WielrennenRonde van Italië

Voor oud-winnaar Tom Dumoulin is de Giro van 2022 ‘een sprong in het diepe’

Vrijdag begint de Ronde van Italië in Boedapest. Tom Dumoulin staat aan de start. Hij voelt zich goed. Maar of-ie ook goed is, weet niemand. Daarvoor heeft de Giro-winnaar van 2017 de laatste jaren te weinig gekoerst.

Rob Gollin
Tom Dumoulin van Jumbo-Visma na afloop van de ploegenpresentatie in Boedapest. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Tom Dumoulin van Jumbo-Visma na afloop van de ploegenpresentatie in Boedapest.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Wat kan Tom Dumoulin (31) nog, vijf jaar na zijn winst in de Giro d’Italia? Kan hij potten breken in de 105de editie van het gevecht om de roze trui?

De renner van Jumbo-Visma is zelf misschien nog het nieuwsgierigst naar het antwoord, na een voorjaar dat zich kenmerkte door weinig koersen en wat bleke uitslagen, mede als gevolg van corona en rugklachten. Vast staat dat vanaf de eerste meters in startplaats Boedapest een wolk van vraagtekens boven de renner zal hangen, de bochten door, de heuvels in, de bergen op.

Op het Heldenplein, met een zuilengalerij vol standbeelden van groten uit de Hongaarse geschiedenis, juichen enkele honderden wielerliefhebbers de Limburger toe als hij te midden van zijn ploegmaten op het podium verschijnt. Hier staat niemand minder dan een oud-winnaar. ‘Dat zal altijd heel speciaal blijven’, had hij vooraf al gezegd.

Ja, hij voelt zich goed, ‘beter en beter’. Na de Volta Limburg Classic (6de) en de Amstel Gold Race (30ste) vertrok hij naar Tenerife om op hoogte zijn vorm te polijsten. Hij kijkt uit naar de twee tijdritten. Een zege op de Burchtheuvel aan de Donau kan de winnaar van olympisch zilver in Tokio zaterdag zomaar de roze trui opleveren. ‘Dat zou heel mooi zijn.’

Voorwaarde is wel dat hij in de openingsetappe, vrijdag naar Visegrad, bij de besten eindigt. ‘Dat moet mogelijk zijn.’ Over het algemeen klassement is hij gereserveerder. ‘Het is een sprong in het diepe. Hoe zit met mijn koersritme? Hoe verhoudt zich dat tot de concurrentie? Het is een tijdje geleden dat ik voor het klassement in een grote ronde heb gestreden.’

Hij put moed uit de ervaring dat bij hem een beperkte voorbereiding prima prestaties niet in de weg hoeft te staan. Hij heeft er twaalf wedstrijddagen opzitten. In 2018 waren het er elf en eindigde hij zowel in de Giro als de Tour de France als tweede.

Vorm kan alleen maar stijgen

Zijn ploeg weet evenmin precies waar hij staat. In de selectie kan de jonge Noor Tobias Foss op een mede-kopmanschap rekenen. Daar is Sam Oomen, in 2018 als helper van Dumoulin nog negende in de Giro, na een goed optreden in Luik-Bastenaken-Luik aan toegevoegd. Sportief directeur Merijn Zeeman meent dat Dumoulin de stijgende lijn te pakken heeft, maar hij rekent nog op een groeiend vormpeil in de Giro. Volgens de renner is de afspraak dat ze in het begin alle drie voluit mogen koersen. ‘Daarna maken we de balans op.’

Hij is terug in het decor waarin hij in 2017 het grootste succes in zijn loopbaan beleefde. Op het Heldenplein is de roze loper uitgerold, zijn de puntdaken van de vip-tentjes roze gekleurd en staat in roze letters op het podium dat de liefde voor de Giro oneindig is, amore infinito.

Zo vanzelfsprekend was dat niet. Dumoulin maakte na zijn eindzege al snel kennis met schaduwzijden: beroemdheid, druk, verwachtingen. Het duurde lang voordat hij onbevangen kon terugkijken op die rollercoaster van drie weken. In het recentste nummer van wielertijdschrift De Muur zei hij: ‘Ik heb al die beelden bewust weer eens bekeken, gewoon om nog eens te zien hoe gaaf dat allemaal was.’

Leuk was het niet altijd. Zeker, hij is trots op die magistrale tijdrit van 39,5 kilometer in Umbrië, waarin hij voor het eerst de roze trui greep. Euforisch was hij bovenop de Santuario di Oropa, waar hij klimmers van naam en faam de maat had genomen, onder wie Nairo Quintana en Vincenzo Nibali.

Maar hij was ook boos geweest, toen die twee hem in de Dolomieten het zware werk opdrongen, en verongelijkt over het gebrek aan steun van andere Nederlanders, Bauke Mollema en Steven Kruijswijk. Hij was boos op zichzelf geweest, toen hij zat te keuvelen achterin het peloton, de concurrentie voorin het tempo opjoeg, en hij op weg naar Piancavallo minuten moest inleveren.

