Volleybalteam blijft in alles onder de maat

Er was een tijd dat de Nederlandse volleybalsters toernooien in Italië als dé showroom voor hun grote kwaliteiten beschouwden. In het Zuid-Europese land, alom beschouwd als het walhalla van het pallavolo, vielen de grote contracten te verdienen....

Volgens die economische opvatting deed de nationale vrouwenploeg in 1991 een grote zaak door in Rome in de halve finale van het Europees kampioenschap met 3-0 van de thuisploeg te winnen. Nederland plaatste zich daardoor rechtstreeks voor het olympische toernooi van Barcelona.

De emotie over dat unieke feit - de nationale vrouwenploeg was nooit eerder op de Olympische Spelen verschenen - overwon toen ander gewin. Van pure vreugde sprong de bondscoach, de plots doldwaas geworden Peter Murphy, in de Trevi-fontein. Hij werd in een politiewagen afgevoerd.

Gisteren keek Murphy, in de rol van technisch adviseur van het NOCNSF, van de tribune van hetzelfde Palaeur toe. Hij zag zijn collega Pierre Mathieu worstelen met de motivering van de nationale vrouwenploeg. Op Chaïne Staelens na, de door elke Italiaanse scout genoteerde uitblinkster, leek geen international erg geïnspireerd door de omgeving, het Romeinse domein van de Spelen van 1960, of door de tegenstander, het Italiaanse vrouwenteam.

Vorig jaar was Nederland in het onderlinge treffen op het WK ook al de onderliggende partij. Er was gisteren niets van revanchegevoelens te bespeuren. De nummer zes van de wereld acteerde in de alles-of-niets wedstrijd, om een plaats bij de laatste vier, uitermate flets.

'Als je team onder de maat blijft, dan kun je niet winnen', concludeerde coach Mathieu na de volledig onnodige nederlaag in vier sets (17-25, 25-22, 19-25, 17-25).

De bondscoach, opmerkelijk aangeslagen voor zijn doen, wilde geen namen noemen bij zijn beoordeling. 'U heeft het allemaal zelf kunnen zien.' Die diplomatieke houding liet hij snel varen. Hij knikte en stemde in met de lage jurering voor Elles Leferink ('in alles onder de maat'), Irena Machovcak ('heb je ook al gelijk in') en Marrit Leenstra ('zakte na een goed begin weg, bleef dus onder de maat').

Riëtte Fledderus werd met een zesje gewaardeerd, omdat een spelverdeelster nu eenmaal afhankelijk is van het ontvangen van de opslag. Aanvoerster Ingrid Visser kreeg een positieve aantekening voor haar verdedigende werk en hoofdaanvalster Chaïne Staelens werd door Mathieu als zijn nieuwe kanon onthuld.

De voormalige Belgische, sinds 1997 met een Nederlands paspoort uitkomend voor het team waarmee zij denkt 'Sydney' te halen, stond geweldig te hakken en scoorde liefst twintig van 78 Nederlandse punten. De meeste scores kwamen bovendien van achter de drie-meterlijn. Staelens leek in veler opzichten - lang (1.90), sterk en opvallend gedreven - op Henriëtte Weersing, de vrouw die Nederland ten tijde van coach Murphy naar de wereldtop stuwde.

Dat Staelens jong en instabiel is, had ze een dag eerder bewezen. Toen sloeg ze tegen het hoge blok van de Russinnen de ballen enkele keren opzichtig uit. Gisteren was ze vreemd genoeg in topvorm. 'Ik had zo'n dwerg tegenover me. Ik wilde d'r handen kapot slaan', klonk het haast oorlogszuchtig uit de mond van een ogenschijnlijk bedeesd meisje.

De onbalans van Staelens is gepermitteerd. De jonge leeftijd brengt dat met zich mee, maar zo werd jaren geleden ook geoordeeld over het jonge koppel Fledderus-Leferink. Die zijn intussen aan het vijfde internationale seizoen bezig, in rijkelijk beloonde Italiaanse dienst en moeten nu eens het voortouw nemen, was ook het oordeel van Mathieu.

Daarvoor lijkt het tweetal de karakterstructuur te missen. Ze zijn super getalenteerd, voor het mooiere werk iets te klein (1.68 en 1.76 meter), maar hebben niet de instelling om een ploeg op sleeptouw te nemen.

In de gouden tijden van Murphy was de minst getalenteerde speelster, Heleen Crielaard, de meid die de rest opjuinde. Naar zulke elementen moest gisteren in het Nederlands team met een lampje gezocht worden.

Aanvoerster Visser, een type van de oude stempel, was onverbiddelijk over haar teamgenoten. 'Er zijn speelsters die de druk niet aankunnen. Vorig jaar ging het daarom mis tegen Italië. Nu hebben we maanden van vrijblijvende wedstrijden achter de rug, maar bij deze wedstrijd, waarin het er echt om ging, was het weer mis. We hoeven maar een paar punten achter te komen en dan geven ze het op. We missen types met pit, iemand als Cintha Boersma.'

Meer over