SchaatsenEK afstanden

Voor een prijs doet Patrick Roest echt wel zijn best

Sven Kramer, Patrick Roest en Marcel Bosker hebben op de eerste dag van de Europese afstandskampioenschappen de ploegenachtervolging gewonnen. De drie schaatsten reden een baanrecord van 3.37,97 minuten en bleven daarmee Noorwegen en Italië voor.

Erik van Lakerveld
Sven Kramer, Patrick Roest en Marcel Bosker (op kop) op weg naar de Europese titel.  Beeld Vincent Jannink / ANP
Sven Kramer, Patrick Roest en Marcel Bosker (op kop) op weg naar de Europese titel.Beeld Vincent Jannink / ANP

Er stond meer op het spel bij de EK afstanden dan de titel op de ploegenachtervolging alleen. Sven Kramer, Marcel Bosker wilden onderstrepen dat zij de terechte olympische equipe zijn, Patrick Roest wilde de discussie die hij afgelopen week met de KNSB voerde van zich af schaatsen. En gedrieën wilden ze hun baanrecord heroveren en hun Europese titel prolongeren.

Het deelnemersveld op de EK afstanden was klein. Maar vijf landen verschenen aan de start, maar in de tweede rit legden de Noren met Allan Dahl Johansson, Hallgeir Engebraten en Sverre Lunde Pedersen de lat onmiddellijk hoog. Ze verbraken met 3.38,92 het baanrecord dat hetzelfde team vorig jaar zelf op 3.39,08 hadden gezet.

Net als toen, bij de WK afstanden, gebruikten duwden de drie Noorse mannen elkaar, zonder de koppositie af te wisselen. Pedersen duwde Engebraten, die op zijn beurt Johansson voortstuwde. Het zag er strak en solide uit en dat gold ook voor de rondetijden.

Even iets rechtzetten

Nederland pakte het traditioneler aan en wisselde wel door. Dat zorgde voor een onrustiger beeld, maar snel ging het wel. Roest, die het leeuwendeel van het werk voor zijn rekening nam, maakte in de laatste ronden het verschil met de Noren, dat uiteindelijk op 0,95 seconden uit zou komen. Het brons was voor de Italianen, die op ruime afstand 3.43,41 klokten.

De Nederlanders hadden het gevoel wat recht te moeten zetten. Niet alleen omdat de Noren vorig jaar het baanrecord hadden afgepakt, maar ook om de gemoederen tot bedaren te brengen.

In de aanloop naar de EK was belangrijkste onderwerp van gesprek langs de ijsbaan de woede van Roest. Met het oog op de ploegenachtervolging in Beijing was niet hij maar Marcel Bosker aangewezen op de 1.500 meter, terwijl die laatste één plek achter hem geëindigd was op het OKT. Hij had via een persbericht felle kritiek geuit op de KNSB.

Roest had er veel stress van gehad. Zeker de eerste twee dagen nadat de ploeg openbaar was gemaakt. Dat gevoel kon hij afschudden op het ijs van Thialf. ‘Het is lekker om na die discussie en stress even hard te rijden.’

Er was zoveel onrust ontstaan, ook in de media, door de kritiek van de 26-jarige Roest dat technisch directeur Remy de Wit zich vlak voor de wedstrijden in Thialf genoodzaakt zag om de pers nog eens extra bij te praten ‘Ik zit hier om de ruis eruit te halen.’

Geen gemarchandeer

Hij probeerde nogmaals uit te leggen dat de beslissing om Sven Kramer voor de massastart en Bosker voor de 1.500 meter precies volgens de regels was verlopen. Dat Roest alleen met ‘een trucje’ een plekje op de 1.500 meter had kunnen krijgen. En marchanderen met de van tevoren opgestelde regels wilde De Wit en zijn selectiecommissie pertinent niet. ‘We wilden juridisch zuiver blijven.’

Dat het aan goede communicatie had ontbroken, ontkende De Wit. Van tevoren had de selectiecommissie al afgesproken dat alleen de schaatsers gebeld zouden worden voor wie er iets zou veranderen. Voor Roest, die zich niet direct voor de 1.500 meter had gekwalificeerd, veranderde in feite niets. Dus had hij geen belletje gekregen.

Formeel klopte dat dus als een bus, maar De Wit kon de teleurstelling van de schaatser best begrijpen. ‘Met terugwerkende kracht kan ik daar niets aan doen’, zei hij. ‘Maar we nemen het wel mee in de evaluatie.’

Een gesprek tussen beide, op woensdag, was ‘stevig maar goed’, vertelde De Wit. En ze hadden geconstateerd dat ze het niet eens zouden worden. Maar ook dat ze met het oog op Beijing de verschillen van inzicht achter zich zouden laten. ‘De pijlen zijn nu op de Spelen gericht.’

Zwaardere tegenstanders

Bondscoach Jan Coopmans had de afgelopen dagen ook niet veel met Roest gesproken. ‘Er moest eerst gereden worden’, zei de bondscoach. Het contact dat er wel was, ging puur over de aanpak voor de generale repetitie voor de Spelen. En de bondscoach was, ondanks een paar kleine schoonheidsfoutjes, tevreden met de uitvoering. ‘Ze hebben zich geweldig aan de opdracht gehouden.’

In de weken tussen EK en Spelen zal Coopmans wel met zijn rijders spreken over de onvrede van de afgelopen dagen. ‘Er is zeker nog wat op te lossen.’ Daar sloot Roest zich bij aan. ‘Het zou niet slecht zijn om nog een keer samen te gaan zitten.’

De echte lakmoesproef voor de achtervolgingsploeg zijn de Spelen, waar Nederland niet alleen met Noorwegen, maar ook met de Verenigde Staten zal moeten afrekenen. De Amerikanen wonnen deze winter twee wereldbekerwedstrijden en scherpten het wereldrecord aan tot 3.34,47. Het gelijk van de KNSB over het aanwijzen van Kramer en Bosker voor de ploegenachtervolging is in Thialf nog niet bewezen.

Irene Schouten sterkste op 3.000 meter

Als eerste van de kanshebsters op de 3.000 meter kwam Irene Schouten in actie. Ze liet met 3.56,62 weinig ruimte voor haar concurrentes om nog op de Europese titel te hopen. Het was de derde tijd ooit in Thialf gereden, alleen zijzelf was eerder sneller.

Direct na haar deed Antoinette de Jong nog een moedige poging om in de buurt te komen. Maar tegen het vlakke schema van Schouten kon ze niets beginnen. De Jong bleef steken op de tweede tijd: 3.59,79.

De Italiaanse Francesca Lollobrigida, die het directe duel Schouten bijna 4 seconden moest toegeven kwam uit op 4.00,69. Dat leverde haar net als twee jaar geleden de bronzen medaille op.

Regerend olympisch kampioen Carlijn Achtereekte heeft op weg naar Beijing nog wat werk te verzetten. Zij eindigde op de vijfde plaats in 4.04,79.

Meer over