Weinig tijdritkilometers

De wanhoop stak even de kop op, toen hij voor een sanitaire noodstop de berm in verdween, en vreesde de boeken in te gaan als de renner die het roze verspeelde door ‘in de bosjes te moeten schijten’ – cacare nel bosco luidde de welluidende vertaling destijds in de perszaal. Alles kwam dan toch goed, in die afsluitende tijdrit van 29,3 kilometer van Monza naar Milaan, waarin hij met 58 tanden op het voorblad de tegenstand op achterstand zette en van de vierde naar de eerste plaats in de eindrangschikking sprong.

Dat wapen is voor het Giro-klassement beperkt inzetbaar. De tijdrit zaterdag in Boedapest is 9,2 kilometer lang. Op de laatste dag, zondag 29 mei, zijn er 17,4 kilometer af te leggen naar het amfitheater van Verona. Zo’n gelimiteerd aantal is sinds 1962 niet meer vertoond.

De bijna 51 duizend hoogtemeters zijn dan weer aan de hoge kant in de recente geschiedenis. Het boezemt Dumoulin geen ontzag in. ‘Het is de eerste keer dat ik dat cijfer hoor. Is dat veel? Ja? Nou, dat kan ik ook.’

Hij houdt van koersen in Italië, van ‘de mix van chaos en passie’, zegt hij in Hongarije, ‘dat past bij mij’. Waar er na zijn zege in 2017 telkens op werd gerekend dat hij zich vanaf dan volledig op de Tour zou richten, keerde hij zowel in 2018 als 2019 terug naar de Giro, met als aantekening dat Frankrijk wel zou volgen als hij nog puf had. Dat pakte in 2018 goed uit, maar in 2019 kwam hij in de eerste week in Frascati ten val en moest opgeven.

Het leidde uiteindelijk tot de transfer naar Jumbo-Visma. Het is tot dusver een weinig vruchtbare liaison gebleken. Dumoulin knokte zich in 2020 nog naar een zevende plek in de Tour, gaf op in de Vuelta en besloot begin 2021 een pauze in te lassen. Na deze Giro gaat hij met de ploeg om de tafel zitten voor besprekingen over contractverlenging.

Nederlanders in de Giro

Naast Tom Dumoulin trekt van de Nederlanders de debuterende Mathieu van der Poel de meeste aandacht in de Giro. Niet dat de 27-jarige kopman van Alpecin-Fenix ambities heeft voor het klassement. Hij is erop uit een roze trui toe te voegen aan de al indrukwekkend gekleurde rij hangertjes thuis, waarin het geel uit de Tour de France van vorig jaar het pièce de résistance is. Kansen zijn er al deze vrijdag, als de openingsetappe naar Visegrad eindigt met een niet al te zware klim van 5 kilometer. Voer voor punchers, heet het. Van der Poel zei in Boedapest na een verkenning dat het waarschijnlijk niet lastig genoeg is om pure sprinters eraf te rijden.

Het contingent Nederlanders in de Giro telt ervaren namen. Wilco Kelderman (31), in 2020 voor Sunweb al derde in Italië, is de troef van Bora-Hansgrohe voor de eindrangschikking. De iets oudere rotten in het vak Bauke Mollema (35, Trek-Segafredo) en Wout Poels (34, Bahrein-Victorious) mikken op ritwinst. De Groninger hoopt zich te scharen bij de renners die in alle drie de grote ronden etappes wonnen. Van de Limburger wordt verwacht dat hij zijn kopman Mikel Landa bijstaat, maar hij zal mogelijk ook lonken naar het bergklassement. Nieuw in de Giro is de 22-jarige Thymen Arensman van DSM, die na twee keer de Vuelta aan zijn derde grote ronde begint. Hij maakte dit seizoen al indruk in de Tirreno Adriatico (6de) en de Tour of the Alps (3de). Naast het bijstaan van kopman Romain Bardet zal hij zelf ook azen op een goede eindklassering.

Buitenlandse favorieten

Als de Slovenen Tadej Pogacar en Primoz Roglic ontbreken, dringt zich al gauw de kwalificatie op van een open wedstrijd. Onder de deelnemers zijn nogal wat renners die het roze al eens om de schouders hebben gehad. Vincenzo Nibali won in 2013 en 2016, Tom Dumoulin in 2017. Er zal vooral worden gekeken naar de winnaar van 2019, Richard Carapaz. De Ecuadoriaan in dienst van Ineos Grenadiers moet ploeggenoot Egan Bernal opvolgen. De olympisch kampioen weet zich gesteund door ervaren krachten als Richie Porte en Jonathan Castroviejo en een jong talent als Pavel Sivakov, een 24-jarige Rus, maar na het begin van de oorlog in Oekraïne uitkomend voor Frankrijk.

Ook renners die in het roze reden maar nog nooit met de Trofeo Senza Fine in hun handen stonden, worden gerekend tot de kanshebbers. De Brit Simon Yates domineerde in 2018, totdat hij in de slotfase dramatisch door het ijs zakte. Vorig jaar werd hij derde. De jonge Portugees Jaõa Almeida reed in 2020 15 dagen voor Deceuninck-Quick-Step in de leiderstrui en kende in 2021 een ijzersterke slotweek, nadat hij eerder in dienst van Remco Evenepoel had moeten rijden. Nu krijgt hij van UAE Emirates vrij baan. Van een mini-armada uit Spanje in Bahrein-Victorious, gevormd door Mikel Landa en Pelle Bilbao, wordt ook vuurwerk verwacht.

Meer over