EssayVreemd sportjaar

Voor de handel in sportillusies was het een topjaar

Athletic Club speelt in juli in een vrijwel leeg stadion in Bilbao tegen Real Madrid. Beeld AP
Athletic Club speelt in juli in een vrijwel leeg stadion in Bilbao tegen Real Madrid.Beeld AP

Waar zijn we als supporters getuigen van geweest in 2020? Er is gesport, vooral in bubbels, maar publiek was er vrijwel nooit. En het EK voetbal en de Spelen van Tokio gingen niet door. Al met al een vreemd sportjaar.

Eén ding, zo bleek het afgelopen sportjaar, staat vast: als er geen sport is, valt er ook niks te winnen. Ook niets te verliezen trouwens, dat was dan weer een troost.

Het was een interessant experiment, het topsportarme jaar 2020. Het dwong tot reflectie op de rol van de sport in de samenleving. Hoe belangrijk is die rol écht? We kunnen er goed zonder, zo bleek. De boel donderde niet in elkaar. Maar het nam wel een aangename vorm van afleiding weg.

Het amusement dat topsport heet, is geen voorwaarde voor geluk, maar wel een vorm van amusement die een bijdrage levert aan een plezierig leven. Vooral de voorpret is belangrijk, net als met vakanties. Ik verheugde me op het EK voetbal, op de Spelen en op de grote wielerrondes. Alleen die laatste gingen door – zelfs de meeste eendaagse lente-klassiekers werden alsnog verreden, zij het in de herfst. In het wielrennen kijken ze nu eenmaal anders tegen de werkelijkheid aan.

Net als in het voetbal overigens. De eredivisie werd hardhandig met de gewijzigde omstandigheden geconfronteerd – het seizoen 2019-2020 smoorde in gekakel over wie zich kampioen mocht noemen van een onvoltooide competitie. Er is geen kampioen in een gevecht dat voortijdig is afgeblazen, het besluit Ajax uit te roepen tot winnaar tastte het wezen van wat sport is aan.

Zinloos

Daarna kwamen in het nieuwe seizoen de wedstrijden zonder publiek. Die maakten iets duidelijk wat we nog niet wisten: dat een vol stadion een onmisbaar element vormt voor spanning en vermaak, ook als je zelf thuis zit. Opeens bleek het decor er veel meer toe te doen dan we dachten.

Lege tribunes benadrukken de inherente zinloosheid van topsport. Ze geven wedstrijden iets krampachtigs, iets van een hopeloze poging te bewaren wat weg is: betrokkenheid, spontaniteit, spanning en gezamenlijkheid, sfeer. Opeens zat je te kijken naar Sneek 2 - Harkema Opeinde 3, al was het in werkelijkheid Ajax - Liverpool. Die wedstrijd kan, wisten we uit de lange historie van het voetbal, overleven in de mist, maar niet in een hol stadion. Het was een deprimerende oefening in kijken naar leegte.

De enige reden dat het topvoetbal een uitzonderingspositie kreeg toebedeeld, was niet het belang van de fans, maar het commerciële belang van de clubs en de andere financiële stakeholders.

Zo was het ook in de Tour de France, die wél doorging – en nog wel mét publiek. Directeur Prudhomme kwam met allerhande sociologische en psychologische argumenten, maar de realiteit was dat de koers alleen maar doorgang vond omdat organisator ASO anders in financiële problemen was gekomen en de toekomst van het hele wielrennen op het spel was komen te staan.

Op zich een valide argument, maar wel een die de ware aard van topsport haarscherp liet zien: een geldmachine.

De hoogmis van de internationale sport, de Olympische Zomerspelen, ging niet door. Daarmee was de sport van 2020 in feite al onthoofd.

De Spelen zijn een vorm van megalomane krankzinnigheid waarvoor de corrupte en cynische sportmultinational IOC belastingbetalers in het organiserende land fors laat investeren en waarvan ze vervolgens zelf de revenuen opstrijkt uit tv-rechten en sponsordeals. Dat het elke vier jaar weer lukt een land zo gek te krijgen de organisatie op zich te nemen, is een mirakel.

Dat ervoor werd gekozen het hele evenement een jaar op te schuiven, had alles te maken met de financiële structuur erachter: financier (Japan) en organisator (IOC) zijn twee verschillende instanties. Dat maakte het een stuk gemakkelijker moreel hoog te paard te gaan zitten en voor uitstel te kiezen. Al kun je nu al zonder veel risico voorspellen dat het IOC in 2021 net als ASO en voetbalbond Uefa eieren voor zijn geld zal kiezen.

2021 wordt een geweldig sportjaar, mét EK, mét Olympische Spelen en natuurlijk met de Tour de France. En ook met Wimbledon en alle andere grote sportevenementen met hoge winstmarges, desnoods in waterdichte coronabubbels of met vaccinatieplicht.

Naïeve instelling

Voor de handel in illusies was het een topjaar. Illusies behoren tot de fundamenten van de sport. Ik kijk naar wedstrijden in de illusie dat ik weleens iets prachtigs voorgeschoteld kan krijgen – hoop die wordt gevoed door alle voorbeschouwingen. Ik kijk met de illusie dat onze jongens en meisjes hun uiterste best gaan doen voor het vaderland. Dat je juist in de sport sportief gedrag mag verwachten. Een naïeve instelling is een vereiste voor elke sportconsument.

