nieuws

Voor het eerst in 25 jaar enkelt een Nederlandse badmintonner op de Olympische Spelen: Mark Caljouw

Mark Caljouw speelt en traint in Denemarken, waar badminton een populaire sport is. Hij kan er leven van zijn sport.

Mark Caljouw in actie op de EK in Kiev,  29 April 2021. Beeld EPA
Mark Caljouw in actie op de EK in Kiev, 29 April 2021.Beeld EPA

Als tiener zat het Mark Caljouw dwars dat badminton in Nederland zo weinig tot de verbeelding spreekt. De Rijswijker, die bij de jeugd al internationale successen boekte, keek jaloers naar zijn leeftijdsgenoten die uitblonken in voetbal. ‘Jongens bij ADO kregen volle aandacht en ik was, plat gezegd, de jongen die een campingsport deed.’

Hij deed er alles aan om te bewijzen hoe onterecht die kwalificatie is. Legde uit hoe uitdagend badminton is, coördinatief, fysiek en mentaal. En snel. ‘De hardste smash is op meer dan 426 kilometer per uur gemeten.’ Ter vergelijking: in het tennis is dat 263 kilometer per uur.

Nu probeert hij niet langer meer met smeuïge feitjes mensen voor zijn sport te winnen. De 26-jarige Caljouw heeft het losgelaten. In Nederland is badminton geen grote sport. Het zij zo. Hij is bezig met zijn eigen carrière en prestaties, die tot een voorlopig hoogtepunt moeten komen op de uitgestelde Spelen van Tokio.

Afgelopen weekend maakte de viervoudig nationaal kampioen zelf bekend dat het olympisch ticket hem niet meer kan ontgaan. Nadat een toernooi in Maleisië was verplaatst en niet meer meetelt voor olympische kwalificatie wist hij het zeker. ‘Er is nog een wedstrijd in Singapore, maar zelfs als mijn concurrenten daar zouden winnen kunnen ze me niet meer inhalen.’ Officieel wordt het pas begin juni als dat toernooi gespeeld is.

Strengere eisen

Dan staat het zwart op wit dat voor het eerst sinds 1996 weer een Nederlander aan het olympisch enkelspel bij de mannen deelneemt. 25 jaar geleden waren Ron Michels, Joris van Soerland en Jeroen van Dijk de laatsten. Niet dat er in de tussenliggende jaren geen mannen waren die een hoog niveau haalden, haast Caljouw zich te zeggen. ‘Mijn voorgangers Eric Pang en Dicky Palyama hebben soms nog wel beter gespeeld dan ik, maar de eisen waren strenger.’

De afgelopen olympiades moesten Nederlandse badmintonners een plekje in de top-16 van de internationale kwalificatieranglijst halen. Voor Tokio werd dat ietwat versoepeld, tot top-20. En dat is net gunstig voor Caljouw, die op dit moment de 17de plek bezet.

Badminton is in Azië heel groot. De sport trekt er veel belangstelling en de spelers zijn van hoog niveau. Caljouw: ‘Ze zien daar badminton als een beroep.’ En dat begint al vroeg. Tijdens een trainingskamp een aantal jaar geleden zag hij tieners in Indonesië die zich fulltime en door de overheid betaald aan hun sport wijdden. ‘En in India zijn er spelers die niet over straat kunnen, terwijl je hier onbekend bent voor de meesten.’

De dominantie van de Aziatische spelers heeft niets met een natuurlijke aanleg te maken. Het is kwestie van aantallen. ‘Als wij jong zijn gaan we voetballen, daar spelen ze badminton.’ En dat de sport geen exclusief Aziatisch onderonsje is, wordt door Denemarken bewezen. Bij de mannen staan met Anders Antonsen en Viktor Axelsen twee Denen in de top-4 van de wereld.

Deense vriendin

Het is het land waar Caljouw de afgelopen anderhalf jaar de meeste tijd doorbracht. Hij woont er samen met zijn Deense vriendin, Line Kjaersfeldt, eveneens topbadmintonner. Zij nam in 2016 deel aan de Spelen in Rio en werd in 2015 kampioen op de Europese Spelen. Naar Tokio gaat ze niet. Ze werd afgetroefd door een landgenote. ‘Hopelijk gaan we over drie jaar samen naar Parijs.’

Caljouw speelt in de Deense competitie en traint bij Jonas Lyduch, voormalig assistent-bondscoach in Nederland. De Deen is ‘projectcoach’ voor Caljouw. ‘Ik maak nog steeds deel uit van de nationale selectie en ga zo nu en dan een weekje terug naar Nederland.’

In Denemarken is badminton een stuk populairder dan hier. ‘Natuurlijk is daar ook voetbal het populairst, maar het is sport nummer drie, na handbal. Het is bijna dagelijks op televisie.’ Hij kan er leven van zijn sport. ‘Het zijn geen voetbalsalarissen, maar ik hoef niet op een houtje te bijten.’

Sneller en effectiever

In de 25 jaar na de Spelen van Atlanta is er veel veranderd in het badminton. Regels zijn aangepast, de puntentelling is veranderd, maar het belangrijkste is de snelheid. ‘Ik denk dat je het bijna niet meer kunt vergelijken. Alles is beter, sneller en effectiever. Dat maakt het ook steeds moeilijker.’

Gaat de Nederlandse televisiekijker dat zien bij de hernieuwde kennismaking, straks in Tokio? Dat zal moeilijk zijn, denkt Caljouw. Voor de leek blijft het lastig om de details van het razendsnelle spel op een tv-scherm goed op waarde te kunnen schatten.

Hij zal de feiten niet meer allemaal opdissen zoals vroeger. ‘Maar ik denk dat als mensen zich een beetje inlezen en de fysieke aspecten beter leren kennen, het heel interessant is om te kijken.’

Meer over