Voor de zekerheid loopt de videorecorder mee

In 24 dagen vloog Piet de Visser (69) kriskras door Zuid-Amerika en zag hij 31 wedstrijden. Gezeten voor de tv belijdt de scout van PSV zijn tweede voetballiefde: Afrika....

Van onze verslaggever Willem Vissers

Zijn ogen dansen in het door de Braziliaanse zon gebruinde gelaat. Piet de Visser zit graag op zijn praatstoel. 'Arjen Robben moet nog veel leren, hij is misschien nog niet klaar voor Manchester United. Hoewel: hij kan daar veel opsteken van mannen als Keane en Van Nistelrooij. En Van Persie, ook zo'n supertalent, is nog niet volwassen. Ga eerst eens lekker voetballen bij Feyenoord.'

Mede dankzij de liefde voor de bal en de ijzeren wil om die ene parel te vinden, heeft De Visser tal van fysieke tegenslagen overwonnen. 'Afrika en Brazilië zijn mijn tweede vaderlanden. Daar heb ik mijn netwerk van tipgevers, vooral bij kleine clubs. Mensen op straat, voorzittertjes. De big shots denken alleen maar aan geld.'

Met enig dédain: 'Ik zie tegenwoordig allemaal scouts die zitten te sms-en, die hele verhalen lezen op hun mobieltje. Laat ze een toontje lager zingen. Of ze zitten achter hun computer en zeggen: hee Piet, hou je mond eens, we zijn bezig. Maar ík wil over voetbal práten.'

Terwijl Tunesië, Nigeria, Mali en Marokko op televisie de halve finales van de Afrika Cup uitvechten, grijpt De Visser naar mapjes onder tafel, met selecties van vroegere toernooien. Videobanden liggen hoog opgetast.

Wat hij jammer vond van deze Afrika Cup: het waren vooral de oudere spelers die uitblonken. Toch kijkt hij naar alle wedstrijden en loopt voor de zekerheid de videorecorder mee, want stel dat er een onbekend talent invalt dat hij nog niet kent.

De Visser heeft eens bijna zeventig spelers met Afrikaanse wortels in de Champions League geteld, variërend van Makalele tot Desailly, Zidane, Thuram, Vieira en Kuffour. In een van zijn mapjes zit een blaadje met een jeugdelftal uit 1999. Aruna Dindane uit Ivoorkust kreeg twee sterren van De Visser. Hij blinkt nu uit bij Anderlecht.

Aruna had hij zo bij PSV kunnen brengen, maar nu is hij niet meer te betalen. Dat PSV is uitgekeken op Afrikanen, komt mede door de Ghanees Godwin Attram, over wiens leeftijd een paar jaar geleden problemen ontstonden.

Attram heeft tegenwoordig een zoon. Diens naam? De Visser grinnikt: Godson Attram de Visser. 'Godwin wilde hem eigenlijk Piet noemen. Als dat ventje op straat loopt te dribbelen, wordt hij nageroepen: hé, De Visser.'

De fijnste Afrikanen deden trouwens niet mee in Tunesië. Ivoorkust wist zich niet te plaatsen, mede door de naweeën van een burgeroorlog en slecht beleid. De Visser zoekt een foto: hij tussen allemaal donkere jongens met een PSV-shirt. Kijk, Aruna staat er ook op.

De opleiding van ASEC in Abidjan, waar de foto is genomen, is een genot voor elke scout. Drie keer per dag trainen de jongens, 's middags gaan ze naar school. 'Als ze vakantie hebben, keren ze na twee dagen terug. Want op de academie hebben ze wel een bal, een bed en eten.'

Het brengt hem op het onderdeel techniek: 'Waarom holt het voetbal in technisch opzicht achteruit?' Hij antwoordt zelf: 'Omdat er geen straatvoetbal meer is. Maar dát weten we nu wel. Creëer dan iets anders. Turnsters hebben zich onder de besten geschaard door dertig uur training.

'Tennissers, turners, zij zijn trendsetters. Laat een geblesseerde speler duizend kopoefeningen doen, terwijl hij op de grond zit. We moeten met zijn allen veel meer op techniek trainen. Urenlang, elke dag. Nu krijgt een elftal vier of vijf trainingen per week.

'Veel profs zijn tegenwoordig overbelast. Ze trainen scherp. Wie dat heeft uitgevonden? Absurd. Trainers lopen elkaar achtena. Ga toch op techniek trainen. We moeten terug naar de basis, naar de liefde voor de bal.'

Geef hem Aruna. 'Zóóó mooi, die aanname, die versnelling. Maar daar heeft hij dag en nacht op geoefend.' Soms gaat De Visser gewoon naar Anderlecht om Dindane te zien. 'Heerlijk.'

Zijn vrouw heeft spaghetti bereid en zowaar, De Visser schept een bord op. Dat is bijzonder. In 1997 overleefde hij slokdarmkanker. Van zijn maag is destijds een slokdarm gemaakt en sindsdien nam hij noodgedwongen astronautenvoedsel tot zich. Poeders. Vorig jaar is zijn keel een beetje open gelaserd. Sindsdien kan hij weer hapjes normaal voedsel tot zich nemen.

Maar toen kreeg hij weer iets aan zijn hart. 'Ik had mijn hartproblemen uit het hoofd gebannen en liet de medicijnen staan.' Toen hij zijn vrouw in het ziekenhuis bezocht, ging hij van zijn stokje. Het was even zoeken naar de polsslag. 'Ik kon meteen worden opgenomen.'

Telkens gaat hij weer op reis. Hij gooit ballen op straat en deelt shirts uit. 'Iedereen in Afrika weet dat Piet de Visser het goed bedoelt.'

Als Trabelsi invalt bij Tunesië, vertelt hij over makelaars die slechts oog hebben voor geld, die het hoofd van spelers op hol brengen in plaats van aan fatsoenlijke loopbaanbegeleiding te doen. En hij hekelt het beleid van clubs om meteen alles te verwachten van jonge spelers.

'Omdat ze anders te duur zijn, halen clubs hele jonge Afrikanen. Maar zij moeten wel meteen presteren. Dat kan niet. Van een warm bad gaan ze in een ijskoud bad. Eerst moet je ze een warm gevoel geven en aan de sterke punten werken, dan pas aan de minpuntjes. En vergeet niet dat een Afrikaan nooit een Hollander wordt.'

Nog een jaar wil hij scouten, of langer als zijn lichaam het toelaat. Daarna zou hij een tv-programma willen beginnen waar het niet draait om het ego van de presentator, maar om het voetbal zelf. Geen theater, geen commercie, geen popie-jopie-praatjes.

'Kraay wil over voetbal zonder intriges praten en krijgt geen spreektijd. Zo'n Hugo Camps, met alle respect, laat hem toch poëzie maken. Die weet helemaal niets van voetbal. Dat programma heet toch Voetbal Insite?'

Meer over