Dus áls het dan eenmaal zover is, zet ik moeiteloos alle morele bezwaren aan de kant en kijk. Ook als straks het WK voetbal wordt gespeeld in Qatar en er een fantastische pr-machine wordt opgetuigd die is gericht op het versterken van de illusie van een sportfeest, en dat we niet zitten te genieten van het meest schrijnende geval van sportief cynisme sinds het WK voetbal in Argentinië in 1978 dat elk fatsoenlijk mens zou moeten mijden als de pest. Na seks is er geen verleidelijker illusie dan sport.

Door de sexappeal van de Spelen kijk ik naar sporten die me gewoonlijk geen bal interesseren: zwemmen, zeilen, roeien. Naar mishandelde kinderen aan de rekstok en op hol geslagen idioten op kinderfietsjes. Want we kunnen een medaille winnen en dat wil ik niet missen. Sport is nu eenmaal het laatste, enigszins acceptabele bastion van nóg zo’n fatale illusie, het nationalisme.

Volgens databureau Gracenote zouden onze jongens en meisjes in Tokio maar liefst 16 gouden medailles winnen en in totaal 41 podiumplekken veroveren. Waarmee 2020 nóg succesvoller zou worden dan het wonderjaar 2000, toen Nederland in Sydney het achtste sportland ter wereld werd en zelfs The New York Times zich afvroeg wat er in godsnaam in het drinkwater zat in dat kabouterlandje waar ze vroeger al blij waren met één finaleplaats (achtste).

Tokio moest de bekroning worden van een beleid waarin sport in dit land van ‘belangrijkste bijzaak in het leven’ werd bevorderd tot een essentieel onderdeel van de Hollandpromotie en het nationale verbindingsstreven. Daarvoor kwam ook veel geld beschikbaar, meer dan ooit voor mogelijk was gehouden in topsport-relativerende tijden.

Hierbij moet wel worden aangetekend dat voor de Spelen van 2016 ook een recordscore werd voorspeld, die uiteindelijk met 19 medailles niet werd gerealiseerd. Zo beschouwd kun je ook zeggen dat ons door corona mogelijk een teleurstelling bespaard is gebleven.

Het gemankeerde sportjaar 2020 liet in elk geval een groot deel van de illusies in leven. Waar niet wordt gesport, worden ook geen sporters op doping betrapt. Zonder Olympische Spelen kon de Hollandse sportdroom nog een jaartje ongestoord doorgaan. De illusies werden niet getoetst aan de werkelijkheid die hen meestal aan diggelen smijt.

Ook niet bij het EK voetbal. Niet dat Nederland tot de grote favorieten behoorde, maar het toeval wil dat het EK vaak genoeg wordt gewonnen door een outsider: Denemarken in 1992, Griekenland in 2004, Portugal in 2016. Het team van Ronald Koeman maakte dus een grote kans op de eindzege. Koeman bleek een betere bondscoach dan clubtrainer. De euforie van de hoge verwachtingen had zich alweer meester gemaakt van de spelers en ook in de media was het optimisme groeiende. 32 Jaar na 1988 zou het er weer eens van komen. De droom werd in elk geval met een jaar verlengd, wat toch zijn mooie kanten heeft.

Had Kiki Bertens Wimbledon kunnen winnen? Waarschijnlijk niet, maar voor illusionisten is niets onmogelijk.

Max Verstappen moest weer eens constateren dat zijn auto niet hard genoeg ging in de Formule I. Was het hele circus maar afgelast, dan hadden we kunnen beweren dat corona in de cilinders hem van een zekere wereldtitel had weerhouden.

Waarom moest het EK handbal voor vrouwen zo nodig wél doorgaan? We waren wereldkampioen, maar nu werd de tijdelijkheid van Nederlandse sportdominantie weer eens bevestigd. Waarom hebben ze ons niet een jaartje langer laten dromen?

Harde realiteit

De Tour de France ging dus uiteindelijk wel door. Het werd een hele toestand met bubbels en mondkapjes, maar wat leverde het ons uiteindelijk op? Vooraf hadden we de grote favoriet Tom Dumoulin, die in de virtuele droomwereld had kunnen winnen – de realiteit degradeerde hem tot een wanhopige meefietser. Steven Kruijswijk ging de Giro winnen, maar hij werd het grootste slachtoffer van de coronapandemie – hij kreeg namelijk corona en moest afstappen. Dat was dubbel pech: de wedstrijd ging ondanks de virusgesel toch door en Kruijswijk moest er dankzij het virus uit. Was de Giro ook maar geschrapt, dan had Kruijswijk zijn tragische verlies uit 2016 eindelijk kunnen doen vergeten met de vaststelling dat hij de zekere winnaar was geworden als corona hem dat maar niet onmogelijk had gemaakt.

Het aanbod in de wereldwijde amusementsindustrie topsport is veel te groot. Het Nederlands elftal speelde interlands waarvan ik geen idee had in welk kader ze werden gespeeld. De overdaad aan inwisselbare wedstrijden in het schaatsen heeft me van die sport verwijderd – ik ben allang gestopt met kijken. Hetzelfde was al eerder gebeurd met tennis en voetbal is ook aardig op weg. De kracht van de Spelen is, dat je elke keer weer vier jaar moet wachten.

Als corona ons heeft geleerd dat schaarste een groot goed is in de topsport en dat het het verlangen voedt, is het allemaal niet voor niets geweest. Maar de sport kennende, zal ook dat vanaf 2021 een illusie blijken te zijn.

Meer over